Affaire-Koerden zit Turken nog dwars

DEN HAAG, 6 JULI. De betrekkingen tussen Nederland en Turkije zijn weer goed maar nog voor verbetering vatbaar. Dit maakte de Turkse ambassadeur in Nederland, Z. Çelikkol, gistermiddag duidelijk na een verblijf van enkele maanden in Turkije.

In april was hij “voor overleg” teruggeroepen naar Ankara uit protest tegen het toestaan door de Nederlandse regering van de oprichtingsvergadering in Den Haag van het Koerdische parlement in ballingschap. De Turken zien dit parlement als een mantelorganisatie van de verboden Koerdische Arbeiderspartij (PKK), die streeft naar een onafhankelijke staat voor de Koerden.

Çelikkol had gisteren de pers ontboden in zijn residentie om een verklaring af te leggen. Hij tracteerde op zoete broodjes, vers gebakken door zijn eigen kok, maar toonde weinig inschikkelijkheid jegens de Nederlandse regering. De affaire zit de Turken nog steeds dwars.

Çelikkol, minzaam lachend, was “erg blij” dat hij weer terug was, na een koud voorjaar in de betrekkingen met Nederland. In de vierhonderd jaar lange relatie tussen beide landen was de sfeer zelden zo slecht; een gevolg van de oprichtingsvergadering van het Koerdische parlement in ballingschap, op 12 april in Den Haag. Hoewel de Nederlandse regering vooraf zeer in zijn maag zat met deze bijeenkomst, ontbraken mogelijkheden om de vergadering, in het Haagse Congresgebouw, te verbieden. Het ongenoegen over de vrijheid van vergadering en vrijheid van meningsuiting die de Koerden ten deel viel, leidde ertoe dat de betrekkingen op een laag pitje kwamen te staan.

“Met die vergadering wilde de PKK de soevereiniteit en de territoriale integriteit van de Turkse Republiek ondermijnen”, aldus Çelikkol, “evenals de vierhonderd jaar oude, diepgewortelde vriendelijke betrekkingen tussen Nederland en Turkije”. Çelikkol sprak van een “ernstige crisis” tussen beide landen. In de afgelopen maanden werden de meningsverschillen tot aanvaardbare proporties teruggebracht, via contacten tussen beide ministeries van buitenlandse zaken en van binnenlandse zaken. Nederland leverde enkele weken geleden een bijdrage aan normalisering van de betrekkingen door bedrijven weer exportvergunningen te verstrekken voor militaire materieel aan Turkije. Uit protest tegen acties van het Turkse leger tegen de Koerden in Noord-Irak mochten Nederlandse bedrijven enige tijd geen militaire goederen aan Turkije leveren. Enkele dagen nadat Nederland deze maatregel ongedaan had gemaakt, schrapten de Turken Nederland van de 'rode lijst' van landen waaruit geen militaire goederen ingevoerd mogen worden. Eind vorige week reisde Çelikkol weer van Ankara naar Den Haag om zijn werk te hervatten.

De ambassadeur kwalificeerde de betrekkingen nu als 'goed', maar moest toegeven dat de verhouding nog niet optimaal is. Hij liet blijken dat het stadium van hevige verontwaardiging nu wel gepasseerd is, maar ook dat Ankara de omstreden vergadering van de Koerden in ballingschap nog steeds beschouwt als “een schending van de territoriale integriteit” van Turkije. “We moeten elkaars territoriale integriteit juist garanderen.” Hij verwees naar internationale afspraken daarover, zoals in het Handvest van de Verenigde Naties, boven nationale wetgeving gaan.

Op korte termijn zullen er volgens Çelikkol nog “contacten op hoog niveau” plaatsvinden, “voor een voortzetting van de bilaterale contacten en om het uit de weg ruimen van misverstanden mogelijk te maken”. Çelikkol wilde geen nadere details over het vervolg van de 'dialoog' tussen Nederland en Turkije geven. Minister Dijkstal (binnenlandse zaken) zal een bezoek aan Turkije brengen, maar zijn departement kan nog niet zeggen wanneer dat zal gebeuren en waarover precies gesproken gaat worden.

Minister-president Kok stelde onlangs vast dat wonden met het verstrijken van de tijd helen. Bij het begin van de diplomatieke rel reageerde hij laconiek op de Turkse woede over het toestaan van de vergadering in Den Haag. “Een land dat zelf inbreuk maakt op het volkenrecht door de inval in Noord-Irak, hoeft niet voorop te lopen om Nederland aan te sporen de grondwet opzij te zetten”, aldus Kok in april.