Balans schade aan 'Cali' kan moeilijk worden opgemaakt

Met de arrestatie van José Santacruz Londono, de vermeende architect van de internationale smokkelnetwerken van het Cali-kartel, heeft de Colombiaanse justitie opnieuw een grote vis geharpoeneerd. Van de zeven divisie-chefs van het als een multinational geleide drugsimperium zitten er sinds een maand vier gevangen, onder wie Gilberto Rodriguez Orejuela, 'financieel directeur' en tweede man. Voor de 'president-commissaris' van het kartel, zijn voortvluchtige broer Miguel, wordt het aan de top langzamerhand een beetje eenzaam.

Na jaren van kritiek - vooral uit de VS - lijkt de Colombiaanse regering ernst te maken met haar belofte de drugsmisdaad te lijf te gaan. Met de jongste arrestaties en door het ontmantelen van inlichtingennetwerken, pakhuizen en bevoorradingslijnen heeft de Colombiaanse drugspolitie, met hulp van Amerikaanse specialisten, de narcotraficantes grote schade toegebracht.

Maar of de arrestaties “het begin van het einde” zijn, zoals de Colombiaanse president Ernesto Samper heeft gesuggereerd, moet worden afgewacht. De kartels hebben altijd blijk gegeven van een enorme vitaliteit. Zo beleeft het kartel van Medellín, dat na de dood van Pablo Escobar was afgeschreven, een tweede leven. De overgebleven leiders zouden van hun fouten hebben geleerd en het geleerde vanuit hun cel nu in de praktijk brengen.

'Cali', sinds circa 1985 marktleider van de wereldcocaïnehandel, is er eveneens in geslaagd steeds de wonden te helen die justitie het toebracht. Anders dan de “cowboys” die het Medellín-kartel tot bloei brachten, is 'Cali' altijd bedrijfsmatig geleid, met gebruikmaking van technieken uit de 'bovenwereld' zoals elektronische overboekingen en moderne communicatie- en transportmethodes. In de rijke koopmansstad Cali heeft het aan kennis daarover nooit ontbroken. Zolang de coca-bronnen in Bolivia en Peru bleven stromen en zolang de vraag naar het witte poeder in de VS, Europa en Japan hoog bleef, is de positie van het kartel daarom steeds onaantastbaar gebleven.

Het is onzeker of de jongste groep arrestanten permanent buiten gevecht is gesteld. De Colombiaanse openbare aanklager, Antonio Valdivieso, klaagde in een recent vraaggesprek met deze krant nog dat het zo moeilijk is een aanklacht tegen hen te formuleren omdat de grote bazen hun eigen handen vaak schoon houden. Uitlevering wegens drugszaken is in de grondwet verboden. En in eigen land staan relatief lage straffen op drugsvergrijpen. Die straffen kunnen nog eens lager uitpakken als de arrestanten met de justitie meewerken. Zo kunnen zij, na enkele jaren in een niet al te ongezellige gevangenis te hebben gewoond, weer op vrije voeten komen en hun oude vak voortzetten.

De Amerikaanse krant The New York Times droeg in een hoofdartikel deze week nog een argument voor sceptici aan: “Drugsbaronnen zouden beschadigende informatie bezitten over vele Colombiaanse politici. Terwijl ze de façade van een harde drugspolitiek ophouden zullen die politici doorgaan hen te beschermen. Sommigen lijken maar al te graag een premature overwinning op het Cali-kartel te willen uitroepen, terwijl ze enkele leiders ongemoeid laten”, aldus de krant.

Tot degenen tegen wie drugsbestrijders uit de VS nog steeds bedenkingen hebben behoort ook president Samper. De recente arrestaties betekenen voor 'Cali' daarom waarschijnlijk nog niet meer dan 'het einde van het begin'.

    • Hans Steketee