Radicalisering moslims drijft hindoes uit Kashmir

Het leed van de hindoes in de Indiase deelstaat Jammu & Kashmir wordt overschaduwd door dat van de moslim-meerderheid (circa 70 procent van de totale bevolking van ongeveer 6 miljoen). Maar ook voor de hindoe-minderheid heeft de al vijf jaar durende strijd tussen Indiase regeringstroepen en separatistische moslims traumatische gevolgen gehad. De meesten slijten hun dagen nu in ballingschap.

JAMMU, 5 JULI. “Kijk”, zegt smalend de 45-jarige hindoe Ban Silal, een gewezen inspecteur van het onderwijs. “In zulke duivenhokken stopt de Indiase regering ons. Hoe kun je nu in één zo'n kamertje met een gezin van zes of zeven personen leven? Het is gewoon een schending van de mensenrechten.”

Het feit dat tientallen miljoenen straatarme Indiërs een gat in de lucht zouden springen als ze hun intrek in zo'n bescheiden woning konden nemen als is toegewezen aan de hindoe-vluchtelingen, is aan hem niet besteed. Silal en de zijnen waren in Kashmir aanzienlijk beter gewend en in hun ogen is de huisvesting in hun ballingsoord nabij de stad Jammu dan ook erbarmelijk.

Nog slechter af zijn enkele honderden hindoe-vluchtelingen in een kamp even verderop. Zij wonen al ruim vijf jaar in tenten. Hierin moeten ze de zomerse hitte van 45 graden Celsius of meer trotseren en de winterse kou van tegen het vriespunt. Deze namiddag heeft er na een dag van verzengende hitte bovendien zojuist een hevige stofstorm gewoed, zodat alles binnen en buiten de tent met een grijze deken is bedekt. Van de koele, aangename zomers in Kashmir kunnen de vluchtelingen hier slechts dromen.

Gelaten zit Maharaja Krishin voor zijn tent, terwijl zijn dochter zorgvuldig het stof bij elkaar veegt. Gelukkig is ditmaal de tent niet omvergeblazen. “Het ergste is niet eens dit soort ongemak maar dat we onze kinderen geen goed onderwijs kunnen bieden”, zegt de pas 38-jarige maar veel ouder ogende Krishin. “Ze krijgen wat les in een tent maar het is bijna ondoenlijk voor hen om bij temperaturen van meer dan 40 graden hun aandacht bij de les te houden. Wat moet er zo van hen worden in de toekomst?”

De hindoe-minderheid nam vanouds een vooraanstaande plaats in Kashmir in. Vooral de Brahmanen uit Kashmir, ook wel Pandits genoemd, bezaten mooie boomgaarden in de vruchtbare valleien van Kashmir en grote huizen. Ze hadden meestal een uitstekende opleiding genoten. Velen onder hen waren hogere ambtenaren, artsen, ingenieurs en leraren. Ook de vermaarde Nehru-dynastie, die India drie premiers schonk (Jawaharlal Nehru, diens dochter Indira Gandhi en kleinzoon Rajiv), was uit Kashmir afkomstig.

Vijf jaar geleden kwam er echter een abrupt einde aan hun comfortabele bestaan, toen jonge moslims die genoeg hadden van het corrupte en weinig democratische Indiase gezag in Kashmir de wapens opnamen. Plotseling troffen de hindoes op hun tempels leuzen aan als 'Donder op, jullie Indiase honden, of anders zijn de gevolgen voor jullie rekening'. Luidruchtig door de straten marcherende jongeren hieven spreekkoren aan als: “Wij willen bij Pakistan en we willen de vrouwen van de Pandits hier houden, maar niet hun mannen.” De vrouwen van de Pandits staan in heel India bekend om hun schoonheid.

Toen er bovendien enkele prominente hindoes werden vermoord, kwam er in de loop van 1990 een grote uittocht op gang van de Pandits naar het zuidelijker gelegen Jammu, waar de hindoes in de meerderheid zijn. In totaal vluchtten er zo'n 120.000 hindoes. Ruim de helft daarvan vond op eigen gelegenheid onderdak, terwijl de rest in drie kampen nabij Jammu belandde.

