Het swingde en knalde dat het een aard had

Concert: Het Residentie Orkest o.l.v. van Heinz Karl Gruber. Programma: J. Brahms, Haydn-variaties, op. 56a, A. Schönberg, Verklärte Nacht, op.4 en H.K. Gruber, Frankenstein!!, op. 25b. Gehoord: 2/7, Concertgebouw Amsterdam.

Niet minder dan twee uitroeptekens plaatste dirigent en componist Heinz Karl Gruber achter de titel van zijn 'pandemonium voor chansonnier en orkest'. Grubers suite Frankenstein!! (1971) is gebaseerd op een reeks kindergedichten van H.C. Artmann. De teksten van Artmann, met titels als Fräulein Dracula, Goldfinger & Jimmy Bond, Batman & Robin en Litanei, hebben een absurdistische, enigszins dreigende ondertoon. Hoofdpersoon in het griezelkabinet is voor Gruber Frankenstein, de onzalige geleerde die zijn greep op de door hem zelf geschapen werkelijkheid verloor.

Gruber componeerde met Frankenstein!! een muzikale tegenhanger van de tegelijk argeloze en onheilspellende wereld die Artmann oproept. Zoals bij Artmann de dingen niet zijn wat ze lijken, zo speelt Gruber met de conventies van het symfonieorkest. In het Amsterdamse Concertgebouw nam hij de rol van dirigent èn chansonnier op zich. Hij dirigeerde met zijn rug naar het Residentie Orkest, declameerde zijn teksten en bespeelde kinderinstrumentjes. Ook de orkestleden moesten eraan geloven. Hoornisten bliezen op plastic fluitjes, een slagwerker sloeg opgeblazen boterhamzakjes kapot en strijkers zwaaiden met gekleurde tuinslangen. Het swingde, ratelde en knalde dat het een aard had.

Aan het enthousiasme van Gruber heeft het niet gelegen en zijn pandemonium steekt kunstig in elkaar, maar het absurdisme in Frankenstein!! had geen angel. De duistere betekenissen in de kinderpoëzie van Artmann verzandden in een bonte verzameling muzikale grillen. Ook al voor de pauze, in de Haydn-variaties van Brahms en Schönbergs Verklärte Nacht in de versie voor strijkorkest uit 1947, was Gruber blijven steken in de buitenkant. Van het verontrustende karakter van het oorspronkelijke strijksextet uit 1899, toch al enigszins verzacht door de rijkere klank van het strijkorkest, bleef hoegenaamd niets over.

Dat Gruber wel een bezielde maar niet een overdreven begaafde dirigent is, bleek ook uit zijn aanpak van Brahms' Haydn-variaties. Details werden onvoldoende afgewerkt, sommige snelle variaties klonken niet geconcentreerd en puntig genoeg, langzame juist weer te traag en slepend. Daarbij deden Grubers bezwerende gebaren in hun effectloze nadrukkelijkheid zelfs even denken aan de uitroeptekens in Frankenstein!!