Unctad-rapport: investeerders mijden ten onrechte Afrika

GENEVE, 5 JULI. Buitenlandse particuliere investeerders hebben de ontwikkelingslanden van Afrika de afgelopen tien jaar ten onrechte gemeden. Dit staat in een rapport van de VN-organisatie voor handel en ontwikkeling (UNCTAD) dat gisteren in Genève is gepresenteerd.

Volgens het rapport zijn de directe buitenlandse investeringen (dbi) in ontwikkelingslanden sinds het midden van de jaren tachtig verviervoudigd. Afrika heeft echter niet van deze groei geprofiteerd. De dbi in Afrika bleven het afgelopen decenium steken op een niveau van drie miljard dollar per jaar. Het aandeel van Afrika in de totale dbi-stroom naar ontwikkelingslanden is in deze periode gedaald van meer dan elf procent naar vijf procent.

De belangrijkste oorzaken van deze daling liggen volgens het rapport in de hoge schuldenlast, de gebrekkige infrastructuur, de strikte regulering van markten en het lage opleidingsniveau van de bevolking. In sommige landen gaan deze nadelige factoren gepaard met politieke en sociale instabiliteit. Toch stelt de UNCTAD dat er voor multinationale ondernemingen in diverse Afrikaanse landen “talrijke investeringsmogelijkheden” bestaan.

Vandaag en morgen bespreken ministers van donorlanden en Afrikaanse ontwikkelingslanden in VN-verband de schuldenlast van het continent. Secretaris-generaal Boutros Boutros Ghali van de VN pleitte kort geleden voor een flexibeler en meer fundamentele aanpak van de schuldenlast. Voorts vindt hij dat de internationale ontwikkelingshulp voor het continent omhoog moet. Hij hoopt de investeringen te bevorderen door positieve ontwikkelingen in Afrika te benadrukken.

Het VN-rapport laat de dbi in Zuid-Afrika buiten beschouwing, omdat dit land volgens de VN-classificaties niet tot de ontwikkelingslanden behoort. Het rapport concludeert wel dat een democratisch en politiek stabiel Zuid-Afrika de dbi in het hele continent zou kunnen stimuleren. Voorts zou Zuid-Afrika zelf, wanneer het zich economisch blijft ontwikkelen, een belangrijke investeerder kunnen zijn in de andere zuidelijke landen van Afrika.

Volgens de UNCTAD was tussen 1981 en 1994 ongeveer twee derde van de dbi in Afrika geconcentreerd in de negen olie-exporterende landen, in het bijzonder Egypte en Nigeria. In Nigeria werd in deze periode voor ongeveer 8,2 miljard dollar geïnvesteerd. Ongeveer de helft van dit bedrag betrof directe investeringen in de winning van olie, voor het overige werd geïnvesteerd in het Nigeriaanse produktieapparaat. Volgens de UNCTAD voelen buitenlandse investeerders zich gerustgesteld door de hoge buitenlandse deviezenreserve van Nigeria. De UNCTAD concludeert dat investeringen in de oliewinning ook in andere landen kunnen bijdragen aan het ontstaan van de juiste voorwaarden voor diversificatie in andere sectoren. De UNCTAD wijst er op dat de 54 landen van het Afrikaanse continent sterk van elkaar verschillen. Afgezien van de politieke instabiliteit ziet de UNCTAD vooral aantrekkelijke investeringsmogelijkheden in Algerije, Kameroen, Congo, Libië, Botswana, Mauritius en Soedan. (Reuter, AFP)