'Overheid is te veel gericht op groepen'

UTRECHT, 5 JULI. De overheid bevordert een tweedeling in de samenleving door zich bij het bestrijden van achterstanden te vanzelfsprekend op allochtonen als groep te richten. Een achterstandsbeleid voor bijvoorbeeld het onderwijs of de arbeidsmarkt moet zich richten op individuen met een gebleken achterstand en niet op meer algemene doelgroepen bij wie die achterstand verondersteld wordt.

Dat schrijft de Adviesraad voor het Onderwijs (ARO) in zijn laatste rapport “Plurale samenleving, tweedeling en (onderwijs)beleid”, dat vanmiddag is aangeboden aan staatssecretaris Netelenbos (onderwijs). Per 1 augustus wordt de raad opgeheven vanwege bezuinigingen.

Het achterstandsbeleid dat gericht is op doelgroepen doet de huidige maatschappelijke verscheidenheid geweld aan, aldus de raad. Weliswaar is het gemakkelijker en goedkoper om maatregelen te richten op voor een groep met dezelfde kenmerken, en bovendien met sociaal-wetenschappelijk onderzoek te onderbouwen, maar op individueel niveau kunnen zich onrechtvaardige situaties voordoen.

Het criterium herkomst wordt is volgens de raad te gemakkelijk als synoniem beschouwd met achterstand. Zo krijgen scholen met het zogeheten onderwijsvoorrangsbeleid extra geld voor leerlingen met bepaalde kenmerken zonder dat naar de feitelijke schoolprestaties wordt gekeken. Er wordt onder meer gelet op het land van herkomst, op opleiding en beroep van de ouders, maar een leerling die aan deze criteria voldoet, doet het niet automatisch ook slecht op school. Anderzijds kunnen er scholieren zijn die niet aan de maatstaven voldoen, maar op school wel achterblijven in leerprestaties.

Het huidige achterstandsbeleid gaat te veel voorbij aan bestaande regelingen en ideëen. Waarom, zo vraagt de raad zich af, worden voor de lessen in eigen taal aan nieuwkomers niet eenzelfde beleid gevoerd als voor het onderwijs in het Fries? De ARO pleit voor een genuanceerd beleid, dat de oorzaken van de problemen aanpakt en dat zich richt op individuen en niet op categorieën die statistisch samenhangen met problemen. De raad besloot tot het advies naar aanleiding van “verontrustende signalen”, aldus Boef. Zo bleek onlangs uit opinieonderzoek dat de helft van de Nederlanders de 'minderhedenkwestie' als het meest prangende probleem van dit moment beschouwt en worden 'zwarte' scholen vaak gezien als probleemscholen. Boef: “Het sjabloon van de tweedeling is aardig ingesleten, maar die is ontwrichtend voor de maatschappij zo gauw die geassocieerd wordt met een irrelevant kenmerk als huidskleur.”