'Europa en de VS moeten samen agressief tegen Japan optreden'

Het ene handelsconflict tussen de Verenigde Staten en Japan is nog niet afgewikkeld, of het volgende dient zich alweer aan. Na de auto's en auto-onderdelen is nu de beurt aan fotomateriaal en luchtvrachtdiensten. De Amerikaanse klachten zijn hetzelfde - de Japanse markt is gesloten - en de Amerikaanse aanpak ook: hard. Stuart Eisenstadt, de Amerikaanse ambassadeur bij de Europese Unie, toont zich een groot voorstander van het resultaat-gerichte handelsbeleid dat de regering-Clinton voert. “We hebben inmiddels zo'n vijftien bilaterale akkoorden afgesloten ten aanzien van een groot aantal verschillende produkten. Dat levert tastbare resultaten op.”

Stuart Eisenstadt is niet gevoelig voor kritiek van de Europese Unie op de Amerikaanse aanpak. Een ogenblik verliest hij zijn diplomatieke afstandelijkheid: “Het is frustrerend dat velen in Europa hun kritiek richten op de acties die wij nemen om markten elders te openen, in plaats van ons te steunen. Als Europa zou samenwerken met ons, zouden de Verenigde Staten niet in de eenzame positie verkeren om steeds met sancties te moeten dreigen.”

“De EU hanteert een ander onderhandelingstaktiek en leunt meer achterover”, verklaart Eisenstadt de terughoudende opstelling van de EU. “Misschien omdat men weet dat de VS een agressievere benadering kiest. We waren bezorgd over het negatieve standpunt dat de EU innam. Een gezamenlijke, agressieve aanpak van landen die hun markten gesloten houden, zou beter zijn. Als de VS en Europa één lijn trekken, zou dat een krachtig signaal zijn in de richting van de Aziatische landen dat ze Europa en de VS niet tegen elkaar kunnen uitspelen. Dat is precies wat er nu gebeurt.”

Vorige week bereikten Japan en de VS een akkoord over de handel in auto's en auto-onderdelen. Enkele uren voordat de VS de invoertarieven op Japanse luxe-auto's bij wijze van vergeldingsmaatregel dreigden te verdubbelen, werden de onderhandelaars het eens. De EU vreesde buitengesloten te worden. “Wij hebben vanaf het begin gesteld dat dit een bilaterale kwestie tussen de VS en Japan was, maar dat Europese ondernemingen profijt van onze actie zouden hebben”, zegt Eisenstadt. “Het akkoord is afgesloten onder het beginsel van de meest-begunstigde landen-status. Dit wil zeggen dat de marktopening die wij hebben bereikt, niet alleen geldt voor de Amerikaanse automobiel- en auto-onderdelenindustrie, maar ook voor die in Europa.” Als voorbeeld noemt hij de aankondiging van vorige week dat Mitsubishi bijna een half miljard dollar gaat investeren in uitbreiding van Nedcar, in samenwerking met de Nederlandse overheid en Volvo.

Gedraagt de EU zich als een passagier die gratis meelift?

“Ik wil geen specifieke term gebruiken. Maar het is duidelijk dat wij nu al een aantal jaren het zware werk met Japan hebben gedaan.”

Het Amerikaanse handelsbeleid wordt gekritiseerd omdat het wordt beschouwd als een opmaat naar gestuurde handel.

“We maken voortdurend duidelijk dat we geen voorstanders zijn van gestuurde handel. We zijn niet uit op een kunstmatig marktaandeel voor onszelf. Alleen het halfgeleidersakkoord (1986 en 1991, red.) ging in die richting en dat werd niet onder de huidige maar onder vorige regeringen afgesloten.

Wel proberen we objectieve criteria vast te stellen, waarmee je kunt afmeten of de beloften die Japan doet, worden nagekomen. Op het gebied van de auto-onderdelen hebben we onze eigen schattingen gemaakt van wat we kunnen verwachten. Maar geen enkele afspraak komt neer op een quota-regeling of gestuurde handel.

We gaan er van uit dat Japan serieus is ten aanzien van wat de autofabrikanten hebben toegezegd. Sommige afspraken zijn structureel, zoals de verruiming van het aantal dealers van Amerikaanse auto's in Japan. De Japanse regering onderneemt op dit punt actie. Het zelfde geldt ten aanzien van garages en het gebruik van buitenlandse onderdelen.''

Die actie bestaat uit een brief van het Japanse ministerie van handel en industrie, MITI, aan de auto-dealers...

“Eén van de redenen waarom Japanse dealers zo terughoudend zijn om Amerikaanse auto's te verkopen is dat ze veronderstellen dat het indruist tegen het beleid van MITI. In die brief zal MITI duidelijk maken geen bezwaren te hebben, integendeel, dat het in overeenstemming met het beleid van MITI is. Dat is heel belangrijk. Het zal leiden tot een verruiming van de mogelijkheden voor Amerikaanse fabrikanten om dealers te vinden die hun auto's willen verkopen.”

Op papier zien akkoorden met Japan er altijd prachtig uit, maar in de Japanse praktijk verandert niets.

