Jeugdwerk Schubert en Mendelssohn paart drama aan vrolijkheid

Concert: Nieuw Sinfonietta Amsterdam o.l.v. Lev Markiz, m.m.v. Isabelle van Keulen, viool, Ronald Brautigam, piano. Programma: Schubert: Ouverture in c; Concertstück in D voor viool en orkest. Mendelssohn: Concert in d voor viool, piano en orkest; Elfde Strijkerssinfonia. Gehoord: 3/7 Concertgebouw Amsterdam.

Op 16 juni 1825 ontving Goethe twee postpakketten met muziek erin. Het ene bevatte een aan de dichter opgedragen bundel liederen van de 27-jarige Franz Schubert, het andere drie pianokwartetten van de 16-jarige Felix Mendelssohn-Bartholdy. “Wanneer het mij vergund zal zijn met deze aan u opgedragen toonzetting van uw gedichten mijn onbegrensde verering voor Uwer Excellentie over te brengen, en wellicht een klein beetje aandacht voor mijn onbeduidendheid te winnen, dan zal ik het gunstige verloop van deze wens als de mooiste gebeurtenis van mijn leven prijzen”, schreef Schubert in alle bescheidenheid.

In reactie ontving de volslagen onbekende en door niemand bij Goethe aanbevolen componist een antwoord noch ontvangstbewijs. Maar het bankierszoontje Mendelssohn, dat al eens met zijn leraar Karl Friedrich Zelter in Weimar op bezoek was geweest en die door de grote dichter als 'nog getalenteerder' dan de jonge Mozart werd beschouwd, kreeg een hartelijke bedankbrief.

Juist Mendelssohn zou echter de al in 1828 overleden Schubert enige erkenning bezorgen, toen hij op 21 maart 1839 in Leipzig de première van Schuberts Symfonie in C dirigeerde. Na afloop hiervan schreef Schumann, die de symfonie in Wenen had ontdekt bij Schuberts broer Ferdinand: “Deze symfonie heeft op ons een uitwerking gehad zoals na die van Beethoven niet één meer. Dat zij vergeten, over het hoofd gezien wordt, hoeft men niet te vrezen; zij draagt de eeuwige kiem van de jeugd in zich.”

Die laatste opmerking zou ook op Mendelssohns muziek kunnen slaan. Vertegenwoordigt Schubert het melancholieke, dromerige en dramatische van de romantische jongeling, Mendelssohn is als het ware Schuberts vrolijke en ongecompliceerde broertje. Vandaar dat een tweeluik van jeugdwerken van deze componisten een prachtig programma oplevert, zo bleek gisteravond tijdens het geanimeerde concert door Nieuw Sinfonietta Amsterdam. Dat Mendelssohn er ook ditmaal wat beter vanaf kwam dan Schubert, was uitsluitend aan de uitvoering te danken.

Mendelssohns Concert in d voor viool, piano en orkest en diens briljant gecomponeerde Elfde Strijkerssinfonia werden vertolkt met onstuimige muzikale overgave, een verbluffende discipline in het samenspel, en een wonderlijk transparante maar tegelijk warme en gloedvolle klank. Het duo Brautigam-Van Keulen bleek uitstekend op elkaar ingespeeld: Brautigam imponeerde met zijn sprankelende, zangerige en ontspannen pianospel, terwijl Van Keulen ontroerde door haar inzet en violistische toewijding.

Dat beide werken van Schubert minder overtuigend klonken, was vooral te wijten aan de nogal geforceerde poging van dirigent Lev Markiz om het onderste uit de kan te halen. Maar Schuberts overgevoelige idioom bleek de naar het gemaniëreerd neigende aanpak van Markiz slecht te verdragen. Schuberts ware gezicht bleef verborgen achter een masker van onnatuurlijke accenten, een vaak te ingehouden dynamiek, en gekunstelde fraseringen.