Kentering in rentesentiment

ROTTERDAM, 4 juli. De afgelopen maand liet een kentering zien op de internationale obligatiemarkten. De Duitse en Nederlandse lange rente zijn in juni sterk gestegen. Sinds het begin van dit jaar waren de 10-jaars rentes in beide landen gedaald van ongeveer 7,8 procent naar rond de 6,5 procent begin juni. Vrijdag (30 juni) sloot de Nederlandse lange rente weer boven de grens van 7 procent, per saldo een half procentpunt hoger dan een maand geleden. Ook in de Verenigde Staten draaide het sentiment deze maand, nadat de 10-jaars rente had geroken aan de grens van 6 procent.

Verenigde Staten. De geluiden over een economische afzwakking in de VS waren begin mei nog gemengd van aard. Beleggers hielden nog steeds rekening met de mogelijkheid dat de Fed (Federal Reserve Board), het stelsel van Amerikaanse centrale banken, bij haar vergadering op 23 mei de rente zou verhogen. Maar naarmate de maand mei vorderde, wezen steeds meer indicatoren erop dat zeven achtereenvolgende renteverhogingen in de VS hun werk goed hebben gedaan. Afgelopen maand gingen beleggers zelfs steeds meer uit van een naderende recessie in de VS, terwijl economen voorspelden dat de Amerikaanse groei wel zou vertragen, maar toch zeker niet zou krimpen. De markt begon echter een recessie in te prijzen. De rentes van alle looptijden daalden, omdat men dacht dat de 'Fed funds rate', het door de Fed gestuurde tarief voor interbancair daggeld, zou worden verlaagd. Het verschil tussen de Fed funds rate en de 30-jaars rente nam af tot slechts een half procentpunt. De 10-jaars rente naderde zelfs het niveau van de Fed funds rate. In de geldmarkt werd duidelijk een renteverlaging door de Fed ingeprijsd. De meeste geldmarktrentes zijn lager dan de Fed funds rate; beleggers nemen genoegen met bijvoorbeeld een 6-maands rente van 5,6 procent, zo'n 40 basispunten onder de Fed funds rate. Maar de economische cijfers van de laatste weken geven een gemengd beeld te zien, waarbij sommige cijfers lijken te wijzen op een aanhoudende groei. Ook uitspraken van Alan Greenspan, voorzitter van de Fed, en van andere Fed-leden konden op verschillende manieren worden uitgelegd. Tezamen met werkgelegenheidscijfers, de zogenoemde 'payroll figures', en cijfers over nieuwbouwwoningen (housing starts) die allebei veel beter waren dan verwacht begon de markt vorige week toch weer te twijfelen aan een renteverlaging en daalden de koersen.

Duitsland. In de laatste week van juni steeg de 10-jaars rente in Duitsland met 20 basispunten (1 basispunt = 0,01 procent), de vrijdag daarvoor ook nog eens met 0.1 procent. Deze sterke stijging van de lange rente was het gevolg van ongunstige inflatiecijfers. Beleggers verwachtten een inflatiecijfer van 2,1 procent voor juni, een daling van 0,1 procent ten opzichte van mei. Toen uit de eerste cijfers, die enkele deelstaten publiceerden, bleek dat het cijfer hoger zou uitkomen dan in mei was dat aanleiding tot verkopen van obligaties. Het voorlopige cijfer is vastgesteld op 2,3 procent, maar het valt zeker niet uit te sluiten dat het definitieve cijfer 2,4 procent zal zijn. Ook in mei was het definitieve cijfer 0,1 procent hoger dan het voorlopige cijfer.

Aan de andere kant houden meer en meer partijen in Duitsland rekening met een zwakkere economische groei. Ook de Duitse regering verlaagde vorige maand haar groeiraming voor 1995 en 1996. Ook de Früh-indicator, die het Handelsblatt publiceert, duidt op een afzwakkende groei. Deze indicator, die in het verleden een goede voorspeller bleek te zijn van de economische groei, duidt zelfs op een negatieve groei in het tweede kwartaal. Momenteel zijn weinig statistieken over de Duitse economie beschikbaar, omdat de cijfers nu voor heel Duitsland worden vastgesteld. Daarnaast zijn de cijfers niet zo betrouwbaar; ze zullen nog enkele malen worden bijgesteld. Als de Früh-indicator gelijk zou krijgen, dan biedt dat perspectieven voor een lagere lange rente in Duitsland. Tevens zou de Deutsche Bundesbank dan weer kunnen overwegen haar rentetarieven te verlagen.

Bron: IRIS, Institute for Research and Investment Services, joint venture Rabobank/Robeco Groep