Spanning aan de Nijl

WIE OOK ACHTER de mislukte moordaanslag op Hosni Mubarak zitten, moslim-extremisten of niet: tegen hun wil hebben ze in elk geval bereikt dat de Egyptische president zijn binnenlandse politieke positie heeft kunnen verbeteren. Corruptieschandalen en de verwikkelingen met een draconische nieuwe perswet hadden Mubaraks imago aanzienlijke schade berokkend. Hoe kon een president die democratisering hoog in het vaandel zegt te dragen immers akkoord gaan met het muilkorven van de - ontegenzeggelijk kritische - pers? Zelfs pro-regeringskranten kwamen tegen de president in het geweer, die dan ook uiteindelijk moest inbinden.

Door onmiddellijk Soedanese betrokkenheid te suggereren bij de aanslag vorige week in Addis Abeba creëerde Mubarak een buitenlandse dreiging die het Egyptische volk de recente schandalen moest doen vergeten. Hij slaagde daarin voorlopig wonderwel: de kranten hebben miljoenen verdiend aan felicitatie-advertenties voor de president.

HET SOEDANESE regime op zijn beurt deed niet anders. Kleinschalige grensincidenten - altijd een graadmeter van Egyptisch-Soedanese spanningen - werden aangegrepen als aanwijzing van ophanden zijnde invasies. En op massa-bijeenkomsten in Khartoum juichten leden van de paramilitaire Volksdefensie-eenheid de Heilige Oorlog, de Overwinning en het Martelaarschap toe.

De twee landen mogen dan belang hebben bij een woordenoorlog, een echte oorlog komt niemand uit. Soedan voert al jarenlang een geldverslindende burgeroorlog in het zuiden en waarom zou Egypte in het grootste land van Afrika moeten oorlog voeren? Ook het Soedanese dreigement om Egyptes levensader, de Nijl, af te snijden valt in deze categorie. Als Soedan het Nijlwater wil tegenhouden, zou het een nieuw groot stuwdammen-project moeten ondernemen, wat ten eerste jaren vergt en waarvoor ten tweede geen geld is.

EGYPTE ZAL zeker niet nalaten om in samenwerking met andere buurlanden van Soedan, te trachten een regeringswisseling in Khartoum te bewerkstelligen. De fundamentalisten in Khartoum worden verdacht van steun aan allerhande rebellengroepen in de regio, en dat zint niemand. Of een ander regime in Soedan daadwerkelijk een eind zou betekenen aan moslim-extremistische activiteit in Egypte, is een tweede. Het is nog maar de vraag hoe belangrijk de Soedanese steun aan de moslim-extremisten is. Ze krijgen zeker ook uit andere landen hulp, en hun belangrijkste voedingsbodem is uiteindelijk slecht sociaal beleid en gebrek aan democratie in Egypte zelf.