Een jazz-zanger in Nederland

Ronald Douglas & Trio, 14/7 North Sea Jazzfestival (Carel Willinkzaal, 21.15-23u). CD Ronald Douglas & Trio: Pieces of Dreams (Hillstreet Jazz 3014-2, 1994)

'Niet in de stijl van Greetje Bijma? O, dan zing je dus zoals Rita Reys.' Ronald Douglas doet voor hoe jazzprogrammeurs reageren op zijn verzoek om te komen zingen. “Alsof er maar twee soorten vocale jazz bestaan.”

Dat de namen van deze twee jazz-zangeressen vallen is tekenend voor het gebrek aan mannelijk zangtalent in Nederland. Ronald Douglas (35) is een van de weinige professionele zangers die zich geheel toeleggen op het mainstream jazz-repertoire. “Veel mannelijke muzikanten durven niet. Wie zingt, kan niet om zijn gevoel heen. Die moet een verhaal vertellen. Daar zien vrouwen kennelijk minder tegenop.”

Op het North Sea Jazzfestival laat de boomlange Douglas (geen artiestennaam) zich begeleiden door zijn pianotrio, waarmee hij vorig jaar zijn debuut-cd opnam, Pieces of dreams. Behalve Gershwin-klassiekers als Someone to watch over me en Embracable you, staan daar ook instrumentale nummers op die Douglas van tekst heeft laten voorzien.

Op het live-programma staat bovendien een Billy Strayhorn-suite: een reeks bekende en onbekende stukken van deze Ellington-huiscomponist aaneengesmeed door Lush Life. Opmerkelijk is tenslotte het stuk met de ironische titel New Thing van pianist Rob van Bavel. Dit bevat onder meer de tekst: 'Let's talk about this thing called jazz/ I won't talk about contemporary music (...)/ cause it's a mess.' Waarna Douglas zich uitleeft in een pijlsnelle shooweedoowop-solo - ook wel scatten genoemd. “Ik geloof dat Rob met dit stuk zijn frustratie over bepaalde muziekvormen kenbaar wilde maken”.

Op aandringen van zijn vader deed Douglas op zijn zestiende mee aan een talentenjacht van de VARA en werd tweede. Intussen studeerde hij klarinet en saxofoon. Toch koos hij later voor de sociale academie. Na zes jaar cultureel werk zette hij er een punt achter. In 1993 studeerde hij af bij docente Deborah Brown aan het Hilversums conservatorium. Voordien werd hij al gevraagd om op te treden met de Skymasters en de Timeless Bigband.

Douglas heeft een vrij lage stem, en, niet onbelangrijk, hij beheerst het Amerikaans-Engelse idioom alsof het zijn moedertaal is. “Als mensen tegenover mij beginnen over Sinatra”, verzucht Douglas, “dan denk ik: ik doe dingen die Frank Sinatra nóóit van zijn leven heeft gedaan. Sinatra is een crooner, die braaf zijn teksten zingt. Ik word liever met Mel Tormé vergeleken.”

Toch heeft Douglas een paar jaar geleden ingezien dat een jazz-zanger, vooral in de combinatie met bigbands, niet om the Voice heen kan. “Sinatra heeft een geweldige timing. Dat achterlopen op het thema van hem bijvoorbeeld. Dat probeer ik ook wel eens. Ik kom niet altijd op tijd bij het chorus uit.”

Begin dit jaar stond Douglas zelf voor het grote Metropole-orkest dat zijn muziek speelde in arrangementen van onder anderen Rob Pronk. “Dat was een droom van me”, zegt Douglas. “Als zanger heb je minder vrijheid omdat het orkest de meeste gaten vult. Het is een geweldig gevoel - al die strijkers en blazers achter je.”

Klassieke liederen, zoals de cyclus Dichterliebe van Robert Schumann, die hij tijdens zijn opleiding zong, staan volgens Douglas veel dichter bij jazz dan menigeen denkt. “Het verschil is dat je bij Schumann van je afzingt, bij jazz houd je het meer bij je. Bovendien is er bij Schumann- of Schubertliederen vrijwel geen ruimte voor improvisatie.” Op de vraag of hij opera zou willen zingen antwoordt hij verschrikt: “Alleen in mijn eigen huis.”

Douglas vindt dat het niveau van de Nederlandse jazzmuzikant niet langer onderdoet voor dat van de Amerikanen. Het bewijs daarvan ziet hij in het contract dat het roemruchte jazzlabel Blue note onlangs met Denise Jannah sloot. Heeft de zanger sindsdien in zijn Arnhemse woonhuis smachtend op een telefoontje uit New York zitten wachten? “Ik heb Gary Giddens, de man van Blue Note, mijn cd opgestuurd. Hij was behoorlijk enthousiast.”