Moskou en Boedjonnovsk

DE POLITIEKE crisis in Moskou, waarbij een boos parlement dreigde de regering naar huis te sturen naar aanleiding van het drama in Boedjonnovsk en een boze president dreigde het parlement te ontbinden, is bezworen: de tweede motie van wantrouwen tegen het kabinet van premier Tsjernomyrdin werd zaterdag wel aangenomen maar haalde niet de meerderheid die nodig was om de regering ten val te brengen.

De belangrijkste conclusie na de drie weken durende crisis is de vaststelling dat de parlementaire regels hebben gewonnen: voor het eerst is een politieke crisis op een nette, politieke manier opgelost. Er zijn geen rumoerige straatbetogingen georganiseerd, er is niet geschoten en er is niet gedreigd met buitenparlementaire middelen. Dat is nieuw voor Rusland, waar confrontaties tussen de wetgevende en uitvoerende macht in het verleden altijd met geweld zijn uitgevochten.

Ditmaal kwam het parlement, boos over de bloedige crisis in Boedjonnovsk en over de oorlog in Tsjetsjenië in het algemeen, netjes bijeen om een motie van wantrouwen tegen de regering aan te nemen. Die regering confronteerde het parlement daarop met het verzoek om een tweede stemming, zoals de grondwet voorschrijft. Overleg achter de schermen leidde tot het ontslag van drie van de hoofdschuldigen aan het drama in Boedjonnovsk, de ministers van binnenlandse en nationaliteitenzaken en het hoofd van de geheime dienst. Waarop het parlement zich tevreden toonde en inbond, mede onder invloed van Jeltsins dreigement dat hij het naar huis zou sturen en vervroegde verkiezingen zou uitschrijven eerder dan in te stemmen met het aftreden van de regering. Kortom: het conflict werd uitgevochten met de constitutionele en politieke middelen waarin de grondwet voorziet.

DAARMEE IS RUSLAND nog geen volwassen democratie, want veel zaken blijven onbevredigend: de hoofdschuldigen aan de gecombineerde drama's Boedjonnovsk en Tsjetsjenië, president Jeltsin en minister van defensie Gratsjov, zijn blijven zitten. Verder is geen opheldering gekomen over de vraag wie het bevel heeft gegeven het ziekenhuis van Boedjonnovsk aan te vallen toen zich daar met de Tsjetsjeense bezetters nog duizend gijzelaars bevonden. En ook de rol van Jeltsins Veiligheidsraad, een machtig orgaan dat zich aan elke parlementaire controle kan onttrekken, blijft dubieus. Maar ondanks die kanttekeningen biedt de afloop van de crisis de hoop dat het moeizame democratiseringsproces vruchten begint af te werpen.

Nog een kanttekening: het drama-Boedjonnovsk leidt wellicht tot de beëindiging van de in menselijk en politiek opzicht rampzalige oorlog in Tsjetsjenië. Voor het eerst sinds begin december, toen de Russen Tsjetsjenië binnenvielen, wordt niet geschoten maar overlegd over vrede en een politieke regeling - zelfs direct met de steeds als een ellendige terrorist verketterde president Doedajev. Sjamil Basajev, de leider van het Tsjetsjeense overvalcommando in Boedjonnovsk, mag zich van moorddadige en terroristische middelen hebben bediend, hij heeft uiteindelijk de vrede wel een stuk dichterbij gebracht. Daarmee kan 'Boedjonnovsk' onbedoeld wellicht een belangrijke mijlpaal blijken te zijn in het democratische leerproces in Rusland.