De uitverkoop van punkidealen

Tank Girl. Regie: Rachel Talalay. Met: Lori Petty, Naomi Watts, Malcolm McDowell, Ice-T. In twaalf steden.

De adoptie van Tank Girl door Hollywood moet haar geestelijke ouders, de Engelse striptekenaars Jamie Hewlett en Alan Martin, met gemengde gevoelens vervullen. De in 1988 geboren, maar eeuwig 19-jarige punkheldin, wel eens beschreven als 'Mad Max gekleed door Vivienne Westwood', komt voort uit de underground, inspireerde rockmuzikanten en militante lesbiennes, maar is in de geheel aan haar gewijde speelfilm toch vooral een schat met een tong als een scheermes en het hart op de juiste plaats. De bij voorbeeld in Nederland niet zo heel erg bekende stripfiguur kan nu haar opmars beginnen door de wereld van de merchandising, en daar zullen die twee striptekenaars uit Worthing, als ze de juiste contracten ondertekend hebben, geen bezwaar tegen hebben.

Toch kan de film, geregisseerd door Rachel Talalay, die eerder verschillende cultfilms van John Waters produceerde en een film uit de reeks A Nightmare on Elm Street regisseerde, moeilijk opgevat worden als de geëigende eindbestemming van een alternatieve stripheldin. Zelfs het herhaaldelijk inlassen van tekeningen uit de oorspronkelijke strip kunnen Tank Girl niet goed redden van het lot dat al die andere verfilmde strips, van Batman tot Popeye, ten deel viel: de onmogelijkheid om in de driedimensionale vertolking van een papieren idee geloofwaardigheid te veroveren.

Het idee van de strip bevat genoeg stof voor een nieuwe postmoderne plundertocht langs de filmikonen van de 20ste eeuw. We bevinden ons in de Australische jungle van het postnucleaire jaar 2033. Drinkwater is net zo schaars geworden als snuisterijen die herinneren aan de onbekommerde eeuw van amusement- tot-je-erbij-neerviel. Een foto van Doris Day, een plastic poppetje van Elvis, het zijn relikwieën geworden in de aan een uitdragerij herinnerende buitenpost waar Rebecca Buck alias Tank Girl (Lori Petty, de verzorgster van de orka in Free Willy) met enkele andere vredelievende vrijbuiters stand houdt tegen de almacht van de maatschapppij Water & Power. Als Big Brother Malcolm McDowell je te pakken krijgt, schroeft hij een apparaat in je rug, dat onmiddellijk je bloed tot de laatste druppel omzet in, door hem ter plekke geconsumeerd, zuiver drinkwater.

De enige andere laatste opstandelingen zijn de Rippers, door een ongelukkig uitgevallen experiment tot halve kangoeroes gemuteerde mannen met geringe intelligentie. Een van hen waant zich Jack Kerouac en reciteert beatpoëzie, misschien wel omdat hij onder de grond woont. Tank Girl en haar vriendin, de automonteuse Jet (NaomI Watts), doen met de Rippers een aanval op het geüniformeerde establishment, mede dankzij de buitmaking van Rebecca's favoriete fallische speelgoed, een heuse tank.

Veel details in Talalay's verfilming zijn charmant door hun absurditeit, zoals een door Busby Berkeley geïnspireerde musicalscène die cliënten en staf van een bordeel uit volle borst samen Cole Porters 'Let's Do It' laat zingen, of de knipogen naar talloze andere films en boeken. Ook de door Courtney Love (de weduwe Cobain) samengestelde soundtrack, met onder meer Björk en Portishead, beantwoordt aan de hoogste modieuze normen. En toch is Tank Girl een teleurstellende film, die ruikt naar uitverkoop van ooit subversieve ideeën aan de hoogste bieder. Tank Girl heeft haar tijd ook niet mee; in Amsterdam zou ze wellicht ook langzamerhand haar bakfiets verruilen voor een Vespaatje en met Water & Power in onderhandeling treden over sponsoring of andere initiatieven tot het verwerven van gemeenschappelijk voordeel.