Schoonmaken grond gaat nog jaren duren

“Dit is een van de ernstigste verontreinigingen van de provincie”, zegt D. Corpel, beleidsmedewerker bodemsanering van de provincie Gelderland. “Het zit in de hoogste prioriteitsklasse.” Hij doelt op de vervuiling van de grond in Vaassen, gemeente Epe. Onder een nieuwbouwwijk in het centrum zitten zware metalen en oplosmiddelen in de bodem, die een galvaniseerbedrijf er in de jaren vijftig en zestig bijna vrijelijk stortte.

Jarenlang werd er niets aan de vervuiling gedaan, hoewel al in 1965 een officiële waarschuwing van het Rijksinstituut voor Zuivering van Afvalwater uitging naar de gemeente Epe. Wel werd het galvaniseerbedrijf halverwege de jaren zeventig door de gemeente uitgekocht en naar een industrieterrein verplaatst, waarna op de vrijgekomen grond een nieuwbouwwijk verrees. En in 1975 en 1979 groef de gemeente een stuk van de grond af. “Dat was geen bodemsanering naar de huidige maatstaven. Dat bestond toen nog nauwelijks”, aldus Corpel.

De provincie bemoeit zich vanaf het begin van de jaren tachtig met de zaak. In 1984 werd opdracht gegeven de omvang van de vervuiling te onderzoeken. “Een gouden opdracht voor dat ingenieursbureau”, aldus D. Schouten, voorzitter van de Vereniging Vaassen Gifvrij en zelf woonachtig op vervuilde grond. “Ze zijn meer dan tien jaar aan het meten geweest, het rapport is net klaar.” Door de structuur van de bodem (zand met grindbanken) hebben de giftige stoffen zich verspreid over een groot oppervlak. En studie naar de haalbaarheid van saneringsvarianten maakt duidelijk dat totale schoonmaak ongeveer 150 miljoen zou kosten.

Overleg tussen gemeente, provincie en bewonersvereniging over de beste manier om de grond te reinigen, heeft onlangs een compromis opgeleverd. “Gekozen werd voor een variant die 28 miljoen zou kosten, waarbij de grond boven het grondwater (drie meter) wordt afgegraven en daaronder wordt gespoeld met een zuur, waardoor nikkel en cadmium verdwijnen”, legt L. Velhorst van de gemeente Epe uit. “We dachten dat er overeenstemming bestond, maar er kwamen geluiden dat de bewoners niet tevreden waren.”

De ontwerpbeschikking die de provincie ter visie wilde leggen, riep de toorn op van de bewonersvereniging. Vorige week donderdag werd een bijeenkomst belegd. Schouten: “Ons voornaamste bezwaar was dat er helemaal niet werd gekeken naar de vervuiling onder de huizen. Uit een steekproef zou blijken dat het in de kruipruimtes schoon is, maar dat leek ons niet waarschijnlijk, gezien het feit dat er zowel voor als achter de huizen ernstige vervuiling is aangetroffen. We hebben nu van de provincie de toezegging gekregen dat tijdens de sanering onder en naast alle huizen wordt gekeken naar de verontreiniging en dat dan onmiddellijk wordt besloten hoe het opgeruimd kan worden. Het is bijna onverwachts goed gegaan.”

Maar Schouten staat nog niet te juichen. Hij vindt de manier waarop met de bewoners en hun belangen is omgesprongen erg onzorgvuldig, “Het lijkt wel alsof we schuldigen zijn in plaats van gedupeerden.” Als voorbeeld noemt hij de kwestie van de onroerend-goedbelasting die de bewoners van de wijk weigeren te betalen, een zaak die nog bij de Arnhemse rechtbank ligt. Schouten: “Door die vervuiling zijn onze huizen veel minder, misschien zelfs niets meer waard. We vinden het daarom niet nodig om die belasting te betalen.”

Nu een compromis bereikt is, zal de ontwerpbeschikking snel ter visie komen. Het zal overigens nog jaren duren voordat de eerste schop de grond in gaat. Corpel: “De onderzoeken tot aan de daadwerkelijke sanering duren in het gunstigste geval anderhalf jaar. Daarbovenop komt nog de tijd die de besluitvorming bij het ministerie van VROM in beslag neemt.”