'Filosofisch onderzoek ethiek mist diepgang'

UTRECHT, 5 JULI. Het Nederlandse ethiek-onderzoek aan de filosofie-faculteiten mist filosofische relevantie en diepgang. Dit is te wijten aan een soms te sterk theologische aanpak en aan gebrek aan aandacht voor fundamentele ethiek. Het onderzoek in sociale en politieke filosofie ontbeert elke internationale relevantie, en wordt vaak gekenmerkt door een zekere weerzin tegen nieuwe ideeën. De taalfilosofie daarentegen staat in Nederland op een zeer hoog peil, net als de logica en kennistheorie.

Dit schrijft een internationale visitatiecommissie onder leiding van de Leidse emeritus hoogleraar dr. L.M. de Rijk, in haar gisteren verschenen rapport over het filosofie-onderzoek aan de Nederlandse universiteiten in de periode 1989-1993. De Groningse faculteit doet het volgens de commissie “erg goed”, terwijl de Rotterdamse onderzoekers “soms weinig meer doen dan op bezorgde wijze een massa probleemstellingen verzamelen”. Over andere universiteiten wordt gemengd geoordeeld.

Filosofische onderzoekers schrijven verder te vaak in het Nederlands, waardoor internationale discussie en 'peer review' worden vermeden. Ook worden te vaak publicaties opgevoerd als wetenschappelijk, terwijl het in werkelijkheid bijvoorbeeld om korte boekbesprekingen gaat.

Commissievoorzitter De Rijk, die zelf jarenlang PvdA-senator is geweest, waarschuwt in zijn voorwoord overigens tegen de 'blindheid' van politici die hun “harde oordelen” over de universiteiten te veel laten bepalen door herinneringen aan hun eigen studietijd in de “toegevelijke sfeer” van jaren zestig en zeventig, terwijl inmiddels de universiteiten een ware metamorfose hebben ondergaan.