'Overal om je heen zie je innovatie en creativiteit in de bedrijfsvoering'; NS-topman R. den Besten over de verzelfstandiging van de spoorwegen

UTRECHT, 4 JULI. De verzelfstandiging van de spoorwegen komt onder een slecht gesternte op gang. Terwijl NS en overheid overeenkomen dat het bedrijf over vijf jaar op eigen benen moet staan, daalt het aantal treinreizigers gestaag. Die trend kan volgens NS worden omgebogen door met een nieuw, sneller en luxer produkt een ander soort klanten te werven. Zelf vinden de spoorwegen de totstandkoming van dit treinvervoer-nieuwe-stijl een teken dat de verzelfstandiging nu al vruchten afwerpt, maar in het land neemt de onrust over de toekomst van onrendabele lijnen toe. Ook in de Tweede Kamer groeit de twijfel. Want, vraagt men zich daar af, is het niet vreemd dat terwijl de overheid het openbaar vervoer in het woon-werkverkeer wil stimuleren, NS zich op de lange lijnen richten? Misschien, wordt er zelfs geopperd, moet er geen extra geld voor nieuwe railinfrastructuur worden uitgetrokken, zolang onzeker is of de spoorwegen het net ten volle gaan benutten. R. den Besten, sinds drie jaar topman van NS, meent dat er te somber over de spoorwegen wordt gedacht. “Wij zijn een grote onderneming, zo'n bedrijf gaat niet opeens een geheel andere koers varen.”

Maakt het u niet ongerust dat het draagvlak voor de verzelfstandiging afbrokkelt, zowel maatschappelijk als politiek?

“De kritiek komt met pieken en dalen. Er is nu een piek, wat betekent dat we de komende tijd nog veel moeten uitleggen. Dat is vervelend, maar ook logisch. Tot nu toe was de verzelfstanding van NS een abstracte discussie. Omdat dat nu anders wordt, komen er vragen op. De reactie is: het is een monopolist, dus het zal wel misgaan. Maar dat hoeft natuurlijk niet. KPN heeft zich toch ook netjes gedragen?

“Zelf vinden wij dat we al heel wat kunnen laten zien. Sinds we zijn gaan reorganiseren, zijn de kosten gedaald. Onder meer daardoor hoefde de prijs van de kaartjes dit jaar voor het eerst bijna niet omhoog. De rijksbijdrage is verminderd. En overal om je heen zie je innovatie en creativiteit in de bedrijfsvoering. Want dat krijg je als je mensen meer verantwoordelijkheid geeft.”

Het wantrouwen wordt gevoed door het dalende aantal treinreizigers, terwijl er wel veel geld in nieuwe infrastructuur wordt gestopt. De Tweede Kamer beschuldigt u ervan de belofte niet waar te maken dat het aantal reizigerskilometers de komende jaren verdubbelt.

“Daarbij worden verkeerde cijfers gehanteerd. Wij hebben nooit gezegd dat we in 2010 26 miljard reizigerskilometers zouden hebben, zoals vorige week in de Tweede Kamer werd gesuggereerd. Het ging om een verdubbeling van 9 miljard eind jaren tachtig, tot 18 miljard in 2010. Van die verdubbeling gaan wij nog steeds uit. Dat is onze maatschappelijke verantwoordelijkheid, die wij niet uit de weg gaan.”

U maakte vorig jaar een bescheiden winst, bij een afnemend aantal treinreizigers. Is het bedrijfsmatig gezien nodig om een verdubbeling van het aantal reizigerskilometers te halen?

“In theorie niet. Je kunt winst maken zonder dat het aantal reizigerskilometers stijgt. Dat is winstmaximalisatie. Maar dat woord neem ik niet in de mond als het over NS gaat. Bij ons zal het altijd om winstoptimalisatie gaan, verder gaan we niet. Want de spoorwegen zijn in de eerste plaats een vervoersbedrijf. Wij willen reizigers vervoeren, het liefst zoveel mogelijk. En dan heb je een totaal pakket nodig, niet alleen maar een rompnet van rendabele lijnen.

“De vraag is ook of NS op de langere termijn bij zo'n rompnet gebaat zou zijn. Wij denken van niet. Van ons bedrijf wordt verwacht dat we een integraal pakket bieden, daar gaan de mensen vanuit. Dus als ik zeg: wij gaan voor groei, dan meen ik dat ook.”

Voor een groei van het aantal treinreizigers is het onder meer nodig dat het autogebruik wordt ontmoedigd. Hebt u garanties dat dat de komende jaren zal gebeuren?

“In het contract staat dat de overheid verantwoordelijk is voor een samenhangend vervoersbeleid. Dat beleid staat in een aantal beleidsvoornemens verwoord. Het zou natuurlijk raar zijn als het ministerie van verkeer en waterstaat zich in een overeenkomst met een bedrijf op de uitkomsten van dat beleid vastlegt. Zo gaat dat niet in z'n werk.”

Maar heeft u dan niet erg weinig in handen? Als de spoorwegen verzelfstandigen, zal de overheid zich nog minder dan nu betrokken voelen bij het wel en wee van de spoorwegen.

“Dat denk ik niet. Ook het rijk heeft belang bij een totaal pakket aan spoorvoorzieningen. De overheid is een belangrijke klant, met een aantal grote contracten, maar ook op het gebied van milieubeheer en ruimtelijke ordening.

“Voor onszelf geldt, dat we onze zaakjes op orde willen krijgen, of het autogebruik nu wordt ontmoedigd of niet. Wij zullen ons uiterste best doen meer reizigers te trekken. We hebben toch niet voor niets allemaal nieuw materieel aangeschaft? Bovendien willen we dat er de komende jaren voor nog eens zes miljard gulden in nieuwe railinfrastructuur wordt geïnvesteerd. Dat verzoek ligt nu ter beoordeling bij de minister. Zo'n aanvraag doe je niet als je niet van plan bent het net optimaal te gebruiken.”

Dus er vervallen geen onrendabele lijnen?

“Daar kan ik geen zinnig woord over zeggen. Wij nemen nu vijf jaar de tijd om los van de overheid te komen. In die periode moet blijken of en hoe de slechtst renderende lijnen in stand gehouden kunnen worden. Ons streven is in het jaar 2000 weer 15 miljard reizigerskilometers te hebben, net als in 1991. Daarvoor gaan wij nu om te beginnen een agressieve marketingcampagne op touw zetten, waarbij we ons allereerst op het sociaal-recreatief vervoer en de senioren zullen richten. Want dat is een groeimarkt, waarmee we bovendien onze daluren beter kunnen vullen. Bij die campagne zal het gaan om aanbiedingen, maar ook om nieuwe vormen van vervoer van deur tot deur.”

Waar komt volgens u het publieke wantrouwen jegens uw bedrijf vandaan?

“Wij hebben het imago van een log, bureaucratisch bedrijf. Dat verander je niet zomaar. Daar komt bij dat de prijs/kwaliteitverhouding de afgelopen jaren niet optimaal was. Nu gaan we een tijd tegemoet waarin we onze beloftes waar moeten maken. Nederlanders zeggen in zo'n geval: eerst zien, dan geloven. Dat kan ik billijken.”