Ruime geldmarkt drukt daggeldrente omlaag

AMSTERDAM, 5 jULI. Werd er vorige week in deze rubriek al op gewezen dat de banken er op de geldmarkt warmpjes bij zitten, nu kan daar aan worden toegevoegd dat het zomerse klimaat niet tot een toestandsverandering heeft geleid. De besparing op het contingentsgebruik, die vanaf de aanvang van de lopende contingentsperiode op 21 april al positief is geweest, liep verder op van 2,9 procentpunt vorige week tot 3,5 procentpunt op de verslagdatum. Voor de nog resterende vijftien dagen van de contingentsperiode is een gemiddeld bedrag beschikbaar van ruim 5 miljard gulden. Dit is hoog in verhouding tot het toelaatbaar beroep van 4.275 miljoen gulden dat aan het begin van de periode werd vastgesteld.

Met uitzondering van afgelopen woensdag, toen de voorschotten in rekening courant opliepen tot meer dan 4,8 miljard gulden, bleef het beroep van de banken op DNB onder het toelaatbaar beroep. Op de verslagdatum werd met 2.309 miljoen gulden zelfs de laagste stand van de lopende contingentsperiode bereikt. Ten opzichte van de vorige peildatum kwamen de voorschotten in rekening courant ruim 2 miljard gulden lager uit. De hiermee geïmpliceerde verruiming van de geldmarkt vond in belangrijke mate zijn oorzaak in de verlaging van de kasreserves met 4,4 miljard gulden en in de bijna 1,4 miljard hogere speciale beleningen. Hiertegenover stond een verkrapping door een toename van het saldo van 's Rijks schatkist. Omdat op 30 juni de maandultimo samenviel met het kwartaal- en halfjaarultimo en de afgelopen maanden door vakantie-uitkeringen hoge belastingverplichtingen ontstonden, vloeiden er forse bedragen in de schatkist. Niettegenstaande het feit dat ook omvangrijke betalingen door het rijk werden verricht, nam de creditstand van 's Rijks schatkist toe met 3.153 miljoen gulden. Een verkrappende invloed ging voorts uit van de storting op Nederlandsche Bank Certificaten die de aflossing van 1.110 miljoen gulden met 385 miljoen overtrof. Ook de hoeveelheid bankbiljetten in omloop nam toe (326 miljoen gulden), hetgeen de verruiming verder mitigeerde.

Onder invloed van de relatief ruime geldmarkt vertoonde de daggeldrente een neerwaartse beweging. Gisteren werd een laagste stand van 3,5 procent genoteerd. Op de langere termijnen waren de geldmarkttarieven vergeleken met een week terug echter minimaal lager. Dit neemt niet weg dat het klimaat voor een renteverlaging in ons land gunstig is. De gulden staat nog steeds sterk ten opzichte van de Dmark en de inflatie zet zijn dalende trend voort. Gegeven de realisaties tot en met de maand mei, is voor het gehele jaar nu een prijsstijging mogelijk van twee procent. Dit is lager dan de inflatieverwachting in Duitsland (2,2 procent). Daar vielen de jongste resultaten juist tegen, hetgeen een renteverlaging door de Bundesbank, die op grond van een afzwakkende economische groei mogelijk lijkt, op korte termijn in de weg staat.

Bron: Economisch Bureau ING Groep