Niet alle Indonesiërs delen in feestvreugde

JAKARTA, 5 JULI. Als het aan de strijdkrachten van Indonesië ligt, zullen drie oude mannen in de Cipinang-gevangenis van Oost-Jakarta niet delen in de feestvreugde rond de vijftigste verjaardag van de republiek. De drie zitten een levenslange celstraf uit wegens betrokkenheid bij een couppoging van linkse militairen in 1965 en hebben onlangs gratie gevraagd aan president Soeharto. De chef-staf van de Indonesische strijdkrachten, generaal Feisal Tanjung, stak hier gisteren een stokje voor.

De regering heeft voor duizenden gevangenen strafvermindering aangekondigd in verband met de viering van het nationale jubeljaar. Generaal Feisal sloot tijdens een hoorzitting in het parlement echter uit dat de drie politieke gevangenen in Cipinang hiervan meeprofiteren. “Als zij worden vrijgelaten, blijven zij een gevaar voor de binnenlandse veiligheid”, zei hij. “We moeten waakzaam blijven voor de latente communistische dreiging.”

Het drietal bestaat uit de inmiddels tachtigjarige Soebandrio, op het moment van de coup vice-premier en minister van buitenlandse zaken, ex-kolonel Abdul Latief, in 1965 commandant van de eerste Infanteriebrigade in Jakarta en nu in de zeventig, en ex-vice-maarschalk Omar Dhani (71), destijds bevelhebber van de luchtmacht.

In de nacht van 30 september op 1 oktober 1965 werden zeven generaals, die door de linkerzijde werden verdacht van door de CIA geïnspireerde coupplannen tegen wijlen president Soekarno, van hun bed gelicht. Eén generaal wist te ontkomen, de andere zes werden ter dood gebracht en overhaast begraven. Die ochtend werd vanuit het door de putschisten bezette radiostation van Jakarta de vorming van een Revolutionaire Raad aangekondigd, die de regeermacht aan zich trok. De couppoging, uitgevoerd door enkele links georiënteerde eenheden die met instemming van Omar Dhani opereerden vanuit een militair vliegveld ten zuiden van Jakarta, werd binnen enkele dagen neergeslagen door de Strategische Reserve onder leiding van generaal Soeharto, die niet op de dodenlijst van de rebellen stond.

Pag.4: 'Het gaat ons om nationale stabiliteit'

De putsch vormde de opmaat voor de bloedige liquidering van de PKI, destijds de grootste niet-regerende communistische partij van Azië, die door Soeharto en zijn militaire vrienden werd beschouwd als de aanstichter tot de coup. Soeharto verdacht president Soekarno van voorkennis en schoof hem geleidelijk opzij.

Dhani en Soebandrio - de laatste gold als kwade genius achter Soekarno's toenadering tot de Volksrepubliek China - werden aanvankelijk door een militaire rechtbank ter dood veroordeeld, maar dat vonnis werd in de jaren zeventig omgezet in levenslange gevangenisstraf. Latief, die een actief aandeel had in de coup, is nooit berecht maar zit al bijna dertig jaar gevangen. Politici, juristen en activisten voor de rechten van de mens hebben dit jaar bij de regering aangedrongen op vrijlating van alle politieke gevangenen als een gebaar van 'nationale verzoening' ter gelegenheid van het gouden jubileum van de republiek. Minister van justitie Oetojo Oesman heeft gezegd dat tot levenslang veroordeelden niet in aanmerking komen voor strafvermindering, maar gratie kunnen vragen bij de president.

Het is niet duidelijk of generaal Feisal die weg heeft afgesneden door nog vóór de presidentiële beslissing een militair onaanvaardbaar uit te spreken danwel van het staatshoofd opdracht kreeg om de natie dit denkbeeld uit het hoofd te praten. Hij stelde zich gisteren glashard op: “Het is niet aan de strijdkrachten om de leeftijd en de al uitgezeten jaren van politieke gevangenen in overweging te nemen. Het gaat ons om de nationale stabiliteit.”