“Precies. En daarom proberen we zo objectief mogelijke criteria te hebben om de resultaten te kunnen meten.”

Gaan de VS dezelfde harde aanpak volgen met het conflict over fotomateriaal en luchtvracht?

“Ten aanzien van de vrachtvluchten gebruiken we dezelfde taktiek. Als vergelding voor de Japanse weigering om toestemming te geven aan Federal Express om vrachtvluchten uit te voeren tussen de Filippijnen en Japan, hebben we inmiddels aangekondigd dat twee Japanse maatschappijen geen toestemming krijgen om luchtvracht te vervoeren tussen Aziatische luchthavens en de VS. Op basis van het bilaterale luchtvaartverdrag van 1952 hebben we absoluut recht op die luchtverbindingen. Dat is kristalhelder.

In het geval van Kodak ligt de zaak iets anders. Dit bedrijf heeft een klacht ingediend dat het kunstmatig uit de Japanse markt gehouden wordt door Fuji en de Japanse regering. De Amerikaanse regering moet nu het proces van de handelswet 301 doorlopen en die klacht onderzoeken. Dat is nog niet gebeurd.''

Eisenstadt komt terug op de positie van de Europese Unie in handelsconflicten. “Sir Leon Brittan (de handelscommissaris) heeft ook zijn zorgen geuit dat de Japanse markt niet zo open is als hoort. Tussen de VS en de EU is niet zozeer sprake van een verschil in analyse maar van een verschil in taktiek. Na jarenlange ervaringen met onderhandelingen met Japan zijn wij tot het inzicht gekomen dat je geen resultaten bereikt, tenzij je heel concreet bent.”

Ondermijnen de VS daarmee niet de regels van de Wereldhandelsorganisatie WTO, die begin dit jaar als opvolger van de GATT in werking is getreden?

“Veel mensen, ook in de EU, beweren dat wij ons niet houden aan de beginselen van de WTO. Daarmee zijn wij het niet eens. Mickey Kantor (de Amerikaanse handelsgezant) heeft duidelijk gezegd dat voorzover de gewraakte praktijken op het gebied van de auto's en auto-onderdelen in strijd zijn met de regels van de WTO, wij die in het kader van de WTO zouden aanklagen. Maar we gebruikten ook onze handelswet 301 omdat sprake was van kwesties die niet onder WTO-regels vallen. Voor elementen die niet juridisch door de WTO worden gedekt, is ieder land gerechtigd om zijn eigen handelswetgeving te gebruiken.”

De VS gebruiken het handelsinstrument om de Japanse economie te veranderen.

“De VS meten zich niet het recht aan de interne werking van een ander land te veranderen. Maar op handelsgebied zijn in opeenvolgende GATT-rondes internationale normen vastgesteld. Een land dat lid is van de WTO - met name een vooraanstaande economie zoals Japan - moet voldoen aan de normen van eerlijke en open concurrentie.

Geen enkel land is perfect, maar in het geval van Japan zijn de imperfecties heel diep geworteld. Japan maakt gebruik van de open markten in Europa en de VS, terwijl het geen vergelijkbare openheid van zijn eigen markt biedt. Dat is in deze tijd van een wereldwijde economische samenhang geen binnenlandse aangelegenheid meer. Als Bangladesh in verband met zijn ontwikkeling zou zeggen dat het zich afsluit van concurrentie, is dat tot daar aan toe. Maar we hebben het hier over de tweede economie in de wereld en per hoofd van de bevolking waarschijnlijk de eerste.''

Wat is er tegen dat Japan veel meer auto's op de Amerikaanse markt verkoopt dan omgekeerd? De Verenigde Staten verkopen veel meer vliegtuigen aan Japan.

“Dat is een goed argument, zolang landen zich houden aan de regels van vrijhandel. Ik ben een aanhanger van het beginsel dat ieder land bepaalde voordelen heeft, waarvan het gebruik moet maken. Maar dat beginsel wordt verstoord als landen kunstmatig ònze beste produkten, waarin we een comparatief voordeel hebben, buiten hun grenzen houden.

De VS zijn bijvoorbeeld goed in financiële diensten. Wij zijn van mening dat het oneerlijk is ons comparatieve voordeel niet te kunnen maximaliseren, terwijl we wèl toestaan dat de Koreanen en Maleisiërs hun comparatieve voordeel op onze markt kunnen benutten.''

Met als gevolg dat de VS vorige week de onderhandelingen om de financiële dienstverlening binnen de regels van de WTO te brengen, hebben afgebroken.

“Een aantal ontwikkelingslanden was niet bereid hun bestaande marktopening te handhaven. Het betekende dat we slechter af zouden zijn na het bereiken van een WTO-akkoord over financiële diensten dan we nu zijn.

