Amsterdam blijft economisch achter bij regio

AMSTERDAM, 5 JUNI. De verschillen in economische ontwikkeling binnen het beoogde gebied van de stadsprovincie Amsterdam worden de komende jaren groter. Terwijl in de hoofdstad voor 1995 en 1996 een economische groei wordt voorzien van 2,6 en 2,7 procent, mogen de zuidelijke randgemeenten (inclusief Almere) rekenen op een groei van 4 en 5 procent. De stijging van het bruto regionaal produkt is in 1996 groter dan de gemiddelde economische groei in Nederland.

Dat blijkt uit de Amsterdamse Economische Verkenningen die vanmiddag zijn gepresenteerd. De werkloosheid in de regio (nu 9 procent) wordt de komende jaren ondanks de goede vooruitzichten nog groter. Jaarlijks komen er zo'n ruim 12.000 banen bij, maar de beroepsbevolking neemt de komende twee jaren telkens met 17.000 mensen toe. Ook hier is een groot verschil tussen Amsterdam en de randgemeenten: met respectieve werkloosheidscijfers van 13 en 4 procent.

De belangrijkste factoren in het economische succes van de zuidelijke gemeenten zijn vooral de sectoren transport (Schiphol), groothandel (bloemenveiling) en financiële en zakelijke dienstverlening. Bedrijven in die laatste sector trekken naar dit gebied - volgens het rapport “de economische tijger” van de regio - omdat ze in het dichtgebouwde Amsterdam de ruimte niet meer vinden.

Het is voor de Amsterdamse wethouder E. Peer (economische zaken) reden zich economisch (her)gebruik van bestaande bedrijfsterreinen voortvarender aan te pakken en tegelijk te onderzoeken of leegstaande kantoorpanden kunnen worden gebruikt voor volkshuisvesting. Volgens vice-voorzitter A.H.M. Kruytzer van de Kamer van Koophandel is behalve de geringe fysieke ruimte, vooral de bereikbaarheid van de hoofdstad een belangrijk probleem.