Kleren maken de kleine man; Op zoek naar XXS

Voor grote mensen zijn er grote-maten-winkels en grote-maten-lijnen. Kleine mensen hebben vaak de grootste moeite om een goed passende broek of blouse te vinden. C & A heeft als eerste kledingketen het gat in de markt ontdekt. “Je kunt het echt niet meer maken ze naar de kinderafdeling te sturen.”

Stichting Pasklaar, Wolphaertsbocht 445, Rotterdam. Inl 010-4850044.

Balt Mens Wear, Gelderlandplein 167 Amsterdam. Inl 020-6441485.

Solo Boetiek, Paarlaarsteeg 8/zw, Haarlem. Inl 023-310063.

C. van Wijk, maatkleding en herenmode, Sluisplein 3, Ouderkerk a/d Amstel. Inl 02963-1966.

Kledingwinkels voor kleine mensen? Zijn er niet.” Simon Verlaat, directeur van het Nederlands Mode Instituut, zegt het gedecideerd. Volgens hem is het ook helemaal niet moeilijk voor kleine mensen om passende kleding te vinden. “Het huidige modebeeld is smal, met kleine truitjes, strakke jurkjes. En merken uit Zuid-Europa en Frankrijk hebben toch al een kleinere maatvoering dan wij gewend zijn.”

Maar niet iedereen die klein is, is ook smal, en je moet maar net houden van de girlie-stijl van Agnes B of Miss Selfridge. “Broeken, een ramp”, verzucht Brenda Bernard (33, lengte 1,48 m). “Er moet bij mij minstens vijftien centimeter af, en zeker bij smal toelopende pijpen is dan meteen het model weg. Blazers? Ik pas er wel 's een en dan weet ik 't meteen weer. Taille te laag, mouwen te lang. Mijn probleem is dat ik ook rond ben. Ik pas met mijn dikke billen niet in kindermaten. Als ik al kinderkleren zou willen dragen.”

Reinout Versteeg (28, 1,69 m): “Kleren kopen is lastig. Broeken moeten altijd ingekort, en ik erger me er aan dat in de winkels vaak alleen medium of large hangt. Small bestaat niet, of het is uitverkocht. Maar mijn probleem is opgelost. Sinds ik een vriendin uit Indonesië heb, koop ik mijn kleren daar, als ik er op vakantie ben.”

Brenda heeft een kleine 450.000 'lotgenoten' (zoveel vrouwen zijn volgens het CBS kleiner dan 1,57 m). Reinout valt met zijn 1,69 m niet eens in de groep van de kleinsten (in Nederland zijn ruim 300.000 mannen onder de 1,67 m), maar hoort bij de 15 procent van de Nederlandse mannen die kleiner is dan 1,72 m (maat 44). Een niet te veronachtzamen marktaandeel, zou je denken. Toch is er voor zowel kleine mannen als vrouwen bedroevend weinig voorhanden. Speciaalzaken voor lange en brede mensen weten met namen als High en Mighty (voor mannen) en Mateloos (voor vrouwen) de aandacht van de consument te trekken. Grootwinkelbedrijven hebben doorgaans wel een grote maten lijn, zoals bijvoorbeld Big is Beautiful (Hennes & Mauritz).

Grote mensen komen er meer voor op, is de ervaring van W. van Wijk, eigenaar van Van Wijk herenmaatkleding in Ouderkerk a/d Amstel. “Er komen toch steeds meer lange mensen; het is niet meer dan normaal dat er voor ons maten zijn”, vinden ze. “Kleine mensen leggen zich erbij neer dat ze een uitzondering zijn, misschien lijden ze er ook meer onder; ze stellen zich, merk ik, vaak bescheidener op.”

