IJsbergperikelen waren merkbaar tot in China

Tijdens de laatste ijstijd waren er perioden, gemiddeld om de 5000 tot 10 000 jaar, waarin er aan de rand van de Noordamerikaanse ijskap op grote schaal afkalving van ijsbergen plaatsvond. De smeltende ijsbergen hebben op de zeebodem bandvormige afzettingen van erosiemateriaal uit Canada en Groenland doen ontstaan: Heinrich-banden (naar de Duitse oceanograaf Hartmut Heinrich).

Tijdens die perioden waren de temperatuur van zowel het water als de lucht in het noorden van de Atlantische Oceaan uitzonderlijk laag. Chinese en Amerikaanse geologen hebben nu aangetoond dat de effecten van deze perioden met extreme koude tot zelfs in China merkbaar waren.

Krachtige noordwestenwinden, die stof uit de woestijnen in centraal Azië meevoeren, hebben in het verleden in de noordelijke en noordwestelijke provincies van China dikke pakketten löss doen ontstaan, waarbij de korrelgrootte een indicatie is voor de kracht van de wintermoesson.

Onderzoekers hebben nu in de bovenste 12 meter in het centrale Lössplateau ten noorden van Xi'an het verloop van de korrelgrootte gemeten en dat gekoppeld aan de ouderdom. De variaties hebben een opmerkelijke gelijkenis met de temperatuurvariaties in het noorden van de Atlantische Oceaan ten tijde van de laatste ijstijd. Tijdens de perioden van extreme koude - dus grootschalige afkalving van ijsbergen - werden er steeds gemiddeld méér grotere deeltjes in de löss afgezet dan tijdens de perioden van 'normale' koude (Nature 375, p. 305).

De resultaten zijn in overeenstemming met modellen van het ijstijdklimaat, die suggereren dat het klimaat in China en in het noorden van het Atlantische bekken toen via krachtige westenwinden met elkaar waren verbonden.