De virtuoze countryrock trekt veel te weinig publiek

Concert: Jason & the Scorchers. Gehoord: 3/7 Paradiso, Amsterdam.

Er zijn allerlei redenen aan te dragen waarom het publiek zich verdringt voor de Rolling Stones, terwijl de minstens zo opwindende rockgroep Jason & the Scorchers gisteren in hetzelfde Paradiso slechts 350 man trok. De countryrock van het viertal uit Nashville is hopeloos uit de mode. De beste nummers stammen van tien jaar terug en zanger Jason Ringenberg is waarschijnlijk kaal als een biljartbal, onder zijn onafscheidelijke cowboyhoed. Na een afwezigheid van vijf jaar werd de groep onlangs heropgericht en hoewel de nieuwe cd A Blazing Grace nog even scherp en opzwepend klinkt als de muziek waarmee ze halverwege de jaren tachtig naam maakten in het alternatieve circuit, is de verrassing er een beetje af.

En toch gaven Jason & the Scorchers het beste popconcert sinds het gedenkwaardige weekend waarin de Stones bezit namen van Paradiso. Niet omdat het gespeelde repertoire drastisch anders was dan bij het voorlaatste concert dat de Nashville-rebellen in 1989 gaven, maar door het tomeloze enthousiasme en de enorme vaart waarmee het gespeeld werd. De waardering was wederzijds, want Ringenberg complimenteerde zijn publiek met de feestvreugde die op zomaar een maandagavond tentoon werd gespreid. Ondertussen gaf hij er alle aanleiding toe met de meeslepende rock van Shop it around, de van het Amerikaanse boerenland geplukte tearjerkers als Pray for me mama en een opgepepte versie van John Denvers Take me home, country roads.

Jason & the Scorchers hebben een talent voor het selecteren en naar hun hand zetten van passende covers. Nummers van Bob Dylan en Jerry Lee Lewis zijn even belangrijk voor de voortgang van de show als het zelfgeschreven materiaal, waarin Jason zichzelf steevast portretteert als de bedrogen minnaar of de hardwerkende cowboy die op zaterdagavond te diep in het glas heeft gekeken. In zijn countryrock-epos Broken whiskey glass komen alle elementen aan de orde die het rock'n'roll-bestaan in het zuiden van de Verenigde Staten interessant maken. Seks, religie, drank en Elvis worden erin bezongen met een cynische ondertoon en een duivelse glimlach.

Naast de vrolijk rondspringende Jason is gitarist Warner Hodges de blikvanger, want deze zwaar getatoeëerde klassieke gitaarleraar in zijn Harley Davidson-shirt laat de meest oogverblindende gitaarakrobatiek zien sinds de trampoline-act van Nils Lofgren. Hodges kan een razendsnel akkoordenschema door blijven spelen terwijl hij zijn gitaar in de rondte laat slingeren, en presteert het om het instrument midden in een solo achter zijn rug om te bewegen zonder een noot te missen. Het zijn die kleine dingen waardoor Jason & the Scorchers een oneindig veel onderhoudender optreden geven dan de doorsnee rockband, en waarom hun Great balls of fire vuriger klonk dan Jerry Lee Lewis het zélf een week eerder op hetzelfde podium speelde.

Wie zich de beste rockband ter wereld mag noemen, zouden ze nog eens een keer met de Rolling Stones uit moeten vechten. Gitarist Warner E. Hodges en zanger Jason Ringenberg van Jason and The Scorchers