Israel en Palestijnen willen 25 juli een akkoord tekenen

TEL AVIV, 5 JULI. Israel en de Palestijnen hebben gisteren besloten op 25 juli in Washington een akkoord te tekenen over de uitbreiding van het Palestijnse bestuursgezag tot over de nog door Israel bezette Westelijke Jordaanoever.

De nieuwe streefdatum volgt op het falen de onderhandelingen op 1 juli af te ronden. Gezien de nog te regelen veiligheidsproblematiek zei de Israelische minister van buitenlandse zaken, Shimon Peres, vanmorgen in een radiovraaggesprek dat ook 25 juli “geen heilige datum is”.

Tijdens besprekingen tussen Peres en de Palestijnse leider Yasser Arafat in diens hoofdkwartier in Gaza werd gisteravond op tal van punten mondelinge overeenstemming bereikt en werden meningsverschillen duidelijker geformuleerd. Na afloop van deze ontmoeting zei Arafat “dat we kunnen hopen dat we vandaag iets concreets in handen hebben gekregen”.

In een gezamenlijk Israelisch-Palestijns communiqué, dat in de plaats kwam van een getekende overeenkomst, wordt gesproken over een herbevestiging van het streven naar een 'historische verzoening'. In dit communiqué wordt tevens in algemene bewoordingen aangegeven dat de overeenkomst vrije en democratische verkiezingen voor de Palestijnse bestuursraad inhoudt en herlocatie van de Israelische troepen op de Westelijke Jordaanoever met zich meebrengt, benevens het overdragen van bestuursbevoegdheden aan de Palestijnen.

Premier Yitzhak Rabin zei gisteravond dat de tweede fase van het autonomie-akkoord niet van kracht zal worden als de Palestijnen twee maanden na de Palestijnse verkiezingen het Palestijnse handvest niet hebben gewijzigd, dat wil zeggen niet de paragrafen hebben verwijderd waarin het bestaansrecht van Israel wordt aangevochten.

Volgens de krant Yediot Ahronot ziet het tijdschema “voor het einde van de bezetting en terugkeer naar de grenzen van 4 juni 1967” er als volgt uit: de komende dagen zullen een paar honderd Palestijnse gevangenen worden vrijgelaten en na de tekening in Washington vijfhonderd. Half september komen de eerste van de 700 internationale waarnemers die toezicht zullen houden op de Palestijnse verkiezingen, die eind november zullen plaatshebben. Tweeëntwintig dagen voor deze verkiezingen zal het Israelische leger Jenin, Tulkarem, Kalkiliya en Nablus ontruimen. Gelijktijdig zullen 1.700 Palestijnse politieagenten deze steden binnentrekken en zullen weer 500 Palestijnse gevangenen worden vrijgelaten. Eind december zal het Israelische leger ook Ramallah en Betlehem verlaten.

Volgens Israelische woordvoerders is de uitvoering van de overeenkomst over twee jaar gespreid. Indien Likud de algemene verkiezingen in het najaar van 1996 zou winnen zou een Likud-regering de politieke erfenis van de regering-Rabin met de Palestijnen moeten uitvoeren. Onderminister van buitenlandse zaken Jossi Beilin zei gisteravond dat de regering een dergelijke Likud-regering met een onomkeerbare situatie zal opzadelen.

Rabin zei gisteren nadrukkelijk dat Israel verantwoordelijk blijft voor de totale veiligheid van de Westelijke Jordaanoever. Binnen de termijn van de nog te tekenen overeenkomst zullen de Palestijnen echter ook hun gezag laten gelden over de 460 dorpen, waar 70 procent van de ruim 1,2 miljoen Palestijnen in dat gebied woont. De Palestijnse politiemacht zal uiteindelijk 15.000 man sterk zijn, en ad hoc met Israelische troepen op 'gevoelige wegen' patrouilleren.

Woordvoerders van de nationalistische oppositiepartijen hebben het in de maak zijnde akkoord veroordeeld als een “knieval voor de terrorist Arafat”. Leiders van de joodse kolonisten zeiden gisteravond zich onder geen enkele voorwaarde aan de Palestijnse politie te zullen onderwerpen en voorspelden een bloedbad. Onder de Palestijnse gevangenen heerst grote woede over hun vertraagde vrijlating.