Radio 1 moet voor de ouderen licht verteerbaar zijn

Radio 1 moet oppassen dat het de luisteraars niet alleen “roggebrood met boter en kaas” voorzet. Tweederde van de luisteraars van de nieuws- en actualiteitenzender is namelijk ouder dan 50 jaar en eenderde zelfs ouder dan 65 jaar. Die hebben minder behoefte aan zware kost, weet zendercoördinator en hoofdredacteur van de Radio 1 Nieuwsredactie Piet van Tellingen.

“Ach, dat oppervlakkig gelul de hele dag”, had VPRO radiodirecteur Jan Haasbroek over de telefoon gezegd. Haasbroek heeft “een antenne voor verkeerd taalgebruik” en die hoeft hij niet eens zo heel ver uit te schuiven om het ambtelijk jargon op te vangen dat de talloze wijkwethouders, stadsdeelvoorzitter en districtsbestuurders de hele dag op Radio 1 laten horen. “Het is bijna camp”, zegt hij. “Eigenlijk ben ik eraan verslaafd.”

Lange tijd verkeerde de Nederlandse luisteraar bij voortduring in verwarring waar in de ether hij zijn nieuws en actualiteiten kon vinden. Nu eens had Hilversum 1 een informatief karakter, dan weer was er voornamelijk licht-klassieke muziek te horen. In oktober 1992 besloot het NOS-bestuur dat op ieder van de vijf nationale publieke radiozenders een ander programmasoort te horen moest zijn. Radio 1 werd de nieuws- en actualiteitenzender.

De programmering van Radio 1, dat een marktaandeel van negen procent heeft, is zo strak mogelijk: elke dag op hetzelfde uur eenzelfde soort programma. Nieuws en actualiteiten in de zogenoemde piekuren: 's morgens van zeven tot negen uur, 's middags van twaalf tot twee uur en 's avonds van vijf tot zeven uur. In de 'daluren' daartussen de achtergronden. Elke avond van zeven tot acht 'talkradio' - op de uitzendavond van Veronica heet dat 'tokradio' - en als dagsluiting een vooruitblik op het nieuws van de volgende dag in 'Met het oog op morgen', steevast ingeleid door Reinhard Mey's Gute Nacht Freunde.

Klachten over Radio 1 zijn vooral afkomstig van journalisten en verslaggevers zelf: Radio 1 zou oppervlakkig zijn. Iedere omroep behandelt in zijn nieuwsuur dezelfde onderwerpen en daarmee zou Radio 1 niet meer voorstellen dan 'een lopende band van items', bovendien gemakzuchtig gemaakt. “Een correspondent Hong Kong die Seoel doet. Alsof dat naast de deur is”, zegt Jan Haasbroek.

Op de opiniepagina van NRC Handelsblad waarschuwde toenmalig VPRO-medewerker Rudi Boon voor het naderend verval van de nieuwszender. Hij hekelde de 'presenteermachines' die 'acteren dat ze de opgelezen vragen zelf bedenken' en noemde de actualiteitenuitzendingen 'een grijze eenheidsworst'. Inmiddels is Boon benoemd tot redactiechef van de Radio 1 Nieuwsredactie. Deze rubriek moet vanaf 1 september een einde maken aan de versnippering van nieuws en alle actualiteitenprogramma's van de publieke radio vervangen. “Ik ga ervan uit dat de leiding mijn ideeën op prijs stelt”, zegt Boon. Dat een aantal journalisten van de Radio 1 Nieuwsredactie zich mogen bezighouden met 'diepstekende research' en 'speciale projecten' geeft hem hoop. Maar het grootste deel van de redactie is nog steeds niet benoemd en hoofdredacteur Van Tellingen verpakt zijn enthousiasme daarom maar in slogans als 'goed in het nieuws zitten', 'heldere analyses', 'levendige presentaties' en 'veel live-optredens'.

Vanaf september delen journalisten van verschillende omroepen in de piekuren dus opeens noodgedwongen elkaars horizon. Maar in de daluren mogen de omroepen - omwille van de pluriformiteit - naar de eigen omroepnavel blijven staren. Door onderwerpkeuze en selectie van de geïnterviewden zijn actualiteitenprogramma's bij uitstek geschikt om de eigen identiteit te benadrukken.

Meer dan televisie is radio altijd het medium geweest dat de verzuiling in stand heeft gehouden. In zijn column in de Journalist schrijft Henk van Hoorn: “Rond 1960 moest de redactie van de Radionieuwsdienst ANP een zogeheten omroepadministratie bijhouden. Van elk bericht werd een aantal doorslagen gemaakt. (...) Halverwege het jaar werd geïnventariseerd hoeveel liberale, socialistische, hervormde en katholieke berichten er waren uitgezonden. Waren die niet in balans, dan kon in de tweede helft van het jaar het evenwicht worden hersteld.”

Nog steeds zijn kwesties die voor de achterban gevoelig zijn makkelijker op de radio te behandelen, vertelt Marga Miltenburg van het KRO-radioprogramma 'Dingen die gebeuren'. “Het valt minder op en er is bovendien de tijd om diep op een onderwerp in te gaan.” Gisteren nog hadden ze een uitgebreid item over de huilende Madonna in Brunssum. “Dan proberen we een stapje verder te gaan. We zoeken een antwoord op vragen als 'Waar komt die opleving aan Maria-verschijningen opeens vandaan?', 'Wat beweegt die mensen?' en 'Wat zegt dat over religieuze gevoelens?”'

Pieter Schut van NCRV's 'Hier en nu en verder' geeft als voorbeeld van een typisch identiteitsgebonden onderwerp de christelijke vakbondscentrale CNV. “Als er een staking in de Rotterdamse haven is geven we natuurlijk geen extra aandacht aan het CNV, want die zijn daar nauwelijks georganiseerd. Maar de ontwikkelingen binnen de CNV volgen we natuurlijk wel met belangstelling.”

Maar is de luisteraar wel gevoelig voor die identiteitsgebonden programma's in de daluren? Uit luisteronderzoeken blijkt keer op keer dat het merendeel van de luisteraars het niet belangrijk vindt welke omroep een bepaald programma uitzendt. De doorsnee-luisteraar stemt liever op zijn favoriete zender af zonder te moeten kijken in het programmablad.

    • Monique Snoeijen