Bonbonbloc is geen merk, radionieuwsdienst wel

Wie was er niet teleurgesteld toen begin dit jaar de vaste aankondiging van het nieuws op de radio verdween. Het sympathieke: “tuuut, tuuut, tuuuuuuut! Dit is de Radio-nieuwsdienst verzorgd door het ANP” moest na 50 jaar trouwe dienst plaatsmaken voor het onpersoonlijke: “Dit is de NOS met het nieuws.” Het einde van een tijdperk.

De verrassing was daarom groot toen zich enige maanden geleden plotseling een nieuwe radio-nieuwsdienst meldde. Ditmaal niet verzorgd door het ANP maar door de VPRO. Geheel spontaan en ongevraagd had de VPRO de verbannen kreet nieuw leven ingeblazen. “Dit is de Radio-nieuwsdienst verzorgd door de VPRO”, schalde het op vrijdagmorgen, de vaste uitzenddag van de VPRO, door de ether.

Het ANP bleek niet erg gelukkig met de keuze van de VPRO. In februari benaderde ANP-directeur B.Q. Voors de omroep met het vriendelijke, doch dringende verzoek te stoppen met het gebruik van de aanduiding Radio-nieuwsdienst. Het ANP beriep zich hierbij onder andere op haar merkrechten op het woord Radio-nieuwsdienst.

Een vreemd argument, zo meende Jan Haasbroek, hoofdredacteur van VPRO-radio. Je kan toch niet zomaar van een soortnaam als radio-nieuwsdienst een merknaam maken? En bovendien had de VPRO het woord Radio-nieuwsdienst ook al gebruikt in de periode tussen 1980 en 1984. Daar heeft het ANP nooit tegen geprotesteerd. Waarom nu dan wel, juist op het moment dat het ANP stopt met deze dienst, zo vroeg Haasbroek zich af.

Het ANP was echter van mening dat zij wel degelijk merkrechten bezat op de Radio-nieuwsdienst. “Soortaanduidingen kunnen door langdurig gebruik merken worden”, als Voors. “In dit geval kan je zelfs spreken van een A-merk.” Hoewel er nog geen concrete plannen bestaan voor een herintroductie van de Radio-nieuwsdienst, wilde het ANP toch het alleenrecht op de naam behouden. “Wij bewegen ons nog steeds in de markt van de nieuwsbulletins”, vertelt Voors. “Het is beslist niet uitgesloten dat er in de toekomst met een of andere omroep afspraken worden gemaakt over gebruik van het merk Radio-nieuwsdienst.”

Na wat heen en weer geschrijf en een goed gesprek koos de VPRO uiteindelijk eieren voor haar geld. In mei werd de Radio-nieuwsdienst van de VPRO weer gewoon “De nieuwsberichten van de VPRO”. De omroep had gewoon geen zin in een juridische procedure.

Maar wat was er gebeurd als de VPRO het er op aan had laten komen? Wie had de rechter dan gelijk gegeven? De eigenaar van het geregistreerde handelsmerk Radio-nieuwsdienst of de gebruiker van de soortnaam radio-nieuwsdienst?

Zo op het eerste gezicht geef je de VPRO toch een goede kans. Zo'n zuiver beschrijvende naam als Radio-nieuwsdienst is toch niet te monopoliseren? Ook uit de rechtspraak blijkt dat de gebruikers van beschrijvende merknamen vaak bot vangen. Zo kreeg de eigenaar van de zelfverhuizer, een merk voor opleggers om zelf mee te verhuizen, geen bescherming. De rechter meende dat het merk te beschrijvend was voor het soort produkt. Hetzelfde overkwam de uitgevers van de tijdschriften Surfsport en Golfjournaal, titels van respectievelijk een tijdschrift over surfen en een blad voor golfers. En ook de naam Bonbonbloc kon volgens de rechter niet als merk geclaimed worden voor een aantal aan elkaar vastzittende repen. En wat dacht u van antikras voor meubelpoets en schenkstroop voor stroop die je kunt schenken? De rechter gaf ze geen bescherming.

Past nu de Radionieuwsdienst niet keurig in dit rijtje? Beschrijvender kon het toch haast niet? Dat is waar, maar toch vraag ik me sterk af of de VPRO in een rechtszaak aan het langste eind had getrokken. Immers het onderscheidend vermogen van een merk is geen constante grootheid. Merken die bij in gebruikname als puur beschrijvende aanduidingen worden beschouwd, kunnen door langdurig en intensief gebruik hun beschrijvend karakter verliezen. Inburgering wordt dit verschijnsel genoemd.

Zo kan het gebeuren dat een oorspronkelijk zwak merk sterk wordt. Het publiek laat het beschrijvende in het merk los en begint de aanduiding als merk te zien. Dat overkwam een aantal jaren geleden De Woonkrant, een zaterdags katern over wonen in de Telegraaf. De rechter vond dat deze, oorspronkelijk zuiver beschrijvende naam, door langdurig gebruik was ingeburgerd en een merk was geworden. En zo kreeg de Telegraaf het alleenrecht op het 'gewone' woord Woonkrant.

Ik kan me voorstellen dat de rechter meent dat hetzelfde is gebeurd met de Radionieuwsdienst. Het woord heeft immers flink de gelegenheid gehad als merk in te burgeren. “Dit is de Radio-nieuwsdienst verzorgd door het ANP”: week in week uit, om het uur, via een indringend medium en gedurende bijna 50 jaar, dat is maar weinig merken gegund.