Politie gaat kwaliteitsbewaking invoeren; Rond begrip 'kwaliteit' in politiezorg hangt een semantische mist

Minister Dijkstal (binnenlandse zaken) wil dat begin volgend jaar een 'stelsel van kwaliteitszorg' wordt ingevoerd bij de politie. De politiekorpsen zullen gezamenlijk een kwaliteitsbureau oprichten dat de korpsen daarbij ondersteund.

AMSTERDAM, 6 JULI. “Kwaliteit, iedereen weet wat het is en iedereen denkt daarbij aan iets anders”, zegt B. Beumer, leider van het project integrale kwaliteitszorg en medewerker op Binnenlandse Zaken. Want 'het produkt' dat de politie aflevert is nu eenmaal “gecompliceerder dan wasknijpers maken”. Mogelijke aandachtspunten kunen onder meer zijn: aanrijtijden van politie-auto's, oplossingspercentages van misdrijven en behandeling van burgers die aangifte doen of van arrestanten.

Bij D.J. Bult, woordvoerder van de Amsterdamse politievakvereniging (APV), stuit het initiatief van Binnenlandse Zaken om een stelsel voor kwaliteitsbewaking in te voeren bij de politie op fors wantrouwen. Hij vermoedt dat kwaliteitscontrole moet dienen om de ontwikkeling naar een 'uitgekleed' korps te verhullen. Terwijl daar de aantasting van de kwaliteit van de politiezorg begint, volgens hem. Ook bij de controle van die kwaliteit zet hij vraagtekens. “Wat moet ik me daarbij voorstellen? En waarom hoor ik daar nu pas van? Waarom zijn wij nooit door Den Haag bij dit plan betrokken geweest?” Bult spreekt van “een wonderlijke ontwikkeling”. “Als geen ander vertegenwoordigen wij de werkvloer”.

Beumer vindt met Bult dat de discussie over kwaliteit van de politiezorg inderdaad “primair op de werkvloer, in de basisteams” moet worden gevoerd. Hij erkent ook dat rond het begrip 'kwaliteit' een semantische mist hangt. Bij bedrijven, zegt hij, kunnen omzetcijfers gelden als aanwijzing voor kwaliteit, maar bij de politie ligt dat wat anders. Wantrouwen acht hij echter niet op zijn plaats. “Het gaat om goed te luisteren en te leren van buiten naar binnen te kijken.”

Volgens Beumer moet de politie zelf met de ontwikkeling van een kwaliteit-zorgsysteem vaststellen wat de kwaliteitsdoelstellingen zijn en een 'kwaliteitsbeleid' gaan voeren. “Ze moet zoeken naar wat de klant van de politie wil.” Dat dat niet zal niet meevallen, ziet hij ook wel in want: “een arrestant verwacht nu eenmaal iets anders van de politie dan een slachtoffer van een misdrijf.”

Vakbondsman Bult blijft bij zijn wantrouwen. Zijn bond heeft zich altijd bezorgd getoond voor de afkalving van de kwaliteit van de politiezorg, zegt hij. Wat Bult vooral vreest is dat door de voortkruipende bezuinigingen er langzaam wordt aangestuurd op een nieuw soort politie. Een politie die bestaat uit een harde, kleine kern van professionele politiefunctionarissen en een grote schil van tweederangs surveillanten.

Het spookbeeld van Bult is een kernmacht van tweeduizend hoofdagenten, die leiding geven aan laaggekwalificeerde politiemedewerkers. Mensen die in het kader van de 'Melkert-banen', als 'stadswacht' of in allerlei 'positieve discriminatie-acties' voor vrouwen of allochtonen het korps zijn binnengestroomd. “Kijk maar eens naar Rotterdam, de ellende die daar is ontstaan toen er mensen werden aangenomen zonder antecedentenonderzoek.” Een controle van de kwaliteit van de politiezorg zou als dekmantel kunnen dienen waaronder naar zo'n tweedeling binnen de politie kan worden toegewerkt.

Directe aanleiding voor de aandacht voor de kwaliteitszorg is de reorganisatie van het politiebestel. Kleine en grote gemeentekorpsen gingen daarbij op in één landelijk korps en 25 regionale korpsen. Doel van de reorganisatie was doorschaalvergroting de kwaliteit van de politiezorg te verbeteren en de doelmatigheid te vergroten.

Door de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie zal een inspectie in het leven worden geroepen die toezicht gaat houden op het stelsel van kwaliteitszorg en de uitvoering daarvan door de politie. De ministers hebben hierover afspraken gemaakt met het Korpsbeheerdersberaad, het Hoofdofficierenberaad en de Raad van Hoofdcommissarissen.

M. Tangel, woordvoerder van het Korpsbeheerdersberaad, legt uit dat het stelsel dat voor de politie wordt ontwikkeld te vergelijken is met het stelsel zoals dat in het hoger onderwijs werkt. “Binnen dat stelsel wordt uitgegaan van de zelfevaluatie van de korpsen. Met gebruikmaking van die resultaten worden visitatiecommissies opgezet die bezoeken brengen aan de korpsen.” De leden van die commissies zullen primair worden gerecruteerd uit het eigen korps. Zij noemt het “de taak van het veld de zelfevaluatie te steunen” en de verantwoordelijk van de overheid de visitatiecommissies in het leven te roepen.

Wat er precies onder kwaliteit zal worden verstaan is, volgens woordvoerder Tangel van het Korpsbeheerdersberaad “een kwestie van invulling waarnaar ze gaan kijken, daarover zal nog overeenstemming moeten worden bereikt.”