Verwijdering platforms vooral politiek probleem

ROTTERDAM, 5 JULI. De verwijdering van overtollige olie- en gasplatforms uit de Noordzee is geen technisch maar een politiek en economisch probleem. Er is ruime ervaring mee opgedaan in de Golf van Mexico en de Noordzeestaten beschikken over alle middelen en technieken om de bestaande platforms uiteen te nemen en naar de wal te brengen. De afgelopen jaren is al een tiental platforms verwijderd en ook verwisseling van de zware opbouw van de platforms komt tegenwoordig voor. Dat zeggen deskundigen van de Heerema Offshore Group in Leiden. Heerema heeft het meerendeel van de 415 platforms in de Noordzee geïnstalleerd en er ook vele gebouwd. Verwijdering van platforms zou welkom emplooi betekenen voor de vier zware kraanschepen die Heerema in de vaart houdt. Maar de grote oliemaatschappijen zien op tegen de kosten van platformverwijdering die volgens Heerema ruwweg zullen liggen tussen 20 à 40 miljoen gulden per platform. Beslissingen worden keer op keer uitgesteld. Toch moeten al binnen een paar jaar tientallen platforms worden weggehaald.

De talloze bedrijven en gelegenheidscombinaties die nu worden opgericht voor de komende schoonmaak van de Noordzee zien volgens Heerema over het hoofd dat het een marginaal bedrijf gaat worden. De eigenaars van de oude platforms hebben geen enkele haast en streven, met enige garanties voor milieu en veiligheid, in de eerst plaats naar beperking van de kosten.

Heerema heeft al contracten afgesloten met Hamilton voor de verwijdering van de stalen platforms van het Britse Esmond-veld. Vakbladen noemen de verwijdering van de installaties van Elf op het Noorse Northeast Frigg, die al twee jaar geleden buiten bedrijf werden gesteld, als de eerstvolgende grote operatie. Elf zou de installaties willen dumpen. Ook Unocal zou het zeer grote stalen platform op het Britse Heather-veld, dat volgend jaar uit dienst wordt genomen, slechts gedeeltelijk willen verwijderen. Andere installaties die binnenkort worden afgedankt zijn de Esso Odin, installaties van Phillips op het Ekofisk-veld en de olie-opslagtanker Fulmar van Shell.

Op een symposium is onlangs duidelijk geworden dat 'deep dumping' van platforms in de diepzee en de zogeheten 'toppling', het omver trekken van de stalen onderstellen tot die voldoende diep onder water liggen, nog steeds als serieuze opties worden beschouwd. Voor verwijdering van de talrijke pijpleidingen op de Noordzee zijn nog helemaal geen plannen gemaakt. Men neemt aan dat de geldende internationale verdragen daartoe ook niet verplichten. Het verwijderen van de 25 betonnen platforms in de diepste delen van de Noordzee wordt als zó riskant beschouwd dat men ze misschien slechts gaat ontdoen van hun opbouw.