Het enige dat in de wollenstoffenfabriek nog volop draait is de muziek; Failliet Mommers voor velen raadsel

TILBURG, 6 JULI. Erg vrolijk was de aanblik eergisteravond bij de wollenstoffenfabriek C. Mommers en Co in Tilburg niet. Hoewel de schafttijd van de middag/avondploeg al was verstreken, zat het merendeel van de arbeiders nog buiten bij de hoge schoorsteen die daar uit de grond rijst. Het enige wat in de immense fabriekshallen nog wèl volop draaide was de muziek.

Men mompelde wat over “schurken”. Daarbij liet men in het midden wie bedoeld werden. Waren het de aandeelhouders die die dag bij de rechtbank in Breda het faillissement hadden aangevraagd waardoor alle 100 arbeidsplaatsen op de tocht komen te staan? Of waren het de vakbonden FNV en Unie BLHP die volgens aandeelhouders en directie saneringsplannen in een van de onderdelen van de fabriek, te weten de strijkgarenspinnerij, vorige week naar buiten hadden gebracht en daarmee het voortbestaan van het hele bedrijf op de tocht zouden hebben gezet? Men sprak daar in de waterige avondzon over “dikke” Mercedessen en BMW's, over “een prestigekwestie” tussen de vakbonden en de bedrijfsleiding. Men zei: “En dat alles over de rug van 100 werknemers die ook dit keer weer aan het kortste eind trekken.” En alles werd alleen nog maar raadselachtiger.

Toen voorzitter W. Koensen van de ondernemingsraad - machinesteller, 10 jaar in dienst - in een kantoortje zijn visie op de zaak gaf, die erop neerkwam dat hij de opvatting van de vakbeweging deelde dat de faillissementsaanvrage helemaal niet nodig was geweest, was daar een redelijk volumineuze man binnengekomen in overall. Hij stelde zich voor als de oudste in dienstjaren (45 jaar) bij Chrisje Mommers. Zo noemt men in Tilburg de nu zieltogende 123 jaar oude onderneming, al zit er al sinds jaren geen enkele Mommers meer in. Of Koensen niet alle “vuile was” buiten wilde hangen, vroeg de man in overall. Want dat zou overnamekandidaten kunnen afschrikken. “Het bedrijf”, zo zei hij, “was al genoeg schade toegebracht.” Want zo is de werknemer in wat eens de wolstad van Nederland werd genoemd: door de wol geverfd, maar ook door de wol getekend en geketend; voor de wol gaat hij door het vuur want het is zijn boterham.

Later die avond tijdens de raadpleging van de leden van de Industriebond FNV en van de Unie BLHP in de vakbondswinkel, overheersten onder de mannen en drie vrouwen cynisme en gelatenheid. Het kwik in een thermometer aan de wand ging tijdens de bijeenkomst geleidelijk omhoog. Rond een roos stond de tekst: “Liefde begint waar geweld eindigt”. Maar hier leek wel het omgekeerde het geval.

Districtsbestuurder K. de Wildt van de Industriebond FNV bracht zwaar geschut in stelling. Hij wees erop dat het bij Mommers sinds 1990 al aanmodderen was geweest. In vijf jaar tijd werden even zovele directies versleten en passeerden zes reorganisatieplannen de revue. Verder zei De Wildt dat de werknemers sedert in april 1993 bij het aantreden van de drie aandeelhouders een nieuwe wind was gaan waaien al in totaal voor 12,5 procent aan loonoffers hadden gebracht om toch vooral het bedrijf maar overeind te kunnen houden. Hij maakte gewag van een directeur die “4,5 ton rijker” was vertrokken, wat volgens de directie “volkomen nieuw voor ons is”.