Niet alle hindoes verlieten Kashmir. De achterblijvers waren echter geen Pandits (Brahmanen) maar Kshatriya's, oorspronkelijk een kaste van strijders die in de hindoe-hiërarchie lager wordt aangeslagen. De meesten van hen zijn uit de tegenwoordige Pakistaanse provincie Punjab afkomstig en verblijven pas sinds de deling van het Indiase subcontinent in 1947 in Kashmir, vooral in de hoofdstad Srinagar.

In de buurt van de tempel van de aapgod Hanuman, aan de oevers van de rivier de Jhelum in het hart van Srinagar, zijn ze nog rijkelijk vertegenwoordigd. Velen drijven er winkeltjes of werken er als goudsmid. In de meeste winkels is het echter tamelijk uitgestorven. Gevraagd of ze nooit worden lastiggevallen door moslims antwoordt een groepje rondhangende goudsmeden en juweliers eenstemmig: “Welnee, we kunnen heel goed met de moslims opschieten, we zijn hier heel gelukkig.” En de meer dan 100.000 gevluchte hindoes dan? “Ach dat zijn domme bangeriken”, zegt een jonge goudsmid.

Andere hindoes zeggen echter dat de Punjabi hindoes alleen gevrijwaard blijven van islamitische agressie doordat ze steeds een forse som geld overmaken naar de militante moslims. Ook een handvol Pandits leeft nog in Srinagar, zij het niet van harte.

Angstig om zich heen turend door zijn brilleglazen, verschijnt een vijftigjarige ingenieur bij de Hanuman-tempel, waar enkele vrijwel naakte sadoes (heilige mannen) onverstoorbaar zitten te kletsen. Zeven generaties lang heeft de Pandit-familie van de ingenieur, die anoniem wil blijven, in Kashmir gewoond, maar nu komt daaraan een einde. “Er is geen oplossing voor het probleem-Kashmir”, zegt hij na een vluchtig gebed. “Wij hebben er genoeg van hier te leven. We zijn hulpeloos. De regering doet niets voor ons.”

Hij zegt sinds 1990 vijf familieleden te hebben verloren bij gewelddadigheden. Zijn vrouw en kinderen zijn intussen al in Jammu en elders in India. Hij is druk doende hun grote huis in Srinagar te verkopen, maar het probleem is dat de onroerend-goedprijzen tot een derde zijn gedaald van die voor 1990.

De moslims ontkennen intussen dat ze het op de hindoes gemunt hebben. “Voor ons maakt het geen verschil of iemand moslim, hindoe of christen is”, verklaart plechtig 'kolonel' Iqbal, een leider van de militante organisatie Hizb-ul-mujahedeen. “Het gaat ons alleen maar om de vrijheid van Kashmir.” Zelfs sommige hindoes geven toe dat er geen sprake is van pogroms tegen hen. Nog altijd zijn er veel Kashmiri moslims bevriend met hindoes. Het zijn de laatste sporen van een eeuwenlange traditie van vreedzaam samenleven.

Maar beide groepen groeien met de dag verder uit elkaar. Terwijl de moslims unaniem de Indiase strijdkrachten en politici verantwoordelijk stellen voor het geweld in Kashmir, wijzen de hindoes met de beschuldigende vinger naar Pakistan. Dat zou de militanten op grote schaal bewapenen en bevoorraden. “De Indiase strijdkrachten doen gewoon hun werk”, meent de ingenieur, een opinie die geen enkele moslim voor zijn rekening wil nemen.

Ondanks hun zelf-beleden tolerantie jegens de hindoes willen de moslims zich wel eens op hindoes afreageren, wanneer hun in hun ogen weer onrecht is aangedaan door de Indiërs. Dat gebeurde ook in mei, toen het graf van een door moslims hogelijk vereerde vijftiende-eeuwse sufi en honderden huizen in vlammen opgingen in het plaatsje Charar-e-Sharif. Hoewel de regering de schuld aan de militante moslims gaf, stelde de bevolking de Indiase troepen verantwoordelijk voor de brand. Woedende moslims vielen kort daarop hindoe-tempels aan en sloegen hindoes in elkaar.