Major zet voor 't eerst kabinet geheel op zijn kop

LONDEN, 6 JULI. De bezem halen door een kabinet is in Groot-Brittannië een jaarlijks ritueel. Maar de afgelopen jaren heeft premier Major steeds de voorkeur gegeven aan de stoffer en het blik.

Sinds hij vijf jaar geleden aan de macht kwam, is dit de eerste keer dat hij de regering volledig op haar kop zet. Zelf sprak hij gisteren over “een reconstructie van het kabinet”. Waarin deze kabinetswijziging ook afwijkt van vorige jaren, is dat Major zijn politieke tegenstanders, met name de Eurosceptici, nadrukkelijk negeert.

Vorige jaren probeerde hij hen telkens weer te paaien door de kandidaten te promoveren die zij naar voren schoven. Maar intussen is hij er kennelijk achter dat hun honger toch niet valt te stillen zolang ze de macht in de partij niet hebben overgenomen. Zijn ruime overwinning bij de leiderschapsverkiezing van dinsdag heeft hem kennelijk gesterkt om zijn eigen centrum-rechtse koers te volgen.

Met de kabinetswijziging van gisteren heeft Major zich meer dan ooit omringd met getrouwen, terwijl hij zijn mogelijke rivalen binnen het kabinet met stroop onschadelijk heeft gemaakt. Michael Heseltine, de lieveling van de linkervleugel, werd met het vice-premierschap gestreeld, een positie die zijn politieke lot direct verbindt met dat van Major. Michael Portillo, de kampioen van rechts, werd naar het ministerie van defensie verbannen, dat hem geen enkel platform voor zijn politieke ideeën biedt.

Major trok zich niets aan van de sterke lobby om de Euroscepticus Michael Howard, minister van binnenlandse zaken, op buitenlandse zaken te benoemen. In diens plaats verkoos hij Malcolm Rifkind, de minister van defensie, die door zijn voorganger Douglas Hurd naar voren was geschoven. Rifkind is een vertegenwoordiger van de rechtervleugel en heeft bedenkingen tegen de invoering van een Europese munt, maar geldt voor alles als pragmaticus.

De premier beloonde een aantal kabinetsleden die zich het sterkste hebben ingezet bij zijn leiderschapscampagne. Ian Lang, de minister voor Schotland, volgt Heseltine op als minister van handel en industrie. Brian Mawhinney, de minister van transport, wordt partijvoorzitter van de Conservatieven. Hij lost Jeremy Hanley af, die in zijn jaar als voorzitter vooral opviel door een reeks blunders.

Vijf parlementsleden maken hun entree in het kabinet: Sir George Young wordt minister van transport, Douglas Hogg krijgt de portefeuille van landbouw, Michael Forsyth wordt minister voor Schotland, Roger Freeman mag zich minister zonder portefeuille noemen en William Hague wordt minister van Wales. De laatste vier nieuwkomers zijn allemaal vertegenwoordigers van de rechtervleugel die zich tijdens de leiderschapsverkiezing loyaal hebben getoond.

Vier kabinetsleden hebben moeten wijken: David Hunt, Jonathan Aitken, Jeremy Hanley en Douglas Hurd. Aitken, de staatssecretaris van financiën, is vrijwillig teruggetreden. Hij wil zijn handen vrij hebben om zich beter te kunnen verdedigen tegen beschuldigingen dat hij als directeur van een Britse wapenfirma betrokken is geweest bij de illegale levering van wapens aan Iran.

MICHAEL HESELTINE (62) maakte zijn fortuin als eigenaar van uitgeverijen, sinds 1968 lid van het parlement, heeft sindsdien een groot aantal functies vervuld, was staatssecretaris voor de vliegtuig- en scheepvaartindustrie, minister voor milieu, minister van defensie en minister van handel en industrie; bracht in 1990 Margaret Thatcher ten val maar verloor de daaropvolgende leiderschapsverkiezing van John Major; gold als het brein achter de geslaagde verkiezingscampagne van 1992, is pro-Europees.

MICHAEL PORTILLO (42) trad als achtjarige op in een tv-commercial, lid van Thachers staf tijdens de algemene verkiezing van 1979, parlementslid sinds 1984, was achtereenvolgens onderminister voor sociale zekerheid, staatssecretaris voor milieu, staatssecretaris voor lokale overheidszaken, staatssecretaris van financiën en minister van werkgelegenheid, Euroscepticus met flair en allesverzengende ambitie.

MALCOLM RIFKIND (49) parlementslid sinds 1974, begon zijn kabinetscarrière tien jaar geleden als assistent-staatssecretaris voor buitenlandse zaken, voordat hij achtereenvolgens minister voor Schotland, minister van transport en minister van defensie werd. Staat bekend als bekwaam, besluitvaardig en welbespraakt. Leverde vorige maand in Washington nog zware kritiek op het Amerikaans beleid ten aanzien van Bosnië.

WILLIAM HAGUE (34) jongste kabinetslid sinds Harold Wilson op 31-jarige leeftijd benoemd werd tot minister van handel en industrie, sprak als 16-jarige het congres van de Conservatieve partij toe, vertederd toegelachen door Margaret Thatcher, waaraan hij zijn bijnaam 'de bejaarde tiener' heeft te danken; sinds 1990 lid van het Lagerhuis; hielp Major in 1990 bij zijn leiderschapscampagne; voorstander van de doodstraf door ophanging en van de terugdringing van de staat.