Na de Tweede wereldoorlog bestonden er geen internationale regels voor de handel in industriële produkten. Met de dienstverlening bevinden we ons in dezelfde situatie en we staan nu op het punt om een sprong in het diepe te maken. Niet alle landen bevinden zich in dezelfde positie, sommige landen zoals de VS hebben een voorsprong wat betreft de toegang tot hun eigen markten. Dat is niet zo erg, maar er moet wel sprake zijn van een bereidheid tot een vergelijkbaar niveau van toegankelijkheid te komen. De landen die nu het meest dwars liggen, zijn geen arme ontwikkelingslanden, maar landen zoals Korea. Die zijn hoog ontwikkeld, efficiënt en heel protectionistisch.

We willen de financiële diensten het liefst onder WTO-regels hebben, maar niet als onze markten open zijn en die van andere landen gesloten blijven. Wat zou de prikkel zijn voor India of Korea om hun markten voor financiële diensten te openen als wij ze de meest-begunstigde natie-status zouden verlenen maar zij daar niets vergelijkbaars tegenover stellen?''

De buitenwereld ziet dit als een nieuw voorbeeld van de unilaterale aanpak door de VS en een verwijdering van multilateralisme.

“Dat is geen eerlijke kritiek. In het Congres zijn wel een aantal mensen die dit graag zouden willen. Sommige conservatieve, populistische Congresleden die in 1994 gekozen werden, zijn voorstanders van economisch nationalisme en protectionisme. Dit Congres is wel iets protectionistischer dan het vorige. Dat is zorgwekkend, maar de regering heeft aangetoond niet protectionistisch te zijn. We houden de bestaande openheid op het gebied van financiële dienstverlening in stand. Ook in het geval van het auto-conflict waren we er niet op uit om onze markt te sluiten.”

Een tarief van 100 procent op geïmporteerde luxe auto's is toch een andere manier om te zeggen dat de grenzen dicht gaan?

“Het doel was niet om Japanse luxe-auto's van onze markt te weren. Die worden volop in Amerika verkocht en daar hebben we geen enkel probleem mee. We kondigden die maatregel aan als een instrument om de Japanse markt te openen. Op de een of andere manier wordt dit eenvoudige, maar fundamentele feit vergeten. Alles wat we hebben gedaan hebben met Japan, of in het geval van de financiële diensten met andere landen, is niet om onze markt te beschermen tegen concurrentie, maar om een hefboom te hebben om andere markten te openen.”

Is het mogelijk dat Europa en de VS op handelsgebied nader tot elkaar komen? Bijvoorbeeld in het kader van een Trans-Atlantisch Vrijhandelsakkoord (TAFTA) waarover gedacht wordt?

“Er bestaan grote politieke, juridische en economische belemmeringen voor een vrijhandelsverdrag tussen Europa en de VS, maar dat betekent niet dat we niets kunnen doen. We kunnen vrijere handel, een open investeringsklimaat en meer samenwerking bij handelsbeleid nastreven. Dan heb je ook minder kans op steeds oplaaiende ruzies over bananen, films of de behandeling van Japan.

Nu de koude oorlog voorbij is, wordt duidelijk dat een uitsluitend militaire en veiligheidsrelatie tussen de VS en Europa niet langer voldoende is - van hoe groot belang die ook blijft. Minister van buitenlandse zaken Christopher heeft onlangs over het Trans-Atlantisch Economisch Initiatief gesproken, de noodzaak onze economieën binnen het kader van de WTO nauwer op elkaar af te stemmen en om gemeenschappelijke doelstellingen te formuleren, net zoals we met de Aziaten in APEC en met de Latijnsamerikanen in de Summit of the Americas hebben gedaan. Dit past heel goed in onze definitie van nationale veiligheid, die niet langer uitsluitend militair is, maar ook economisch en diplomatiek.''

Is er perspectief dat hier vaart in komt? De EU is in de ban van zijn eigen problemen, zoals de Intergouvernementele conferentie van 1996.

“Op de bijeenkomst van Clinton, Chirac en Santer in Washington op 14 juni is afgesproken dat er een Amerikaans-Europese werkgroep komt op hoog niveau, die opdracht krijgt om een 'Transatlantische agenda voor de 21 ste eeuw' op te stellen. Die zou onder het Spaanse voorzitterschap van de EU (tot eind 1995) aan het werk moeten gaan. Wij willen dat dit afgerond is tegen het einde van het jaar. Het moet meer inhouden dan de vaststelling dat we het eens zijn over motherhood, apple pie and human rights. Het moet een concrete invulling geven van wat we samen kunnen doen op de korte termijn en er moet een visie uitkomen over samenwerking op de lange termijn op niet-militair terrein.

Wat gaan we samen doen, hoe gaan we het doen en wat voor raamwerk hebben we daar voor nodig? Wij denken daarbij aan zaken die we nu beiden apart doen, zoals voedselhulp aan de Kaukasus, economische hulp aan de Palestijnen, humanitaire hulpverlening in Afrika. Christopher wil dat we de stap maken van overleg naar gemeenschappelijk optreden, zodat we niet naast elkaar werken maar samenwerken.''

Denkt U dat zoies in zes maanden geregeld kan worden?

“We geloven niet dat we in zes maanden de wereld opnieuw kunnen uitvinden, maar we kunnen wel een visie uitwerken die niet zo algemeen is geformuleerd dat hij nutteloos is.