Inspectiedienst bekijkt kwaliteit politiewerk

DEN HAAG, 5 JULI. Volgend jaar komt er een inspectiedienst die toezicht houdt op de kwaliteit van het werk van de politie. Dit hebben de ministers Dijkstal (binnenlandse zaken) en Sorgdrager (justitie) gisteren in een brief aan de Tweede Kamer bekendgemaakt.

Begin 1996 wordt een stelsel van kwaliteitszorg ingevoerd bij de politie. Daarmee moet bijvoorbeeld het ophelderingspercentage van misdrijven worden verhoogd en de veiligheid op straat worden vergroot. Ook willen de ministers dat de politie de contacten met burgers verbetert en dat de korpsen beter weten wat er met de aangifte van misdrijven gebeurt.

De korpsen richten een kwaliteitsbureau op dat zorgt voor de uitvoering. De ministers maakten hierover afspraken met het Korpsbeheerdersberaad, het Hoofdofficierenberaad en de Raad van Hoofdcommissarissen.

De aandacht voor kwaliteitszorg heeft als directe aanleiding de reorganisatie van het politiebestel, die vorig jaar april werd afgerond. Doel van de reorganisatie was door vergroting van de korpsen de kwaliteit en de doelmatigheid van het werk te vergroten.

De korpsen brengen jaarlijks verslag uit van het gevoerde beleid. Verder zullen de korpsbeheerders, doorgaans de burgemeester van de grootste stad in een politieregio, eenmaal per twee jaar een intern onderzoek in het korps laten verrichten. Het kwaliteitsbureau zal er voor zorgen dat er ook externe onderzoeken worden gehouden.

Pag.2: 'Tevreden over politie'

Recent bleek overigens uit een grote tweejaarlijkse enquête dat de 69 procent van de bevolking “tevreden tot zeer tevreden” is over het laatste contact met de politie. Dat was één procent minder dan bij dezelfde enquête in 1993. Bijna driekwart van de bevolking voelt zich nooit onveilig. De voornaamste klacht van de burgers is dat de politie onvoldoende hard optreedt. De 'zichtbaarheid' van de politie in de woonbuurten van de ondervraagde burgers was enigszins afgenomen. Wel vindt een toenemend deel van de bevolking dat de politie 'adequaat' reageert en de zaken 'efficiënt' aanpakt.

Uit een eerder onderzoek dit jaar door het departement van justitie bleek echter ook dat één op de zeven Nederlanders 's avonds de deur durft niet te openen als er wordt gebeld. Een op de vijf personen heeft iets in huis om zich mee te verweren, variërend van een kachelpook tot een vuurwapen.

H. van Duijn van de Nederlandse Politiebond (NPB) is sceptisch over het nut van een stelsel van kwaliteitszorg voor de politiekorpsen. “Het is een modieus verschijnsel, maar met zo'n kwaliteitsbureau van de politiekorpsen zal het werk niet verbeteren. Dat moet vanuit de korpsen zelf komen. Men zou beter naar de dienders op straat moeten luisteren. Niet een keer met ze praten en vervolgens maanden lang niks laten horen.”

Van Duijn kan zich wel voorstellen dat minister Dijkstal met de inspectiedienst meer zicht wil krijgen op de kwaliteit van de politie. “Dat zou ik ook doen als ik 3,5 miljard gulden uitgaf aan de politie”, zegt Van Duijn. “De vraag is echter hoe de dienst de inspecties gaat uitvoeren. Ik weet niet of de minister zijn bestuur over de politie op afstand kan houden, zoals hij altijd zegt.”