Eigen taal als straf

'Het politieke klimaat verhardt', is het commentaar van leerkracht Turgut Ersoy op de plannen van staatssecretaris Netelenbos om het onderwijs in eigen taal (OET) voor migrantenkinderen vanaf 1997 buiten schooltijd te laten plaatsvinden. 'Hier zie je nu het Bolkestein-effect in het onderwijs', preciseert Ersoy, gezeten in zijn lokaal op de school voor moeilijk lerende kinderen, de Brug, in Schiedam. Vanaf de wand kijkt Atatürk streng doch rechtvaardig de klas in. Op schoolplaten is het Turkse alfabet afgebeeld en plaatjes uit tijdschriften tonen het natuurschoon in het land van herkomst. 'Twintig jaar wordt er nu al gediscussieerd over de plaats van OET in het onderwijs', vervolgt Ersoy, 'en altijd hebben de politieke argumenten de boventoon gevoerd.'

Turgut Ersoy is sinds zeventien jaar werkzaam als OET-leraar en verdeelt zijn tijd over drie verschillende scholen in Schiedam. Daarnaast is hij vakbondssecretaris van sectie OET-leraren in de ABOP. In die hoedanigheid vraagt hij zich af of het toeval is dat deze plannen zo vlak voor de zomervakantie worden gepresenteerd. Actievoeren wordt op deze manier een stuk moeilijker, meent Ersoy: Ik weet zeker dat er anders duizenden allochtone ouders op het Binnenhof hadden gestaan om tegen de voorstellen te protesteren. Turkse en Marokkaanse ouders vinden OET binnen schooltijd erg belangrijk. Op de drie scholen waar ik werk volgen alle Turkse kinderen de OET-lessen.'

In de nota 'Onderwijs in allochtone levende talen', pleit staatssecretaris Netelenbos voor een gevarieerder OET-aanbod. Onderwijs in eigen taal moet niet alleen op meer plaatsen in het land worden aangeboden, maar zou ook gericht moeten zijn op een breder scala van migrantengroepen. Daarvoor stelt de staatssecretaris boven de 75 miljoen gulden die er op dit moment voor OET wordt uitgetrokken, 10 miljoen extra ter beschikking. Nu zijn het vooral Turkse en Marokkaanse kinderen in de steden die onder schooltijd OET volgen. In het kader van de decentralisatie krijgen de gemeenten de verantwoordelijkheid voor de verdeling van de OET-gelden toebedeeld. Daarnaast wil Netelenbos dat de lessen buiten schooltijd worden gegeven, omdat de allochtone kinderen - die vaak toch al met een achterstand kampen - de reguliere lessen niet kunnen missen. De plannen zijn eind juni met instemming door het kabinet begroet.

OET-leraar Ersoy is minder enthousiast en bestrijdt dat OET onder schooltijd de achterstand van migrantenkinderen zou vergroten. 'Er is geen enkel onderzoek dat vaststelt dat kinderen die geen OET krijgen of alleen buiten schooltijd OET-lessen volgen, beter zouden presteren dan kinderen die tijdens de schooluren onderwijs in eigen taal krijgen. De wetenschapper zegt heel wat anders dan de politicus.'

De tweetalige aanpak binnen school die Ersoy voorstaat kan kinderen naar zijn mening juist helpen het Nederlands beter onder de knie te krijgen en hun kansen in het onderwijs te vergroten. 'De leerlingen op de scholen waar ik werk zijn vaak afkomstig uit sociaal zwakkere gezinnen. De vierjarigen komen met een taalachterstand in de eigen taal op school die kan oplopen tot anderhalf jaar. Ze spreken vaak geen woord Nederlands. Als je op dat moment het onderwijs niet laat aansluiten op hun eigen taalniveau wordt de achterstand alleen maar groter.' Op de Schiedamse basisschool De Taaltuin, waar Ersoy eveneens als OET-leraar werkt, wordt aan de kleuters dan ook tweetalig onderwijs aangeboden door een van oorsprong Turkse juf. In de groepen drie en vier, als de kinderen gaan lezen en rekenen, komt er meer nadruk op het Nederlands als tweede taal en de oudere kinderen krijgen nog maar twee uur per week OET. Voor alle groepen, van één tot en met acht staat extra Nederlands op het rooster. 'Ik behandel in de OET- lessen grotendeels dezelfde thema's als in de eigen klas', legt Ersoy uit. 'Uitbreiding van de woordenschat in beide talen staat voorop.'

Als OET verbannen wordt naar tijdstippen buiten de reguliere lestijden zou het wel eens afgelopen kunnen zijn met een dergelijk geïntegreerd taalbeleid, vreest Ersoy. 'Het wordt puur Turkse taalles, van aansluiting met de rest van het onderwijs is dan geen sprake meer.' Er zijn ook nog andere redenen om de thuistaal van de leerlingen binnenschools te houden, vindt hij. Kinderen zullen het als een 'straf' ervaren als ze na schooltijd nog naar OET moeten, en het trotse gevoel tweetalig te zijn, zou daarmee wel eens kunnen verdwijnen. Ook over de positie van de OET-leraren maakt Ersoy zich zorgen. 'Zij willen volwaardig teamlid van de school zijn en niet een tweederangs leerkracht die af en toe kan komen opdraven om te tolken.' OET-leraren spelen een niet te verwaarlozen rol in het contact tussen de school en de ouders, waarschuwt hij: 'Wij zijn de motor achter de ouderparticipatie.'

Het onderwijs in eigen taal heeft zich de afgelopen twintig jaar onder een moeilijk gesternte moeten ontwikkelen en er is zeker ook energie verspild, erkent Ersoy. 'Maar juist nu zijn we met de kerndoelen Turks, nieuwe, aangepaste leermiddelen en bijscholing voor zowel OET- als reguliere leraren op een punt gekomen dat we de knelpunten uit het verleden kunnen wegwerken. Als OET niet goed functioneert is de kans groot dat Moskee-organisaties op dat gebied meer invloed krijgen en dat ouders eerder geneigd zijn hun kinderen naar islamitische scholen te sturen.'