Hoog spel van Major

HET SPEL IS een belangrijk element in de Britse politieke cultuur. Wie wel eens een debat in het Britse Lagerhuis heeft gevolgd, kan constateren met wat voor een enorme inzet daar politiek wordt bedreven. Maar in de ernst en de felheid van de parlementaire confrontaties tussen regering en oppositie zit altijd die ondertoon van spel. Britten beseffen kennelijk dat, om Huizinga te parafraseren, de ernst het spel probeert uit te sluiten, maar dat spel de ernst kan omsluiten.

Het risico dat de Britse premier Major twee weken geleden nam, toen hij zijn positie als partijleider en daarmee zijn premierschap ter beschikking stelde, past geheel binnen de - voor een belangrijk deel ongeschreven - regels die het politieke spel in Groot-Brittannië bepalen. Ook gokken vormt een wezenlijk onderdeel van die Britse cultuur. “He who dares wins”, wie waagt die wint.

John Major speelde alles of niets en bleek zijn risico goed te hebben gecalculeerd. De uitslag van de gisteren gehouden verkiezing door de Conservatieve fractie in het Lagerhuis is verrassend gunstig voor hem uitgepakt. Tweederde van de Tory-parlementariërs bleek achter hun leider te staan, aanzienlijk meer dan toen deze vijf jaar geleden werd gekozen als opvolger van Margaret Thatcher. Daarmee lijkt vast te staan dat John Major de partij zal leiden tot de komende verkiezingen, die uiterlijk in het voorjaar van 1997 moeten worden gehouden.

De uitslag zal Majors sleetse imago in eigen land geen kwaad doen. Maar of de Conservatieve partij, die het nog altijd slecht doet in de opiniepeilingen, onder zijn hernieuwde leiding kans zal zien Labour over twee jaar van een overwinning af te houden, moet worden betwijfeld. Voor de perspectieven van Labour is deze uitslag zonder meer gunstig. Als Major zou hebben verloren, dan was de kans groot geweest dat Labour-leider Tony Blair binnen twee jaar de strijd had moeten aanbinden tegen iemand als Michael Heseltine, een politicus die meer tot de verbeelding spreekt dan de huidige premier en een geducht 'campaigner' is.

DE EUROPESE UNIE schiet met de uitslag niet veel op. In de Britse distantie tegenover Brussel zal weinig veranderen. De Conservatieve partij blijft twee tegen één verdeeld over haar houding tegenover de Europese Unie en daarmee zal Major ook in de toekomst rekening moeten houden. De premier staat nu voor de taak om de partijgelederen weer gesloten te krijgen. Dat vergt omzichtig manoeuvreren en impliceert dat hij ook de van hem vervreemde Eurosceptici en de Eurofoben in zijn partij tegemoet zal moeten komen. Welke koers de premier in dat opzicht wil varen, zal wellicht vandaag duidelijk worden door de verschuivingen die hij uitvoert in zijn kabinet, waarbij de meeste belangstelling uitgaat naar de opvolger van minister van buitenlandse zaken Douglas Hurd.

De door Major geforceerde crisis heeft gewerkt als een donderbui waardoor de lucht voor enige tijd opgeklaard is. Maar gevreesd moet worden dat binnen enkele maanden de atmosfeer weer net zo drukkend wordt als voorheen. Zeker als de verkiezingen dichterbij komen en het Britse electoraat weer aan het woord komt. Dat is de ultieme spelregel van de democratie.