'Te weinig geld om Irak te voeden'

GENÈVE, 5 JULI. Donorlanden geven onvoldoende geld om de Iraakse bevolking te voeden, aldus het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties. In Irak, dat sinds 1990 is onderworpen aan een internationaal handelsembargo, zijn miljoenen ernstig ondervoed, aldus het WFP.

De Iraakse autoriteiten hebben overigens een aanbod van de Veiligheidsraad van de VN om een beperkte hoeveelheid olie te verkopen voor levensmiddelen en medicijnen, bij herhaling van de hand gewezen. Toch, aldus het WFP, is de regering in Bagdad heel goed op de hoogte van de situatie, aangezien WFP-vertegenwoordigers regelmatig met hen overleg plegen. Maar het regime wil alleen genoegen nemen met volledige intrekking van het verbod om olie te exporteren.

Het WFP heeft 18 miljoen dollar nodig voor voedselhulp. De organisatie voedt nu minder dan 400.000 mensen, tegen 1,3 miljoen vorig jaar, omdat voor de huidige hulpcampagne slechts 6,5 miljoen dollar is bijeengebracht. Volgens het WFP lopen 2,3 miljoen Irakezen ernstig risico op ondervoeding en uithongering. “Over heel Irak komen mensen dagelijks naar onze kantoren, voornamelijk vrouwen, die smeken hetzij opnieuw op de lijst van begunstigden te worden gezet of eraan te worden toegevoegd”, aldus een WFP-woordvoerster in Genève.

In bepaalde delen van Irak is volgens het WFP 23 procent van de kinderen ondervoed. Volgens de woordvoerster is 39 procent van de sterfgevallen onder kinderen beneden de vijf jaar toe te schrijven aan ondervoeding. Dat is ongeveer 10 procent meer dan in de armste landen het geval is. (AP)