Het 'stemvee' beslist over lot van Major

LONDEN, 4 JULI. Dit was de dag van het Britse stemvee. Dit was de dag dat onbekende Lagerhuisleden over het lot van een premier beslisten. Dit was het moment van triomf voor de parlementaire underdogs.

De meeste van de 329 Conservatieve parlementariers gaan naamloos door het leven. Nooit voeren ze het woord in het House of Commons. Bij de verdeling van de meer dan tachtig regeringsbaantjes zijn zij steeds overgeslagen. TV-ploegen lopen achteloos aan hen voorbij.

Zij vormen het stemvee van de Tories. Geterroriseerd door de partij-'whips', een soort geheime politie die waakt over de partij-discipline. Gekoeioneerd door het partijbestuur van hun plaatselijke kiesdistricten. Genegeerd door hun veel machtiger collega's. Zij mogen alleen maar bijval brommen als een minister het woord voert. Verder moeten ze hun koppen houden en zich onzichtbaar maken. Wat er omgaat in hun hoofden, wie maalt erom?

Maar in de aanloop naar een leiderschapsverkiezing krijgen de anoniemen op de achterbanken plotseling gezichten. Het zijn hun stemmen die vandaag bij de keuze tussen John Redwood en John Major de doorslag zullen geven. Dat verklaart de aandacht en voorkomendheid waarmee ze opeens worden bejegend. Vooraanstaande collega's willen plotseling met hen dineren. Ministers prijzen hun talenten die al te lang ongebruikt zijn gebleven. Zelfs de premier belt op om naar hun gezondheid te informeren. En of hij als eenvoudige staatsman op de gewaardeerde ondersteuning van zijn eerwaarde collega mag rekenen?

Dit zijn de gloriedagen van de veronachtzaamde parlementariërs. In het parlementsgebouw kun je ze als haantjes zien paraderen tussen de central lobby en de members' lobby. Lonkend naar de vertegenwoordigers van beide kampen die hen het hof moeten maken. Of elke toenadering juist hautain afwerend.

Deze leiderschapsverkiezing kan veel Conservatieve parlementariërs niet lang genoeg duren, zegt het Lagerhuislid voor Aldershot, Sir Julian Critchley. “Iedereen wil graag voelen dat hij van belang is, ook al is het kortstondig.” Critchley maakt er geen geheim van dat hij met volle teugen geniet.

Een geliefd gezegde in het Lagerhuis leert dat “als twee parlementariërs bij elkaar komen, ze waarschijnlijk samenzweren en dat, als er drie bij elkaar zitten, ze dat zeker doen”. Critchley houdt wel van die complot-atmosfeer. Hij beleeft er een satanisch genoegen aan langs samenscholende groepjes collega's te scheren en dan te merken hoe ze hun stemmen dempen. Heerlijk vindt hij het ook om partijgenoten te betrappen in het gezelschap van parlementariërs met wie ze liever niet gezien willen worden. En om hun omslachtige smoezen aan te horen, het zenuwachtig gefrunnik aan hun revers aan te zien.

Pag.5: 'De kunst is om bij alle partijen in trek te blijven'

Waarom zou hij niet eens een keer plezier mogen beleven aan de politiek? Bij de leiderschapsverkiezing van vijf jaar geleden heeft hij een onvergeeflijke fout gemaakt. Al in vroeg stadium had hij zijn steun aan Michael Heseltine beleden. Daarna heeft niemand meer werk van hem gemaakt. Michael Heseltine gunde hem in het voorbijgaan nog wel een minzaam knikje. Maar denk maar niet dat hij nog invitaties heeft ontvangen uit het kamp van Margaret Thatcher of Douglas Hurd.

Dat zal hem dit keer niet opnieuw gebeuren. “De kunst is om niemand te laten weten op wie je gaat stemmen. Bij de lunch zing je de lof over John Major, over zijn fatsoen en zijn krachtig leiderschap. Bij het diner spreek je met warmte over Norman Lamont, de rechterhand van John Redwood, die achter zijn mafia-achtige verschijning een hart van goud verbergt. Op die manier blijf je bij alle partijen in trek.”

Het grote geluk van de Conservatieve Lagerhuisleden is dat de stemming geheim is. Nooit zal iemand zeker weten wie zij vandaag tussen elf en zes uur in commissiekamer 12 hun stem hebben gegeven. Niemand die hen naderhand op hun donder kan geven of vaderlijk ter verantwoording kan roepen. Eindelijk hebben ze de kans hun eigen zin te doen.

De anonimiteit van de stemming stelt hen ook in staat om met een stalen gezicht hun steun aan beide kampen te beloven. Sommigen gaan daartoe over om niet voortdurend te worden aangeschoten door campagnevoerders. Het parlementslid David Shaw klaagt dat hij zelfs op het terras dat uitkijkt over de Thames niet met rust wordt gelaten. “Heel Westminster is met insinuaties, achterklap en speculaties gevuld.”

Anderen zijn erop uit om in het gevlei te komen bij beide partijen. Een dubbelhartige houding die het parlementslid David Sumberg razend maakt. Hij zegt dat de leiderschapsverkiezing nog eens duidelijk maakt hoe weinig hij zijn partijgenoten kan vertrouwen. Hij voelt zich beter op zijn gemakt met collega's van Labour. “Teveel partijgenoten zeggen in het openbaar het ene, en het andere privé.”

Onder de kop 'It's my party and I'll lie if I want to' omschreef één van de zondagskranten de Conservatieve partij al als “het meest leugenachtige stelletje schijnheilige schurken dat buiten hare majesteits gevangenissen is verenigd”. Die massale onoprechtheid bracht gisteren ook de campagnevoerders tot wanhoop die enig inzicht in de stemverhoudingen probeerden te verwerven. Hun peilingen waren doordrenkt van ongeloof. “Ik ken het standaardantwoord, maar wat ga je nou werkelijk stemmen”, vroeg één van de Major-supporters aan een bejaard parlementslid. En het parlementslid naar wie gewoonlijk niet wordt geluisterd? Hij lachte alleen maar superieur.