Goed en fout in de jaren '90

Niets blijft zoals het is en zo verandert ook de ramp van het voormalig Joegoslavië voortdurend in zijn samenstellende delen - waarbij het opmerkelijk is dat de omvang gelijk blijft. Dat er in een belegerde stad mensen van honger zijn gestorven, zoals nu in Bihac, was nog niet voorgekomen. Ook in andere belegerde enclaves neemt de schaarste toe; het vliegveld van Sarajevo blijft dicht. Het zal interessant zijn te zien hoe de internationale gemeenschap op een uithongering reageert nadat ze de aanblik van de concentratiekampen en bloedbaden met succes heeft doorstaan.

Dan blijken de blauwhelmen vaker in de strijd te worden betrokken, in die mate dat ze nu met zware wapens het vuur beantwoorden. Het schot uit een 120 milimeter mortier van een Franse eenheid in de buurt van Sarajevo wordt als een klein historisch feit geregisteerd. De tegenstander heeft na enige aarzeling het vuur beantwoord. In het algemeen worden de strijdkrachten van de VN meer beschoten dan nog een paar maanden geleden. Dit betekent dat UNPROFOR verder in de strijd wordt betrokken.

De derde nieuwe component is de snelle interventiemacht. Dit verhoudingsgewijs sterke leger zal moeten dienen om, als het zover mocht komen, de aftocht van de blauwhelmen te dekken. Maar hoewel voor die ontruiming alle plannen gereed zijn en de verklarigen en de rechtvaardigingen bij wijze van spreken al gedrukt, is nog geen instantie bereid het definitieve besluit te nemen, zodat de discussie voortduurt. Daardoor is de interventiemacht werkeloos. Het is een bekend gegeven dat een grote strijdmacht louter door zijn aanwezigheid om actie vraagt op straffe van zijn demoralisering. Dat 'model' is nog in de Golfoorlog gedemonstreerd. Het is niet uitgesloten dat de interventiemacht die bedoeld is om een probleem op te lossen, er een extra zal veroorzaken.

Ten vierde wijzen de berichten van ter plaatse erop dat de Bosnische Serviërs oorlogsmoe worden. Ook in Pale neemt de schaarste toe. Radovan Karadzic 'sluit zich op in zijn villa' (volgens de Herald Tribune van maandag) en niemand weet wat hij daar doet. Gedichten maken? Krijgsplanen smeden? Een letztes Aufgebot verzinnen? De Russische onderhandelaar Tsjoerkin heeft hem geschetst als iemand 'die door oorlogswaanzin bezeten is'; de nieuwe onderhandelaar van de Europese Unie, Carl Bildt, slaat hem bij zijn raadplegingen liefst over. Toch is Karadzic de enige partner als er met de Bosnische Serviërs moet worden onderhandeld.

De vijfde component is Milosevic. De bemiddelaars van de VN hebben geprobeerd hem te winnen voor het vredesproces door hem verlichting van de sancties tegen Belgrado te beloven in ruil voor zijn steun aan het isolement van de Bosnische Serviërs. Maar het was weldra publiek geheim: Milosevic bedroog zijn partners van de internationale gemeenschap. Dus is het de vraag wat men nu met hem aan moet. Geen mens weet het.

Tenslotte zijn er de Moslims, wier tegenoffensief veelbelovend is begonnen maar nu stagneert. Dit offensief heeft bij de Bosnische Serviërs de vrees doen ontstaan dat zij op hun beurt etnisch zullen worden gezuiverd. En oorlogsmoe of niet, door dit vooruitzicht worden ze niet vreedzamer gestemd.

Van het panorama der wisselende componenten neemt het Westen verder afstand omdat het niet anders kan. De mogelijkheid tot militaire interventie bestaat niet meer zoals door de gijzelaarscrisis is aangetoond. Het luchtruim, waar geen vliegtuigen van de belligerenten mogen komen, is 4000 keer geschonden; de Bosnische Serviërs halen hun zware wapens uit de opslagplaatsen van de VN zoals een forens zijn auto uit de garage. In bereidheid tot interventie gelooft bijgevolg niemand meer. De al vrijwel van het begin af overheersende theorie dat geen nationaal belang buiten Joegoslavië met de oorlog was gemoeid, is gemeengoed geworden en dient nu zelfs als grondslag voor verdere veralgemening.

(De oorlog heeft een theoretische fall-out of spin-off, hoe je het noemen wilt. Het gebruik van geweld ten behoeve van het nationaal belang heeft een revolutie doorgemaakt. Onlangs hoorde ik een opname van een vergadering van de PvdA, eind 1948, waarop de heer Van de Goes van Naters de tweede politionele actie verdedigt. Een paar protesterende communisten werden snel de zaal uitgewerkt. De grote meerderheid was het zonder veel bezwaren eens met die interventie. Zelfs tien jaar later heeft een Nederlandse regering, verwijzend naar een soort nationaal belang, nog een legertje en een vliegdekschip naar Nieuw Guinea kunnen sturen. Is de Golfoorlog de laatste waarin naties bereid waren grootschalig te gaan vechten? Met het 'toepassen' van persoonlijk geweld gaat het intussen de andere kant op. Een goed voorbeeld van individualisering. De volgende vraag is natuurlijk of er in de verhouding tot het gebruik van geweld nog wel van een nationaal belang kan worden gesproken, als het niet tot daden leidt, en hoe het nationaal belang dan nog moet worden gedefinieerd).

Nadat de bereidheid tot interventie in Bosnië praktisch is uitgedoofd, verflauwen vanzelfsprekend ook de betrokkenheid en de belangstelling. Een onderzoek leert dat in het Nederlandse publiek de weerstand tegen de militaire aanwezigheid van eigen troepen in Bosnië groeit. Het hoofdartikel in deze krant van gisteren draagt de vermoeide kop En almaar Bosnië.

Op 23 juni heeft J.L.Heldring in zijn column de Amerikaanse politiek-militaire schrijver Edward N. Luttwak geciteerd. Die wijst op allerlei menselijke en materiële verwoesting en stelt dan vast dat ook 'de schade aan onze “morele economie” alleen al als gevolg van Bosnië enorm is.' Wie weet; het is niet meetbaar, maar afgezien daarvan is dit, voorzover ik weet, de eerste keer dat de moraal als economische categorie wordt opgevoerd.

Terwijl de ramp voortduurt begint hij al een historische kant te ontwikkelen. Over een jaar of tien, twintig, staat er iemand op, een vroeg 21ste eeuwse Bolkestein, een Boomsma, een Faber, om de dan prangende vraag te stellen: wie was er goed, wie was er fout in de jaren negentig?