Fans verstoren vriendschap

ATHENE, 6 JULI. De Griekse onderminister voor sport, Jorgos Lianis, en 's lands veteraan-basketbalspeler Panayótis Jannakis beginnen vandaag een goodwill-missie naar Belgrado in een poging tot herstel van wat hier wordt genoemd “de traditionele Grieks-Servische vriendschap”. Deze heeft afgelopen zondagavond een onverwachte deuk gekregen door het gedrag van duizenden Griekse toeschouwers bij de finale van het hier georganiseerde Europese basketbalkampioenschap, waarbij Joegoslavië als winnaar uit de bus kwam.

Deze combinatie van Servië en Montenegro mocht voor het eerst weer meedoen aan een groot sportevenement na een embargo van ruim drie jaar, en dat zij de roemruchte reputatie van het oude Joegoslavië op basketbalgebied heeft bevestigd, heeft in Belgrado groot enthousiasme gewekt. Dit wordt echter vermengd met woede tegen het organiserende land, dat als vierde eindigde na tweemaal door de Joegoslaven te zijn verslagen.

Het 20.000-koppige publiek in het spiksplinternieuwe stadion, opgestookt door een fanatieke sportpers, verslaggevers maar ook op een gegeven moment bovengenoemde minister, geraakte er van overtuigd dat de nederlagen waren te wijten aan het gedrag van de scheidsrechters, belichamingen van wat hier wordt genoemd de “Joegoslavische lobby” binnen de wereldbasketbalfederatie FIBA, waarvan de president een Joegoslaaf is.

Tijdens de finale tussen Litouwen en Joegoslavië liet het publiek onversluierd van sympathie voor eerstgenoemd land blijken en toen dit op het nippertje verloor brak de hel los. Er werd “Litouwen, Litouwen” gebruld, zelfs tijdens het Joegoslavische volkslied, dat door de spelers geëmotioneerd werd meegezongen. Een Joegoslavische speler maakte “oneerbare gebaren” naar het publiek. De Kroaten die als derde waren geëindigd verlieten op hun beurt voortijdig de ceremonie, nadat ze als eersten hun prijzen hadden gekregen.

Diezelfde avond kwam het in Belgrado tijdens het overwinningsfeest tot anti-Griekse demonstraties. Duizenden bestormden de Griekse ambassade, braken er de ruiten en probeerden de vlag omlaag te halen. Er werden leuzen geroepen als “we hebben jullie niet nodig”, “Skopje heet Macedonië”, “Cyprus is Turks” en “Turkije geef ze van katoen” (of een grovere variant van dit laatste). In de dagen daarna werden vele toeristische reizen afgezegd. Griekse studenten in Servië kregen het moeilijk en in Novi Sad werd een Griekse restauranthouder gemolesteerd.

Het dagblad Politika wekte president Milosevic op Macedonië onder die naam te erkennen. Er lopen al langere tijd geruchten dat deze erover denkt, als hij toch zwicht voor de Westerse druk aangaande de erkenning van Bosnië, ook Macedonië bij die erkenning “mee te nemen”. Het is trouwens een publiek, maar hier nooit uitgesproken geheim dat Milosevic in particuliere gesprekken deze naam al geruime tijd bezigt, zonder toevoegsels.

De verwachting is dat op korte termijn de idylle van de Servisch-Griekse vriendschap met enig vertoon zal worden hersteld. Premier Papandreou heeft zijn diep leedwezen uitgesproken en volgens het Atheense dagblad Ethnos zal Lianis komen met het voorstel, een “orthodoxe Olympiade” te houden waaraan ook Rusland en Bulgarije zouden kunnen deelnemen.