Defect in AT-gen belangrijke veroorzaker erfelijke borstkanker

Onderzoekers van de universiteit van Tel Aviv hebben een gen geïdentificeerd dat, als het defect is, niet alleen leidt tot een zeldzame recessief erfelijke ziekte (ataxia teleangiëctasia) maar dat tegelijk de belangrijkste erfelijke factor kan zijn bij het ontstaan van borstkanker (Science, 23 juni).

Ataxia teleangiëctasia (AT) gaat gepaard met een merkwaardige combinatie van symptomen, zoals evenwichtsstoornissen door afwijkingen in de kleine hersenen (ataxie) op de kinderleeftijd, typische vaatverwijdingen (teleangiectasieën), een gestoorde afweer en een grote gevoeligheid voor bloed- en huidkanker. Patiënten met deze ziekte kunnen niet tegen straling: radiotherapie veroorzaakt bij hen grote wonden. Blijkbaar hebben ze een sterk verminderd vermogen om DNA-schade na bestraling te repareren.

De identificatie van het AT-gen heeft grote consequenties voor het onderzoek naar kanker. Er zijn epidemiologische aanwijzingen voor de rol van dit gen bij een groot aantal erfelijke vormen van kanker. Zo hebben Amerikaanse epidemiologen berekend dat vrouwen met één defecte kopie van het AT-gen (AT-patiënten hebben 2 defecte kopieën) ruim vijf keer zoveel risico op borstkanker lopen dan anderen.

Als dit juist is, zou een defect in het AT-gen de meest voorkomende op zichzelf staande oorzaak zijn van borstkanker. Want de ziekte ataxia teleangiëctasia mag dan zeldzaam zijn (10 à 20 per 1.000.000), zeker 1% van de bevolking is in het bezit van één defect AT-gen. Daarmee zou dit gen verantwoordelijk kunnen zijn voor meer gevallen van kanker dan het vorig jaar geïsoleerde borstkankergen BRCA1. De Amerikaanse onderzoekers hebben al de mogelijkheid geopperd dat ook mensen met één defect AT-gen extra gevoelig zijn voor straling. Voor vrouwen met één zo'n defect gen zou het nut van de vroege ontdekking van borstkanker met behulp van een mammogram weleens tenietgedaan kunnen worden door het risico dat deze bestraling voor hen oplevert.

Het AT-gen bevindt zich op de lange arm van chromosoom 11. De functie van het eiwitproduct waarvoor het codeert is nog niet duidelijk, maar bij een eerste analyse zag men sterke overeenkomsten met eiwitten die een rol spelen bij het reguleren van de celgroei en eiwitten die de celdeling tijdelijk blokkeren bij DNA-beschadiging door ultraviolette of röntgenstraling. Dat zou de rol van dit gen bij het ontstaan van kanker verklaren. Onduidelijk blijft waarom bij AT-patiënten zenuwcellen in de kleine hersenen afsterven.

Bij alle tot nu toe onderzochte AT-patiënten (waarvan een aantal onder behandeling staat bij de Rotterdamse Erasmusuniversiteit) zijn mutaties in het AT-gen aangetroffen. Omdat dit gen zo lang is, zijn veel verschillende mutaties mogelijk. Dat bemoeilijkt het ontwikkelen van een bruikbare test.

    • Bart Meijer van Putten