Sharon Stone gebruikt op tijd haar blaffers

The Quick and the Dead. Regie: Sam Raimi. Met: Sharon Stone, Gene Hackman, Leonardo DiCaprio. In: 15 steden.

Net als in The Specialist speelt Sharon Stone in The Quick and the Dead een personage dat rekeningen te vereffenen heeft. En ook nu weer zijn die terug te voeren op onrecht dat haar familie in haar jeugd is aangedaan: dat is kennelijk de geaccepteerde bron van wrok voor een vrouw. In The Quick and the Dead had zij als meisje haar vader van de dood door ophanging kunnen redden als ze erin geslaagd was het touw door te schieten. Maar hij stierf door de kogel die zij te laag richtte.

Haar gemoedsstemming laat zich dus raden als zij, uitgegroeid tot de adembenemende schoonheid die Stone volgens de communis opinio is, te paard het stadje Redemption binnenrijdt om de 'burgemeester', de man die haar ooit het leven van haar vader in handen legde, naar de andere wereld te helpen. Behalve haar wraakgevoelens koesteren heeft zij nog iets geleerd: schieten. Ze is een heuse 'gunslinger' en ziet er ook zo uit: leren 'chaps', cowboyhoed, colt op de heup, sigaar in de mondhoek. En turend over de prairies knijpt ze haar ogen dicht, precies zoals Clint Eastwood dat deed in zijn spaghetti-western-tijd.

The Quick and the Dead poogt het genre nieuw leven in te blazen, met een vrouw in de hoofdrol die nu eens niet zwaar gedecolleteerd het meedogenloze manvolk om haar vinger windt. Deze vrouw is even zwaar bewapend, maar met echte blaffers - die zij ook gebruikt als het moment daar is. Wat dat betreft komt het goed uit dat de bad guy, (gespeeld door een routineuze Gene Hackman: een en al koelbloedigheid) jaarlijks een schietwedstrijd organiseert, om zijn eigen superioriteit in het vingervlugge doden en daarmee zijn heerschappij herbevestigd te zien. Hoewel de film éen grote verwijzing is naar illustere genre-varianten als Once upon a time in the west en A fistful of dollars, probeert Raimi toch het cliché te vermijden en laat Stone het loodje leggen. Waarna zij echter herrijst: het cliché is kennelijk niet voor niets een cliché.

Het is een slappigheid die de film niet ten goede komt, maar het belangrijkste bezwaar schuilt in wat dramatisch steeds weer het hoogtepunt moet zijn: de wedstrijd. Die vult het grootste gedeelte van de tijd en is stomvervelend. Uiteraard put Raimi zich uit in close-ups van vastberaden handen die sneller dan die van de tegenstander naar het pistool grijpen, maar de prestatie die erop volgt is mutatis mutandis kort en de kogel sneller dan het oog: er is zo goed als niets te zien dan alleen het zoveelste slachtoffer dat aan de andere kant van de arena zijn moed met de dood bekoopt. Waar het op neerkomt is dat de acteurs óf stoer doen óf met brekende ogen neerstorten en daartussen gaapt de leegte van een stompzinnig spelletje.