Terpstra en de bewegingsarmoede

PAPENDAL, 6 JULI. Het enthousiasme van Erica Terpstra uit zich niet alleen in haar geklap, geschreeuw en gejuich op de tribune bij elke wedstrijd met een beetje serieuze Nederlandse inbreng. De eerste staatssecretaris van sport nam ruimschoots de tijd om, zoals ze het zelf zegt, naar de mensen in het veld te luisteren. Vijf ronde-tafelgesprekken in mei met respectievelijk topsporters, bestuurders, coaches, sponsors en media-vertegenwoordigers werden gisteren op Papendal afgerond met een grote plenaire discussiebijeenkomst. Het was, zo legde Terpstra uit, de eerste stap om het topsportklimaat in Nederland “wezenlijk te verbeteren”.

Er waren door de ambitieuze bewindsvrouwe vele prominenten uitgenodigd. Lang niet iedereen gaf daar ook gehoor aan. Mensen als Louis van Gaal, Frank Rijkaard, Fanny Blankers-Koen en Yvonne van Gennip en FNV-voorzitter Johan Stekelenburg bleven, al dan niet met kennisgeving, weg. Het kon de pret niet drukken bij initiatiefneemster Terpstra. Ze wist waaraan het grote verzuim lag: vakanties, stages, trainingen enzovoort. En er zaten, zo constateerde ze, nog genoeg blikvangers in de zaal, zoals olympisch kampioene Ellen van Langen, Nelli Cooman en ex-sporters als Arnold Vanderlijde en Hein Vergeer, alsmede wielerbaas Hein Verbruggen.

De ruim vijftig aanwezigen werden gevraagd over stellingen van drie wetenschappers te discussiëren en met handopsteking te stemmen. De meningen bleek vaak overeen te komen, maar dat was niet echt verrassend. De formuleringen waren in de meeste gevallen niet erg scherp en nogal voor de hand liggend. Dat sporters betrokken willen worden bij beleidsbeslissingen is duidelijk. Dat men vindt dat waar mogelijk de topsport autonoom moet worden ook. En dat topprestaties gelden als 'Holland-promotie' en als voorbeeld voor de jeugd vond iedereen heel logisch.

Eigenlijk was maar één besproken kwestie echt opvallend. Dat kwam omdat alle aanwezigen een beroep deden op de overheid om de sport en lichamelijke oefening op scholen weer te activeren. Het klonk als een noodkreet. Er wordt bijna niets meer aan 'gym' op school gedaan. Vaak is het maar vijftig minuten per week, inclusief aan- en uitkleden. En daarom is de bewegingsarmoede bij de jeugd groot, zo wist het gezelschap op Papendal, vaak uit eigen ervaring. En daar moet snel verandering in komen en wat ligt dan meer voor de hand dan dat via het onderwijs te doen.

Die duidelijke boodschap kreeg Terpstra mee van het elitegezelschap. Nu kan ze bewijzen dat ze haar enthousiasme daadwerkelijk in daden kan omzetten. De ex-zwemster heeft dat niet helemaal in eigen hand. De financiën voor een dergelijk project moeten van het ministerie van onderwijs komen en die zijn er niet. Terpstra sprak daarover al met haar collega Netelenbos. Ze weet dat er geen geld is en daarom hoopt ze dat de sport zelf - bond en clubs - naar de scholen trekt om te proberen de jeugd aan het bewegen te krijgen. Dat is geen eenvoudige manier. Daarom zal Terpstra in de komende tijd al haar overredingskracht en energie moeten aanspreken om er iets van te maken.

Dat Terpstra ook als vredesstichter aan het werk moet gaan bleek wederom gisteren op Papendal. De grootste afwezige was namelijk Anton Geesink, het enige Nederlandse IOC-lid. De voormalig judoka leeft in onmin met NOC*NSF en met name met zijn voorzitter Wouter Huibregtsen. Hij bleef derhalve weg zonder dat zelfs te melden aan de staatssecretaris van wie hij officieel de adviseur is. De partijen lijken onverzoenlijk, maar ook in deze affaire ziet de optimistische Terpstra wel heil. Ze begrijpt als geen ander dat het van belang is voor de Nederlandse sport dat Geesink en NOC*NSF gaan samenwerken. Als ze dat voor elkaar krijgt, zou dat haar pas echt onsterfelijk maken.