De Wildt zette de gouden handdruk af tegen de weigering van de bedrijfsleiding om geld uit te trekken voor een fatsoenlijk sociaal plan. Hij hield het voor mogelijk dat in de faillissementsfase een “stroman” zal verschijnen om, zoals hij zei, het geld van de drie aandeelhouders veilig te stellen. “De curator zal moeten uitmaken of het juist is wat wij veronderstellen, namelijk dat willens en wetens is toegewerkt naar een faillissement.” aldus De Wildt. Waarschijnlijk morgen (vrijdag) zal de rechter het faillissement uitspreken.

Dat het de schuld van de bonden was dat de zaak naar buiten was gekomen noemde hij “lariekoek”, bedoeld een zondebok aan te wijzen teneinde om het eigen gezicht te redden. De leiding leurt al maanden met Mommers, dus dat is in dit kleine kringetje onmiddellijk bekend. Als bovendien vorige week donderdag aan de 100 man personeel is meegedeeld dat voor 99,9 procent het faillissement zou worden aangevraagd, hoe kun je dan nog zo naïef zijn te veronderstellen dat zoiets niet op straat komt?”

Een van de mannen las intussen in de brochure “Werkloosheid en pensioen”. Een ander vroeg hoe het nu zat met de enveloppe met inhoud die hij in september wegens zijn zilveren jubileum bij het bedrijf zou hebben ontvangen. Voor de goedmoedige en rondbuikige dessinateur A. Janssens, 58 jaar oud en 32 jaar in dienst van Mommers, was de aanvrage van het faillissement “een volstrekt raadsel, een donderslag bij heldere hemel.” Voordat hij vorige week woensdag naar een beurs in Florence vertrok, was er alleen nog maar sprake geweest van een gedeeltelijke sanering van de spinnerij en nu ging het ineens om het faillissement van de hele onderneming.

Pag.12: In Tilburgs textiel nog 500 mensen over

“Dat, zoals de directie zegt, in no time de kredietverschaffers alle kranen hebben dichtgedraaid is onbegrijpelijk.” Hij was vrijdagavond zeer optmistisch uit de Italiaanse stad teruggekeerd. “Onze collectie voor de zomer van volgend jaar is perfect, we hebben nu al meer orders binnen dan het hele vorige jaar, er is sprake van een stijgende markt.” Verkoper J. Cuypers: “Dat mag u van mij gerust opschrijven dat Mommers weer helemaal terug was in de markt en dat onze omzet in Duitsland sinds 1991 met 500 procent is gestegen.”

Maar, aldus Cuypers, “daargelaten wie verantwooordelijk is voor het in de publiciteit komen van de zaak, één ding is zeker: toen vrijdagmorgen hier in de krant stond dat Mommers opnieuw liquiditeitsproblemen had, had ik een uur daarna al een klant uit Zuid-Duitsland aan de lijn die vroeg wat er van waar was.”

Om dezelfde reden, zo stelt de directie, zette de Nederlandse Crediet Maatschappij de voorfinanciering van de voorraden bij de toeleveranciers stop, haakten klanten af en gaf de huisbank het devies naar een andere geldschieter uit te kijken.

Mommers is in Tilburg en waarschijnlijk in de hele Benelux de laatste geïntegreerde fabriek voor wollen stoffen. Geïntegreerd wil zeggen dat er zowel wordt gesponnen, geweven, geverfd als gefinisht (afwerken). De onderneming is vooral sterk in de dikkere strijkgarens voor dames- maar vooral herenbovenmode. Na de overneming in 1993 door drie aandeelhouders was er begonnen met de produktie van meubelstoffen en - zij het op zeer bescheiden schaal - van raambekleding (gordijnen, trevira lamellen). Men levert aan de Bata garens voor sokken. Men verricht loonwerk voor de finishing van wollen stoffen van derden.

