Vakcentrales zien geen nut meer in centrale looneis voor alle bonden; Maatwerk zal in CAO's voor 1996 de boventoon voeren

ROTTERDAM, 6 JULI. Het vlakke Nederlandse arbeidsvoorwaardenland krijgt de komende jaren steeds meer pieken en dalen. Zowel de vakcentrale FNV als het CNV liet deze week weten geen nut meer te zien in een centrale looneis voor alle bonden. Maatwerk en differentiatie - in arbeidsduur en in beloning - zullen in het CAO-seizoen 1996 nog meer de boventoon voeren.

Ook de Industriebond FNV, die vanmorgen haar arbeidsvoorwaardennota 1996 voor de pers presenteerde, onderkent dat er steeds grotere verschillen tussen CAO's gaan optreden. De economische omstandigheden per sector - of zelfs van bedrijven binnen eenzelfde sector - lopen te ver uiteen om overal met dezelfde looneis aan te komen. “We gaan zoeken naar creatieve oplossingen”, zei CAO-coördinator Henk Krul vanmorgen. Daarmee zit de Industriebond (met 243.000 leden de grootste bond in de marktsector) op dezelfde lijn als de collega-bond van het CNV. “Werkgevers willen altijd maatwerk in bedrijven en differentiatie. Daar doen wij nu aan mee. Maar maatwerk betekent ook dat er verschillen in beloning gaan ontstaan. Dat hoort er gewoon bij”, zei voorzitter D. Terpstra van de Industrie- en Voedingsbond CNV deze week in De Volkskrant.Hoewel de Industriebond FNV nog steeds van mening is dat 'gelijk loon voor gelijke arbeid' een goed uitgangspunt is, ziet het bondsbestuur ook in dat vasthouden aan dit principe tot ongewenste gevolgen kan leiden. “In de context van decentrale CAO-onderhandelingen kan dit betekenen dat een loonafspraak bij een winstgevend bedrijf ook geëist wordt bij een verlieslijdend bedrijf waar hetzelfde soort werk wordt gedaan. Als een dergelijke te hoge loonstijging een aantal jaren achtereen gerealiseerd wordt, kan blijken dat zo'n 'loonnavolging' niet gunstig is voor de werkgelegenheid”, schrijft het bestuur in een evaluatie van de recente CAO-resultaten.

Ook een centrale eis om arbeidsduurverkorting door te voeren tot 36 uur per week - zoals deze week is voorgesteld door FNV-bestuurder Lodewijk de Waal - zal volgens de Industriebond lang niet overal gehoor kunnen vinden. Vooral in de grote bedrijfstaksectoren (zoals de metaal) is de weerstand van werkgevers tegen dergelijke collectieve regelingen zeer groot. “Arbeidstijdverkorting zal dit jaar voornamelijk plaats moeten vinden in de bedrijfs- en concern-CAO's”, stelt het bondsbestuur.

Hoe de inzet voor het CAO-seizoen 1996 er precies uit zal zien, is nog niet bekend. In september neemt de bondsraad (het 'parlement' van de bond) hierover pas een definitief besluit. Volgend jaar moet de Industriebond FNV circa 215 collectieve arbeidsovereenkomsten voor ongeveer 355.000 werknemers afsluiten. Daaronder zijn bedrijfstakcontracten in de metaal-, textiel- en betonwarenindustrie en overeenkomsten bij bedrijven als Philips, Unilever, DSM-Limburg, Heineken en Douwe Egberts.

De inzet op korter werken zal niet kunnen vermijden dat in een aantal CAO's een behoorlijke looneis op tafel komt. Dat geldt zeker voor CAO's (zoals Heineken en Douwe Egberts) waar in het verleden al een forse arbeidsduurverkorting is doorgevoerd. Bovendien zal de bond het komende jaar nog sterker dan voorheen geconfronteerd worden met een achterban die wil profiteren van de economische opleving.

Het bondsbestuur heeft begrip voor deze eis. Een compensatie voor de inflatie (geschat op 2,5 procent) en een procent extra loonsverhoging moet, zo denkt de bondsleiding, door de meeste bedrijven makkelijk op te brengen zijn. Toch wordt de onderhandelaars aangeraden niet te sterk op pure loonsverhogingen in te zetten. In de evaluatie noemt het bestuur “het verstandig om verschillen in onderhandelingsruimte vooral te gebruiken voor werkgelegenheidsafspraken, voor de integratie van VUT en pensioen, voor betere spaarloon-, premiespaar- en winstdelingsregelingen”.

De Industriebond FNV erkent dat de drang tot differentiatie niet zal ophouden bij de poort van de onderneming. Het pleidooi van de werkgeversorganisatie VNO-NCW om de salarissen flexibeler te kunnen maken, bijvoorbeeld door de hoogte te laten varieren met de winst of met de geleverde prestaties, vindt bij steeds meer bedrijven gehoor.

Hoewel werkgeversvoorstellen in deze richting dit jaar in de kleinmetaal en Hoogovens uiteindelijk van tafel zijn gehaald, voorziet het bondsbestuur dat het onderwerp in de nabije toekomst weer zal opduiken. “Het valt te verwachten dat werkgevers meer dan voorheen een beleid zullen inzetten van flexibele beloning”. De Industriebond wijst een dergelijke inzet niet langer bij voorbaat af, al blijft individuele prestatiebeloning uit den boze.