Darmkanker

De wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad van 8 juni jl. bevat een interessant artikel van prof. Borst waarin hij diverse aspecten van darmkanker zoals genetische achtergronden van het ontstaan van de ziekte alsook van uitzaaiingen, vroeg-diagnostiek en therapie bespreekt. Terecht meldt hij dat de reslutaten van chemotherapie slechts langzaam verbeteren en dat derhalve veel wordt verwacht van immunotherapie. Hij noemt hierin de resultaten van Riethmueller, waarbij patiënten met een antistof tegen darmkankercellen werden behandeld, als slechts leidend tot een bescheiden verlenging van de ziektevrije overleving.

Een meer positieve mening over de Riethmueller studie werd verwoord in een editorial in de Lancet, een toonaangevend medisch vakblad waarin werd gezegd: “De werkelijke en historische betekenis van Riethmuellers studie is het feit dat het de eerste antistof beschrijft met een bewezen levensreddende capaciteit in een veel voorkomende solide kanker. Dit zal zeker een nieuwe golf van optimisme veroorzaken in de tumor immunologie”.

De feiten zijn dat na vijf jaar, in de met antistof behandelde groep, 51% van de patiënten ziektevrij was tegenover 34% in de niet-behandelde controlegroep (statistische significantie p=0.027). Deze verbetering is van dezelfde grootte orde als welke bereikt kan worden met één jaar intensieve chemotherapie. De behandeling is inderdaad duur maar hetzelfde zal waarschijnlijk gelden voor de nog te ontwikkelen vormen van immunotherapie, waarvan - volgens prof. Borst - de meeste onderzoekers meer verwachten.

De behandeling met antistof heeft weinig bijwerkingen, zeker vergeleken met chemotherapie. Verdere verbetering van de behandelingsresultaten lijkt mogelijk door combinatie met andere antistoffen of door betere toedieningsschema's. Het is op dit moment niet mogelijk vergevorderde ziekte met antistof (of chemotherapie) te behandelen.

De antistof is inmiddels in Duitsland toegelaten voor de behandeling van vroege darmkanker en wordt geproduceerd door Centocor in Leiden.