Vreugde markten over zege Major maakt al snel plaats voor argwaan

AMSTERDAM, 5 JULI. De Londense effectenbeurs anticipeerde er gisteren overdag al op met een stijging van 25 punten voor de beursindex, de obligatiekoersen trokken tijdens de daghandel al aan en het pond sterling krabbelde een cent op. Net als bij de parlementsverkiezingen van 1993, toen de zittende conservatieve regering onder leiding van John Major tegen de peilingen in Neil Kinnock's Labourpartij versloeg, voelde de financiële markt in Londen gisteren in de loop van de dag de overwinning van Major op zijn rivaal John Redwood haarfijn aan.De markten vierden met de koersstijgingen het einde van de onzekerheid rond het leiderschap in de conservatieve partij, maar na een heuglijk begin van de ochtend viel de juichstemming onder beleggers in de loop van dag al snel stil. De onzekerheid over het leiderschap is dan wel weg, maar over het begrotingsbeleid en de monetaire politiek zijn gedurende kleine twee weken die de strijd om de macht in de Conservatieve Partij duurde, alleen maar meer vragen ontstaan.

Per saldo heeft de verkiezingsstrijd de Britse financiële markten geen goed gedaan. Rond het middaguur vandaag stond de FTSE-index op 3359 punten, zo'n 35 punten hoger dan het slot van maandag, maar nog altijd 13 punten lager dan het slot van de woensdag 21 juni, de dag voordat Major zijn politieke tegenstanders uitdaagde voor de interne verkiezingsstrijd. Het pond sterling steeg na Majors overwinning bijna anderhalve cent tot tegen de 2,48 gulden, maar maakte tegen het middaguur alle winst weer ongedaan op 2,4675 gulden, dat is ruim drie cent lager dan op 21 juni. De kapitaalmarktrente daalde vanmorgen licht, maar is met 8,37 procent nog altijd hoger dan de 8,12 procent waarmee donderdag 22 juni werd begonnen.

Grote vraag in de City is of Majors conservatieve regering zich zal laten verleiden tot een beleid voor de stimulering van de economische groei, om de geslonken kansen voor de parlementsverliezingen van begin 1997 te keren. “Er is tussen Redwood en Major een wedloop ontstaan wie de grootste belastingverlaging beloofde, en Major zal zich nu door zijn eigen achterban gedwongen zien die ook inderdaad uit te voeren,” zegt een analist van Morgan Stanley. Maar juist toen Redwood vorige week woensdag zijn voorstel lanceerde om de lasten met 5,7 miljard pond te verlagen, bleek uit nieuwe begrotingsprognoses dat de overheidsinkomsten zo tegenvallen dat dit jaar meer geld op de kapitaalmarkt moet worden geleend dan gedacht. Tegenover de belastingbelofte, die daar nog bovenop komt, staan vooralsnog vage plannen voor evenredige bezuinigingen.

Ook over het monetaire beleid groeien de onzekerheden. In april dit jaar liet de Bank of England de rentetarieven onveranderd op 6,75 procent na de beleidsbijeenkomst tussen minister van financiën Kenneth Clarke en bankgouverneur Eddie George. Die beslissing was toen al omstreden, omdat de toenmalige verzwakking van het pond sterling en tekenen van een oplopende inflatiedruk George al voorstander hadden gemaakt van een renteverhoging. Vandaag vindt een nieuwe ontmoeting plaats tussen Clark en George. In het Verenigd Koninkrijk beslist de minister van financiën in laatste instantie over de rentepolitiek, en de verwachting is dat Clarke ook nu zal staan op een onveranderd rentetarief.

De officiële ramingen voor de Britse economie die Clarke's ministerie vorige week publiceerde, wijzen inderdaad op een minder grote stijging van de onderliggende inflatie dan aanvankelijk werd gevreesd (tot 3 procent exclusief hypotheektrentelasten). Maar veel analisten beschouwen die inschatting als geflatteerd en zijn wantrouwend. Bijna twee twee decennia is het land geplaagd door een electoraal geïnspireerd monetair beleid, een boom- en bustconjunctuur en bijbehorende ingrijpende rentecorrecties door de Bank of England. Juist onder Kenneth Clarke, de opvolger van Majors verklaarde tegenstander Norman Lamont, had het ambt van minister van financiën zich sinds 1993 weer enig vertrouwen verworven op de financiële markten. Nu de aanwijzingen voor een op groei geöriënteerd begrotings- en geldbeleid zich aaneenrijgen, staat dat vertrouwen wederom ter discussie.