Verkiezingen Armenië: de democratie kalft af

In Armenië kiezen vandaag 2,4 miljoen stemgerechtigden hun eerste parlement sinds de onafhankelijkheid en spreken ze zich tegelijkertijd in een referendum uit over een nieuwe grondwet. Van het nieuwe parlement staat al bij voorbaat vast dat de belangrijkste oppositiepartij er niet in zal zitten: die is geschorst, en wordt pas weer vlak na de verkiezingen van vandaag toegelaten.

Het nieuwe parlement, dat niet langer Opperste Sovjet maar Nationale Vergadering heet, moet 190 zetels tellen. Honderdvijftig leden worden per kiesdistrict gekozen, de resterende veertig via nationale partijlijsten. De belangrijkste politieke kracht is het Republieksblok van president Levon Ter-Petrosian, een coalitie van zes partijen. Dit blok is voorstander van een sterk presidentschap en snelle economische hervormingen. De oppositie zal zijn vertegenwoordigd door de Nationale Democratische Unie en de Burgerunie, voorstanders van een vertraging van de hervormingen (wegens de verpaupering van de bevolking) en een sterk parlement.

De ontwerp-grondwet is een schepping van Ter-Petrosian, president sinds het land in 1991 onafhankelijk werd. Als de grondwet wordt aangenomen, zal zijn macht aanzienlijk toenemen, want die geeft hem uitgebreide bevoegdheden, zoals het recht het parlement te ontbinden en kabinetsleden en de voorzitter van het Hooggerechtshof en de regionale bestuurlijke leiders te benoemen.

Even belangrijk als de vraag welke partijen wel aan de verkiezingen deelnemen (dat zijn er dertien) is de vraag welke ontbreken. Tien oppositiepartijen zijn niet tot de verkiezingen toegelaten. De belangrijkste daarvan is de in 1890 opgerichte (en in Sovjet-tijden verboden) Armeense Revolutionaire Federatie Dasjnaktsoetioen (ARFD). De nationalistische Dasjnaktsoetioen werd eind december vorig jaar door Ter-Petrosian geschorst omdat ze betrokken zou zijn bij politieke moorden en de drugshandel. Volgens de president herbergt Dasjnaktsoetioen “een terroristische organisatie, gespecialiseerd in drugshandel, valsemunterij, georganiseerde misdaad, bendevorming en inlichtingenwerk”. De schorsing werd later bevestigd door het Hooggerechtshof, zij het niet - zoals Ter-Petrosian had gewild - wegens het gevaar dat Dasjnaktsoetioen voor de staatsveiligheid oplevert, maar op grond van het lidmaatschap van “buitenlanders”. De partij werd voor een half jaar geschorst, een termijn die vlak na de verkiezingen afloopt.

De afgelopen maanden heeft de ruzie over de activiteiten van Dasjnaktsoetioen de Armeense politiek beheerst. Ter-Petrosian en zijn opposanten bestookten elkaar voortdurend met kwade beschuldigingenen. Dasjnaktsoetioen is volgens de president “terroristisch en fascistisch”, de president gedraagt zich volgens zijn opposanten als een dictator die uit is op de absolute politieke macht. “In Armenië is niets veranderd: vroeger had je een eerste secretaris van de communistische partij, nu een president. Verder is alles hetzelfde gebleven: alles wordt nog van boven gecontroleerd”, zo zei eerder deze week nog een van de leiders van Dasjnaktsoetioen. Ter-Petrosian van zijn kant zei dat het volk vandaag “nee zal zeggen tegen mensen die de dood van hun kinderen wensen”.

In mei meldde de partij dat een van haar activisten in een gevangenis was doodgemarteld. De 40-jarige Artavazd Manoekian zou zich aan drugssmokkel schuldig hebben gemaakt. Hij was in december op Armeens verzoek in Moskou gearresteerd en uitgeleverd. Volgens president Ter-Petrosian stierf hij aan een hersenbloeding.

Naarmate de verkiezingen naderden, groeide het aantal demonstraties tegen de uitsluiting van Dasjnaktsoetioen. Half juni eisten vijftienduizend betogers de toelating van alle door de autoriteiten afgewezen partijen en kandidaten, en uitstel van verkiezingen om die partijen kans op campagne te geven. Een week later vielen een dode en tien gewonden bij botsing tussen betogers (7.000 volgens politie, 40.000 volgens oppositie) en de politie. Tot en met gisteren werd gedemonstreerd.

De uitsluiting van Dasjnaktsoetioen maakt volgens haar leiders van de verkiezingen “een show” voor de buitenwereld. Buitenlandse waarnemers in Armenië delen die mening, althans tot op zekere hoogte, niet alleen wegens de uitsluiting van de belangrijkste oppositiepartij maar ook wegens de grote macht die de president volgens de nieuwe grondwet krijgt. “We zijn hier voor een exercitie in ja-knikken”, zei een waarnemer gisteren. De waarnemers wezen op uitlatingen van de president dat politici die tegen zijn nieuwe grondwet zijn niet in het parlement thuishoren.

Dat de Armeense democratie afkalft lijkt duidelijk. Die afkalving komt juist op een moment waarop voor het eerst in jaren een verbetering in de economie te zien is. Op het gebied van economische malaise, verpaupering, energietekorten en inflatie spant Armenië al sinds 1991 de kroon in het gezelschap van ex-Sovjet-republieken - en dat wil wat zeggen. Vooral het energietekort - mede veroorzaakt door de boycot door Azerbajdzjan - is rampzalig. Jerevan is 's nachts een spookstad, waar het enige licht dat te bespeuren valt afkomstig is van de weinige langsrijdende auto's. Sommige inwoners hebben kaarsen, maar de meeste huizen blijven donker. Alleen de Amerikaanse ambassade, die over eigen generatoren beschikt, is hel verlicht, als een schip in de nacht. Officieel krijgt elk huishouden drie tot zes uur stroom per dag, maar in de praktijk komt dat zelden voor. Als de gaspijpleiding uit Georgië weer eens is opgeblazen, wat regelmatig voorkomt, krijgt niemand iets. Wie een gasoven heeft kan zelden meer dan een ei bakken, dan is het weer uit met de voorziening.

De afgelopen maanden gaat het echter weer wat beter en het lijkt erop dat het dieptepunt is gepasseerd. De inflatie is gedaald tot één procent per maand en de economie groeit weer. De nationale munt, de dram, is gestabiliseerd en 's lands valutareserves zijn zowaar opgelopen tot 64 miljoen dollar. Veel is het niet, maar alles is klein in Armenië: het land heeft zelfs een beurs, maar die verhandelt slechts aandelen in twee bedrijven en een hoeveelheid valuta die minder dan één procent bedraagt van het bedrag dat de Moskouse beurs dagelijks van eigenaar wisselt. De man die begin dit jaar als Manager van 1994 werd gekozen had vorig jaar voor zijn bank twintigduizend dollar verdiend - een schijntje, maar niet in Armenië.

    • Peter Michielsen