Over dwergen, lilliputters en 'gewone' korte mensen; Iemand moet de kleinste zijn

Een normaal geproportioneerde mens van een goeie halve meter, kan dat? Is er iets te doen aan groeistoornissen, en wat is achondroplasie?

De kleine mens in cijfers en in de wetenschap.

Ik voelde iets levends bewegen over mijn linkerbeen. Het bewoog zich zachtjes verder over mijn borst en kwam bijna tot aan mijn kin. Ik keek zover als ik kon naar beneden en ontdekte dat er een menselijk wezen liep, van nog geen zes duim lang, met een pijl en boog in zijn handen en een pijlkoker op zijn rug.'' Zo beschrijft Gulliver, creatie van Jonathan Swift uit 1726, zijn eerste ontmoeting met de inwoners van Lilliput. Ze hadden de mens-berg Gulliver, slapend na een vermoeiende schipbreuk, vastgebonden met voor hun begrippen stevige touwen.

Mensen van Lilliput zijn royaal 15 cm lang. De keizer was in de tijd dat Gulliver het rijk bezocht zelfs nog een nagel langer. Hoewel bij ons mensen zo klein niet bestaan, heeft de populariteit van Swift's boek Gullivers Reizen ervoor gezorgd dat menselijke dwergen lilliputters heten. In het spraakgebruik is de naam lilliputter vooral gereserveerd voor kleine mensen met disproportionele afmetingen, nauwelijks voor kleine mensen met een normale lichaamsbouw.

De kleinste lilliputter of dwerg was de Amerikaan Calvin Philips, geboren in 1791, overleden in 1812 aan progeria (snelle veroudering vanaf de geboorte: grijs haar, aderverkalking, rimpelige huid) en 67 cm lang. De kleinste volwassen mens met proportionele lichaamsbouw leeft nog, meldt het Guiness Book of Records. Hij heet Gul Mohammed, is geboren op 15 februari 1957, woont in New Delhi en is 57 cm lang. De kleinste bekende volwassen vrouw met normaal postuur is overleden. Zij was 55 cm lang.

Dwergen, met karakteristieke korte bovenbenen en -armen, met een romp van normale lengte, een groot voorhoofd en een terugwijkende neusbrug, soms een holle rug of gebocheld, alleen afwijkend in postuur en lengte, maar verstandelijk normaal, spreken tot de verbeelding. Waarschijnlijk omdat ze de bestaansmogelijkheid bevestigen van trollen, kabouters en dwergen die in sprookjes optreden.

De eerste afbeelding van een disproportionele en kleine mens stamt uit het oude Egypte. Eeuwenlang waren hofnarren mensen met dwerggroei. Later werden dwergen en mensen met andere skeletafwijkingen op kermissen en jaarmarkten aan de burgers getoond. Aan het eind van de achttiende eeuw ontstonden de eerste circussen en daarin kregen allerlei menselijke aberraties een plaats.

De Amerikaanse circuseigenaar P.T. Barnum werd in de vorige eeuw wereldberoemd met olifant Jumbo en de dwerg Tom Thumb (klein duimpje). Met Tom Thumb reisde Barnum langs de Europese vorstenhoven. Toen Tom Thumb trouwde met dwergvrouw Lavina Warren werd het paar ontvangen door president Lincoln. Er zijn enkele vanouds aan circussen verbonden families van dwergen die er een eer in stellen om het artiestenbestaan in stand te houden. In 1991 verklaarde een advocaat van een werpdwerg dat zijn cliënt het geworpen worden, door diverse overheden verboden als mensonterend, als zijn vak zag: “Mijn cliënt is een artiest die zelf voor het vak heeft gekozen en er niets minderwaardigs in ziet.” Vorig jaar meldden Engelse modellenbureaus een nijpend tekort aan dwergen, vanwege de vele opvoeringen van Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen die daar traditioneel rond kerstmis plaatsvinden. Men dreigde zelfs gewone kleine mensen, of kinderen te moeten inzetten.

Vrijwel alle dwergen en lilliputters hebben een typische skeletafwijking die sinds 1878, 150 jaar na Gullivers Reizen, achondroplasie heet. Achondroplasie is de meest voorkomende skeletafwijking die tot levensvatbare dwerggroei leidt. Het is een erfelijke afwijking die 'autosomaal dominant' overerft. Autosomaal wil zeggen dat het geen geslachtsgebonden afwijking is. Dominant betekent dat de helft van de kinderen is aangedaan: één kopie van het gen is voldoende en overheerst de werking van het 'gezonde' gen. Maar de meeste achondroplasten planten zich niet voort. Tegenwoordig worden acht of negen van iedere tien kinderen met achondroplasie uit normale ouders geboren. Er is dan tijdens de deling van de geslachtscellen, of tijdens de eerste celdelingen in het embryo een nieuwe genmutatie ontstaan. De pasgeborene heeft wel een erfelijke ziekte, maar een die op dat moment nieuw is en tot dat moment niet in de familie voorkwam. Ongeveer 1 op de 50.000 mensen lijdt aan achondroplasie, wat betekent dat er in Nederland jaarlijks ongeveer vier baby's met de afwijking worden geboren.

Volwassen achondroplasten zijn zelden langer dan 1,30 meter. Daarmee horen ze tot de kleinste mensen die in Nederland rondlopen, want de kortste drie procent mannen haalt de 1,68 meter nog en de drie procent kortste vrouwen reikt tot 1,56 meter.

Nederlandse mannen zijn tegen hun 19de levensjaar uitgegroeid. Mannen van 20 jaar waren in 1992 gemiddeld 183,3 cm lang. Vrouwen groeien na hun 16de jaar nauwelijks meer. Op hun 20ste meten vrouwen gemiddeld 170,4 cm. De laatste decennia neemt de gemiddelde lengte iedere tien jaar ongeveer 2 cm toe. Zelfs de kleinste mensen worden steeds langer. Van de 50- tot 60-jarige vrouwen is volgens het CBS 8,3 procent kleiner dan 1,57 meter. Dat is de leeftijd waarop de verkleining door botontkalking merkbaar is. Onder de tegenwoordige twintigers is slechts 3,4 procent kleiner dan 1,57 meter. Iemand van 50 die lang is voor zijn of haar generatie ziet ook meer mensen recht in de ogen, of moet zelfs tegen jongeren opkijken.

Kleine mensen met normaal postuur kunnen klein zijn doordat hun ouders ook klein zijn. De lengte heeft onbetwist een erfelijke factor. Maar ook emotionele verwaarlozing in de kindertijd kan de groei remmen. En infectieziekten, schildklierziekten, darm- en nierafwijkingen of gebrek aan jodium in het voedsel kunnen dat doen. Als aan de kleine gestalte een tekort aan groeihormoon ten grondslag ligt, is tegenwoordig behandeling met groeihormoon mogelijk. Die is duur en duurt enkele jaren met meerdere injecties per week. Voor enkele tienduizenden guldens per centimeter is er ongeveer een decimeter mee te winnen. Maar ook deze therapie verhindert niet dat er altijd mensen blijven die de kleinsten zijn.

    • Wim Köhler