Verzoener Major berekende het risico van zijn lef

LONDEN, 5 JULI. Het is 'slikken' geworden.

De Britse premier Major nam ontslag als leider van de Conservatieve partij om zijn fractiegenoten eraan te herinneren dat de kans op herverkiezing onder zijn leiderschap het grootst is.

Hij is de enige leider die de sterk verdeelde Conservatieven bij elkaar kan houden. Tijdens zijn campagne voor het leiderschap van de afgelopen twaalf dagen heeft hij zich nadrukkelijk onthouden van concessies aan een van beide vleugels. Voortdurend heeft hij zich als de grote verzoener gepresenteerd.

Met zijn ruime overwinning van gisteren heeft hij zijn politieke tegenstanders voorlopig het zwijgen opgelegd. Met zijn verrassingscoup onder het motto 'slikken of stikken' heeft hij er voor gezorgd dat zijn positie voor de algemene verkiezingen van begin 1997 niet meer via een leiderschapsverkiezing ter discussie kan worden gesteld.

Dat betekent dat ook de meest notoire Major-haters weinig andere keuze hebben dan de rijen te sluiten, als ze niet tesamen met hem bij de algemene verkiezingen ten onder willen gaan.

Door zelf het initiatief te nemen, heeft Major het lef en het leiderschap getoond dat de kiezers en zijn partijgenoten zo node misten. Met een ingrijpende herschikking van zijn regering zal hij vandaag proberen om het momentum van zijn zege vast te houden. De leiderschapsverkiezing van gisteren zou achteraf wel eens het keerpunt kunnen blijken in de teloorgang van de Conservatieven. Maar de spanningen binnen de fractie blijven en de wonden zijn diep.

Dertien dagen geleden besloot Major dat het maar eens afgelopen moest zijn met die voortdurende speculaties over zijn positie. Te vaak al was hij door eigen partijgenoten op de korrel genomen als een zwakke leider die de Conservatieven naar de afgrond voerde. Elk jaar opnieuw dreigde de Eurosceptische vleugel met een verkiezing om hem af te zetten.

En dit jaar leek zo'n verkiezing in de herfst ook werkelijk kans te maken. Een historisch verlies bij de verkiezingen besmette ook andere delen van de partij met onvrede en onrust. Meningsverschillen over Europa dreigden tot een burgeroorlog binnen de Conservatieven te leiden. Wijdverbreide rebellie en paniek ondermijnden de partij en verlamden het kabinet.

Major zag kennelijk geen andere mogelijkheid om die vrije val te stremmen dan zelf het inititiatief te nemen. Waarom zou hij wachten tot zijn politieke tegenstanders hun messen hadden gescherpt? Waarom zou hij dralen tot zijn positie nog verder was geërodeerd? Dertien dagen geleden overviel hij vriend en vijand met de aankondiging van een leiderschapsverkiezing. Hij nam ontslag als partijleider en stelde zich direct opnieuw beschikbaar. “Om de lucht te klaren”, zei hij. Om zijn autoriteit te herstellen en de Conservatieven achter zijn banier te verenigen.

'Een gevaarlijke gok', luidden de eerste commentaren. 'Een kamikaze-actie', zeiden anderen. 'Een wanhoopsdaad'. Maar Major is niet een gokker zoals Margaret Thatcher. En hij mist de passie voor dramatische afscheidsrituelen. De premier heeft niet meer dan een berekend risico genomen. Opnieuw heeft hij zijn grote vaardigheid bewezen als overlevingskunstenaar.

De premier is gisteren als grote overwinnaar uit de strijd gekomen. Van de 329 Conservatieve Lagerhuisleden die gisteren mochten stemmen, schaarden zich 218 van de parlementariërs achter John Major.

Dat is 66 procent, meer dan een Conservatieve leider sinds de invoering van de de verkiezingen dertig jaar geleden ooit heeft gehaald, meer ook dan de ruim 60 procent waarmee Labour-leider Tony Blair vorig jaar werd gekozen. Die vergelijking is niet helemaal eerlijk, omdat geen van die andere leiders ooit als zittende premier van de verkiezing een vertrouwenskwestie maakten. Maar Majors meerderheid was gisteren overtuigend genoeg om te demonstreren dat hij nog altijd door het overgrote deel van de fractie wordt gesteund.

Dat betekent niet noodzakelijkerwijs dat het overgrote deel van de fractie in hem de ideale leider ziet. Alleen waren de alternatieven kennelijk slechter of riskanter. Van meet af aan was duidelijk dat Majors enige tegenkandidaat geen schijn van kans had om tot nieuwe voorman te worden gekozen.

Daarvoor gold John Redwood, de ex-minister voor Wales, teveel als een vertegenwoordiger van de Eurosceptische rechtervleugel. Daarvoor woerd hij beschouwd als te onbekend en te onervaren. Daarvoor was het verkiezingsprogramma dat hij vorige week presenteerde ook te haastig in elkaar geflanst.

Maar de tegenstanders van John Major hadden de tweestrijd ook kunnen gebruiken om de weg te banen voor andere kandidaten. Als de helft van de parlementariërs niet op de premier had gestemd, zouden ze een tweede ronde hebben afgedwongen. Zelfs als maar 45 procent niet voor Major had gekozen, zou hij tot aftreden zijn gedwongen, ook al zou hij formeel hebben gewonnen.

Politieke zwaargewichten als minister van handel en industrie Michael Heseltine en minister van werkgelegenheid Michael Portillo zouden dan naar voren zijn getreden. Maar zover heeft de Conservatieve fractie het niet durven laten komen. De angst dat zo'n geprolongeerde leiderschapsstrijd tussen de kampioenen van de beide vleugels tot een zelfvernietigende splitsing van de partij zou leiden was kennelijk te groot.