Dat betekent dus dat 100 duizenden mensen in Nederland hun winterjassen, kostuums, mantelpakken, jurken, broeken, rokken, overhemden, blouses, overgooiers, etc etc zèlf maken, laten maken of (laten) vermaken. Omslachtig, en bijna altijd (fors) duurder. Vermaken is bovendien vaak een halfslachtige oplossing. “Bij getailleerde en gestructueerde kleding volstaat inkorten niet. De verhoudingen kloppen niet meer; coupenaden en taille hangen veel te laag, bij broeken hangt het kruis op de knieën”, zegt Marijke Lont, oprichtster van de stichting Pasklaar uit Rotterdam. Pasklaar werkt met banenpoolers en kan daarom maatkleding aanbieden voor confectieprijzen. Lont geeft de kortere klanten graag advies. “Motieven kun je beter klein houden. Geen breedtestrepen, niet het lichaam in stukjes hakken. Wil je graag een jasje op een rok of jurk, houdt het dan in dezelfde tint, liefst nog in dezelfde stof. Dat geldt ook voor mannen. Maar een pak heeft een gekledere uitstraling dan een combinatie, dat moet je wel willen. Hou het bij een combinatie dan op ton-sur-ton. En neem bijvoorbeeld een broek met een krijtstreepje, of van een stof met verticale weefeffecten: dat suggereert lengte.”

Ook Ada van den Ancker, eigenaresse van kleding-atelier en winkel Solo in Haarlem krijgt veel kleine vrouwen die bij confectie niet slagen. “Er zijn zoveel details die niet meer kloppen als je kleding gaat vermaken. Zakhoogte bijvoorbeeld; bij confectiekleding zitten de zakken altijd te laag. Je kent dat wel; dat iemand door zijn knieën moet om de sleutels uit zijn zak te halen. Kind-in-moeders-jas-effect, noem ik dat.”

Toch lijkt hier en daar het besef door te dringen dat aan normaal geproportioneerde kleine mensen (voor de enkele duizenden met disproportionele maten door groeistoornissen voldoet confectie helemaal niet) te verdienen valt. Zo begon C & A in januari van dit jaar onder het motto 'Groot nieuws voor kleine maten' met een label dat simpelweg 'Kortere Pasvorm' heet. “Verfijnde, klassiek getinte kleding met een perfecte pasvorm voor de kleinere vrouw.” Niet voor de kleinere man dus: volgens woordvoerder J. Luijkx zijn die er minder, en bovendien had C & A altijd al broeken met kortere lengtes voor mannen.

“Waarom zijn we er niet eerder mee begonnen? Een goed idee komt altijd te laat”, zegt Luijkx. “Jongeren worden inderdaad steeds langer, maar er zijn nog altijd veel kleine mensen, die bovendien nog krimpen als ze ouder worden. Eenderde van de vrouwen kleiner dan 1,60 meter is 50plus. Dat stelt ook eisen aan de aard van de kleren. Je kunt het echt niet meer maken om te verwijzen naar de kinderafdeling. Vlak bovendien de allochtonenmarkt niet uit. Aziaten en Zuid-Europeanen zijn gemiddeld kleiner.”

Dat gat in de markt werd ook door het echtpaar Van Hilst van Balt Herenmode (in het klassiekere genre) onderkend. “Waarom blijven de kleine maten vaak hangen? Niet omdat er geen vraag naar is, maar omdat er maar een of twee jasjes hangen. De keus is te klein”, aldus Balt van Hilst. Drie jaar geleden begon hij met een uitgebreide collectie kleine maten (vanaf 42) omdat hij merkte dat hij de vele Japanse en Chinese klanten die in de omgeving (Amsterdam, Buitenveldert) wonen, niet kon helpen. “Maar er zijn ook veel kleine Nederlanders, heb ik gemerkt.”

Aanvankelijk liet hij op de computer verkleinde patronen namaken, maar al snel bleek dat de gemiddelde kleine man anders gebouwd is; bredere bovenbenen en schouders heeft bijvoorbeeld. Van Hilst legt dossiers aan van vaste klanten en stelt met deze gegevens een geproportioneerde kleine maten collectie samen van zo'n dertig kostuums, overhemden (vanaf maat 34), truien, sokken en ondergoed, dat hij bij fabrikanten in Duitsland, Zwitserland en Italië laat maken.

Het was een forse investering, aldus Van Hilst, maar de moeite waard. Inmiddels komen klanten uit het hele land, Duitsland en België. “Niet zelden gaan mensen die inmiddels een grondige hekel aan winkelen hebben, hier dolgelukkig weg. Zomaar een pak kopen dat past. Of een pak passen dat zelfs te klein is; een ongekende ervaring.”

    • Edith Schoots