Brandweerlieden zijn omgekomen door verstikking

AMSTERDAM, 6 JULI. De drie brandweerlieden die in april zijn omgekomen bij het bestrijden van een brand in Amsterdam, zijn door verstikking om het leven gekomen.

Dit blijkt uit het onderzoeksrapport dat de brandweer vanmiddag heeft openbaar gemaakt. De oorzaak van de brand is nog altijd niet achterhaald.

De brand brak op de avond van 19 april uit in een opslagloods voor vodden in Amsterdam-Noord. De drie brandweerlieden hadden zichzelf met een slijpmachine toegang verschaft tot de loods. Conform hun taak als redploeg in de eenheid van zeven man gingen twee van hen in het pand op zoek naar eventueel aanwezige mensen of dieren. De derde voerde de straalpijp voor de 'binnenaanval' die zo snel mogelijk de brandhaard probeert te bereiken. Alledrie waren zij uitgerust met een persluchtmasker en zuurstof voor twintig minuten.

De brand is volgens de onderzoekers (leden van de brandweer en de GG en GD) waarschijnlijk ontstaan in de opgeslagen voddebalen. De eerste tijd heeft de brand voornamelijk gewoed tussen het plafond van gestuct steengaas en het dak. De plafondconstructie is door de hitte zodanig verzwakt dat een deel ervan instortte toen de drie brandweerlieden zich binnen bevonden.

De instorting dreef de drie uiteen en sneed hun de terugweg af. Twee van hen probeerden de weg terug te vinden, de derde probeerde langs een andere weg naar buiten te komen. Zij kregen daarvoor de tijd niet. Toen de lucht in hun persluchttoestel op was, probeerden zij buiten hun masker om te ademen. Daarbij raakten ze bedwelmd door de rookgassen.

De onderzoekscommissie concludeert dat zowel de drie brandweerlieden als de leiding conform de procedures en regels hebben gehandeld. Wel doen zij enkele aanbevelingen naar aanleiding van hun bevindingen.

De drie brandweerlieden hadden hun persluchttoestel al ingeschakeld voor zij naar binnen gingen. Uit de tijdbalk die de onderzoekers hebben gemaakt, blijkt dat zij al 13 minuten zuurstof (van de 20) hadden opgebruikt toen zij naar binnen gingen. De onderzoekers bevelen aan, het gelaatstuk van het persluchttoestel zo aan te passen dat het ook mogelijk is buitenlucht in te ademen zolang dat kan.

De commissie heeft ook onderzocht in hoeverre het gebrek aan communicatiemiddelen een rol heeft gespeeld bij het dodelijk ongeval. Bij de Amsterdamse brandweer hebben alleen de bevelvoerder en de wagenbestuurders een portofoon. De ingesloten brandweerlieden konden dus op geen enkele manier laten weten dat zij in nood verkeerden. Ook de blussers die van bovenaf zagen dat een deel van het dak instortte, konden dat niet aan hun bevelvoerder doorgeven. De commissie is van mening dat ten minste elke blusploeg moet kunnen communiceren met haar bevelvoerder en beveelt daarom aan op de kortst mogelijke termijn daarvoor middelen ter beschikking te stellen aan iedere uitrukploeg.