Burundi; Geen daden maar woorden

Is Afrika serieus van plan om orde op zaken te stellen in Burundi? De secretaris-generaal van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE), Salim Ahmed Salim, sprak vorige week aan het einde van de OAE-top in Addis Abeba gespierde taal. “Alles wat moet worden gedaan, zal worden gedaan om een catastrofe, bloedbaden en genocide zoals in Rwanda te voorkomen”, aldus Salim. Gisteren riep hij de politieke leiders van Burundi op om snel naar Addis Abeba te komen voor overleg. Vorige week had de secretaris-generaal al gezegd dat als die besprekingen geen resultaat opleveren, de OAE wellicht een gewapende interventie in Burundi zou moeten “overwegen”.

Dat de situatie in Burundi snel verslechtert, staat buiten kijf. Zo hield de minister van buitenlandse zaken, Jean-Marie Ngendahayo, het op 25 juni voor gezien. Vanuit Addis Abeba, waar hij de top van de OAE bijwoonde, diende hij zijn ontslag in en week prompt uit naar Johannesburg. “Deze regering is niet in staat om de meest elementaire grondrechten te waarborgen”, zo lichtte de minister in een telefonisch vraaggesprek met een Belgisch radiostation zijn stap toe. Vorige week dinsdag bleek dat de verdeeldheid zelfs binnen FRODEBU, de regerende Hutu-partij, heeft toegeslagen. De parlementsleden van de partij weigerden om partijgenoot Sylvestre Ntibantunganya, de president van Burundi, speciale volmachten te geven om de crisis in het land op te lossen. Het argument om de partijgenoot af te vallen was dat deze meer bevoegdheden voor het leger wilde. Maar dat leger, aldus FRODEBU, bestaat geheel uit Tutsi's en kiest vaak de zijde van Tutsi-extremisten. Het is daarom onzinnig, aldus FRODEBU, te verwachten dat de strijdmacht de rol van neutrale vredesstichter kan spelen.

Of de OAE, al dan niet met een mandaat van de Verenigde Naties, die rol wel kan vervullen, is zeer de vraag. Het is niet de eerste keer dat de organisatie overweegt om in Burundi in te grijpen. In 1993, toen de eerste Hutu-president van het land, Melchior Ndadaye, bij een mislukte staatsgreep van het leger werd vermoord, speelde de organisatie ook even met het idee van een gewapende interventie. Toen Tutsi-extremisten echter de landingsbanen van het vliegveld in Bujumbura bezaaiden met kraaiepoten om vliegtuigen te weren, was dat plan echter snel van de baan.

Ook nu wijst alles er op dat het bij de OAE meer gaat om woorden dan om daden. Op de top vorige week ontbraken de twee belangrijkste leiders van het continent, Sani Abacha van Nigeria en Nelson Mandela van Zuid-Afrika. Abacha bleef thuis om de lofbetuigingen van de door hem ingestelde grondwetgevende vergadering in ontvangst te nemen, terwijl de 76-jarige Mandela zich voorbereidde op een reis naar Japan. Zonder actieve ondersteuning van Nigeria en Zuid-Afrika maakt een Afrikaanse vredesmacht geen schijn van kans.

Mocht zo'n macht er al komen dan zal haar taak er meer een van peace-enforcing zijn dan van peace-keeping. De Tutsi-extremisten zijn immers aan de winnende hand. Met veelal openlijke steun van het leger verdrijven zij de Hutu's vanuit de steden naar het platteland. Een militaire interventie doorkruist hun plannen. Zij zullen de Afrikaanse vredesmacht daarom onvermijdelijk van sympathie voor de Hutu's beschuldigen.

Die beschuldiging van partijdigheid zou kunnen worden ondervangen door de militairen van de interventiemacht te recruteren uit Afrikaanse landen die geen belangen hebben in Burundi. Probleem daarbij is weer dat die landen, juist omdat ze zo weinig belangen in Burundi hebben, niet staan te trappelen om soldaten aan de vredesmacht te leveren.

Misschien dat het Rwanda-tribunaal, dat vorige week in Den Haag zijn eerste openbare zitting hield, nog het meest positieve effect op de situatie in Burundi zal hebben. De afwezigheid van een bestraffing van de schuldigen na de mislukte militaire staatsgreep in Burundi in 1993 sterkte de Hutu-extremisten in Rwanda in hun overtuiging dat zij ongestoord hun gang konden gaan. Mogelijk kan slechts een berechting van de schuldigen van het Rwandese drama een tragedie in Burundi voorkomen.