Tour is een harde leerschool voor Blijlevens

ALENÇON, 5 JULI. De Tour is meedogenloos, luidt een veelgehoord cliché. De Tour is een leerschool, zeggen ploegleiders die het kunnen weten. De Tour is nog ver, zei Joop Zoetemelk altijd. De Tour is mijn grote droom, vertelde Jeroen Blijlevens nog geen half jaar geleden. Op die koude winteravond kon hij niet bevroeden dat zijn debuut in de Ronde van Frankrijk zo'n slijtageslag zou worden.

In de proloog reed hij onder goede weersomstandigheden een heel matige tijd. In de eerste en tweede etappe werd hij vroegtijdig gelost en kon hij zich niet mengen tussen de beste sprinters ter wereld. “Het was gewoon shit en daar houden we het maar op”, vertelde hij afgelopen zondag. “Er zat niet meer in”, zei hij een etmaal later. Hij was naar eigen zeggen niet geschrokken, maar diep in zijn hart zag je een zwaar teleurgestelde sportman.

Gisteren wilde Blijlevens geen commentaar geven, nadat hij halverwege de ploegentijdrit wederom had moeten afhaken. Hij kon zijn eigen ploeggenoten niet bijbenen, wat behalve een teleurstelling ook een gevoel van schaamte teweeg kan brengen. Het gevoel dat je de rest hebt laten stikken. Diep ontgoocheld reed hij naar het hotel van TVM. Hij had de keerzijde van die prachtige wielersport leren kennen.

Gisteravond kreeg hij troostende woorden van zijn kamergenoot Hendrik Redant en vanmorgen zag hij het leven al een stuk zonniger: “Ik voel me niet slecht. De benen zijn goed. Alleen kan ik het verwachtingspatroon niet waarmaken. Achteraf had ik die zeven wedstrijden beter niet kunnen winnen. Dat werkt nu tegen me. De mensen zijn vergeten dat dit me eerste Tour de France is. Ze kunnen nog zo veel tegen je vertellen, maar ik had niet verwacht dat het allemaal zo zwaar zou zijn. De Tour is pure stress, dat zie je aan alle valpartijen.”

Cees Priem vindt het een goede zaak dat zijn talentvolle renner debuteert in de Tour de France. Na de ritzeges in de Ronde van Mallorca en de Ronde van Murcia werd Blijlevens geprezen om zijn sprintkwaliteiten. Een nieuwe Nederlandse spurter had zich aangemeld. Hij kreeg veel aandacht in de media en hij kwam over als een zeer mondige en zelfverzekerde coureur. De stilte na de finish, gisteren in Alençon, paste eigenlijk niet bij zijn karakter. “De Tour is andere koek dan de Ronde van Murcia”, vertelde Priem. “Het is goed dat hij dat aan den lijve ondervindt.”

Vanaf de start reed Blijlevens in het laatste wiel. Bij de eerste beklimmingen liet hij een gaatje vallen, bij de eerste serieuze klim werd hij achtergelaten door zijn veel sterkere ploeggenoten. Vanaf bijna halverwege de race moest hij in zijn eentje over de heuvels van Normandië rijden. Elke korte klim leek er een te veel. Hij werd te moe om het triathlonstuur vast te houden, zijn armen verloren de coördinatie. Hij keek regelmatig over zijn schouders, of de renners van de Lotto-ploeg al in aantocht waren. Die waren vijf minuten later van start gegaan, maar reden de eenzame fietser in de laatste kilometers heel gemakkelijk voorbij. Natuurlijk werd de nummer 122 toegejuicht door de vele duizenden supporters langs de kant. Een renner in nood geniet de meeste steun.

Priem had het bij de start in Mayenne al voorspeld. Hij hoopte dat zijn sterke spurter het tempo zou kunnen volhouden en wilde hem zo lang mogelijk laten aanklampen. “Want als Blijlevens alleen verder moet, rijdt hij niet zoals Skibby veertig in het uur, maar dertig in het uur”, vertelde Priem met gevoel voor overdrijving. Bij de finish bedroeg zijn achterstand bijna negen minuten, ruim binnen de toegestane tijdslimiet. Daardoor behoudt hij de kans op een ritzege, hoewel de huidige vorm niet toereikend lijkt voor een goede klassering. Het hoge tempo en het geaccidenteerde terrein zijn hem nog te machtig. Hij moet nog zo veel leren met zijn 23 jaar.

Het is de vraag of Blijlevens achteraf geen spijt zal krijgen van zijn deelname aan de Franse ronde. Als je zo vaak en zo duidelijk tekort schiet, kan dat een negatieve uitwerking hebben op het gemoed van de renner. En moraal is alles in de wielersport. In een eerder gesprek gaf Blijlevens nog uiting van zijn enorme doorzettingsvermogen. “Als er negatieve dingen over mij gezegd worden, sterkt mij dat alleen maar voor de volgende keer.” Maar wie hem gistermiddag over de streep zag rijden, heeft alle reden om dezelfde vraag nog een keer te stellen.

“Ik denk dat ik hier alleen maar van kan leren. Je kan in de Tour nog zo slecht rijden, je komt er altijd beter uit tevoorschijn. Het is een harde leerschool, maar wel een goede.” Op de vraag of hij een dezer dagen de ronde zal verlaten, reageert Blijlevens optimistisch. “Ik heb zo vaak meegemaakt dat ik en paar dagen slecht was en vervolgens een etappe won, dat ik me daar maar aan vasthoudt.”