INTERNET VOOR JOURNALISTEN (1); E-mail ontdekt

Internationaal bekende geleerden zijn, zoals iedereen met een volle agenda, vaak moeilijk bereikbaar. Toen een wetenschapsredacteur bij deze krant twee jaar geleden de Amerikaanse wiskundige Kenneth Ribet per telefoon een paar vragen wilde voorleggen, gaf deze dagenlang niet thuis. Maar toen de redacteur op het destijds nog niet zo vanzelfsprekende idee kwam om Ribet via het wereldomspannende computernetwerk Internet zijn vragen te sturen, kreeg hij binnen een paar uur antwoord.

De vermaarde getalstheoreticus had het bericht gekopieerd, achter elke vraag een paar eigen regels getikt en het teruggestuurd aan het elektronische adres op het Internet van de redacteur. Ribets antwoorden konden na vertaling zo in de krant; het eerste vraaggesprek per E-mail in NRC Handelsblad was een feit.

Voor een confronterend interview met een politicus of voor het samenstellen van een psychologisch portret is E-mail ongeschikt. Maar voor de paar bondige citaten waar de redacteur om vroeg, bleek E-mail een efficiënt middel. Bijkomend voordeel: het extra telefoontje om de geïnterviewde de definitieve tekst voor te leggen was overbodig; in zijn E-mail had Ribet immers zijn eigen antwoorden geautoriseerd.

Het is niet waarschijnlijk dat elektronische post de blocnote en de bandrecorder zullen verdringen. Het ontlenen van citaten uit de E-mail die in de duizenden thematische discussiegroepen op het Internet (zogeheten newsgroups) circuleert, zoals zelfs Amerikaanse kranten met strenge journalistieke gedragsregels soms doen, is in Nederland nog geen gewoonte. Zeker is wel dat journalisten de voordelen van E-mail beginnen te ontdekken.

In de eerste plaats zijn die zakelijk, zoals bij het leggen en onderhouden van contacten. Waar die zich op de wereld bevinden doet er niet toe; het versturen van een E-mail naar een stadgenoot verschilt niet van een E-mail sturen naar de andere kant van de aarde. Via een uniek elektronisch adres - altijd in de vorm 'naam@ergens' - is iedereen immers op het Internet bereikbaar.

Met het vinden van een goede tolk tijdens een opdracht in het buitenland gaat voor journalisten nogal eens veel tijd (en geld) heen. Een paar doelgerichte E-mails - bijvoorbeeld naar een letterenfaculteit aan de universiteit in de hoofdstad van het te bezoeken land - die een paar minuten typewerk kosten, kunnen dat oplossen.

In de tweede plaats kan E-mail ook voor wind in de rug zorgen bij het schrijven van berichten of het maken van analyses. Steeds meer instellingen versturen via een zogeheten listserver automatisch hun persberichten en andere openbare documenten per E-mail naar degene die daarom vraagt. Zo kunnen buitenlandredacteuren van deze krant in hun beeldscherm bijvoorbeeld integrale NAVO-communiqués lezen, meestal nog voor de internationale persbureaus hun samenvatting daarvan 'op de telex' zetten. Ook de digests van nieuws uit Oost-Europa door het Open Media Research Institute (OMRI), het onderzoeksinstituut van het voormalige radiostation Radio Free Europe, bereiken via een listserver de beeldschermen van deze krant, dagen voor het postabonnement.

Maar wie zich bijvoorbeeld afvraagt of de nieuwe internationale reactiemacht van de Verenigde Naties in Bosnië misschien tot doel heeft de aftocht van de blauwhelmen voor te bereiden, zal vergeefs wachten tot de NAVO de vertrouwelijke correspondentie daarover per E-mail rondstuurt aan de listserver-abonnees. Tussen de waarheid en de krant staan immers horden PR-managers in de weg. Het Internet zal nooit een alternatief worden voor scherpe ogen en oren en een scherpe pen.