In de Tilburgse textielindustrie, die in de jaren zestig nog aan meer dan 10.000 mensen werk bood, resteren volgens schatting van secretaris P. Polders van de Nederlandse Vereniging van werkgevers in de textielindustrie nu nog maar 500 arbeidsplaatsen. Als Mommers verdwijnt blijft er in de stad alleen nog AaBe over (dekens en raamlamellen). Voornaamste oorzaak van de neergang waren de hoge lonen. Polders: “Wat ze er hier aan loonsverbetering per uur erbij krijgen verdient in Maleisië of Vietnam een werknemer per dag.” Voor Mommers anno 1995 kwam daarbij dat de detailhandel de kleding maar spaarzaam verkocht en dat door de “harde gulden” de concurrentiepositie nog moeilijker was geworden. Volgens de directie zou men bij ongewijzigd beleid voor dit jaar zijn uitgekomen op een verlies van 1 tot 1,25 miljoen gulden.

Over de wijze waarop in het verleden de meeste ontslagen plaatsvonden heerst nu nog altijd her en der verbittering. Zoals een voormalige werknemer het uitdrukt in het boek De textiel voorbij van L. Keune (1991): “We zén gewoon moderne slave gewist en toen öteindelijk de economie instortte, toen namen ze hil die cente mee en liete ze ons in ons hemd staon.”

Commercieel directeur F. Bosman en operationeel directeur E. Cooiman doen van hun kant een boekje open. Vorige week maandag had er met de vakbonden een gesprek plaats in een chique etablissement in Tilburg. “Met als afspraak strikte geheimhouding.” Onderwerp was een gedeeltelijke sanering van de spinnerij waarbij voor 20 mensen ontslag moest worden aangevraagd. Op die manier zou geld moeten vrijkomen voor een sterkere positie van de rest van de onderneming. Op die voorwaarde ook verklaarden de aandeelhouders zich bereid voor elk 600.000 gulden de machines te kopen zodat er een financiële basis kwam om de rest van de onderneming weer gezond te maken. Verder werd er gesproken over een mogelijke samenwerking dan wel fusie met het in Kerkrade gevestigde bedrijf Teska International. Dat maakt pantalonstoffen van kamgaren. Naar het dunne kamgaren zou steeds meer vraag komen ten opzichte van het door Mommers gemaakte dikkere strijkgaren. Teska heeft 50 werknemers en heeft sinds vorige week uitstel van betaling.

Namens de FNV zat, omdat bestuurder De Wildt met vakantie was, districtshoofd L. Albers aan tafel. “Tot onze stomme verbazing”, aldus het directionele duo, “zei Albers toen we hem op de hoogte brachten van de noodzaak de spinnerij te saneren: 'Dat biedt toch geen enkel perspectief. Kijk je naar hoe het in de textiel gaat dan kun je beter meteen de deur helemaal op slot doen. Gedeelde smart is beter dan halve smart'.” Albers: “Dat is je reinste kolder. De leiding zei dat, indien binnen drie weken geen wezenlijke verbeteringen zouden optreden, er nog drastischere maatregelen zouden volgen. Ik heb dat aangehoord en gezegd: we willen een totaalplaatje van de toekomst met of zonder fusie of samenwerking en een financiële onderbouwing, maar ze zeiden: we moeten nu beslissen. Dat noem ik chantage, zo wenste ik niet te onderhandelen en toen zeiden ze: nou, dan wordt de hele tent gesloten.”

Bosman en Cooiman: “De FNV heeft willens en wetens de publiciteit gezocht en ons daarmee het gras voor de voeten weggemaaid. En als men de suggestie wekt dat de aandeelhouders hier alleen maar beter van willen worden dan zeggen wij: die aandeelhouders hebben in die twee jaar nog nooit één cent verdiend op de 9 miljoen gulden die ze samen in de onderneming staken. Van die 9 miljoen dreigen ze bij een faillissement de helft te verliezen. (De schuld van Mommers bedraagt al 5 miljoen gulden). Dankzij deze drie mensen hebben we hier nog twee jaar door kunnen draaien.”

    • Max Paumen