Bosnisch verleden

Neue Literatur, 1995/1. 120 blz. 12 DM. Palais Jalta, Brückenstrasse 33, D-60594 Frankfurt

'Boeken slaan bruggen' heet hoopvol het nieuwe nummer van Neue Literatur, het Roemeens-Duitse 'Zeitschrift für Querverbindungen' dat met de stroom duitstalige Roemenen mee is gekomen naar het Westen. Vanuit Frankfurt maakt Gerhardt Csejka nu zijn kwartaalblad, dat vrijwel uitsluitend gericht is op de alleractueelste literatuur uit het voormalige Oostblok. In samenwerking met Duitse organisaties hield Neue Literatur onlangs een symposium over de literaire situatie in Bosnië-Herzegovina, de schone letteren in oorlogstijd.

Melancholie overheerst, niet woede, in de verhalen en gedichten. De Kroaat Josip Osti: “Meine Mutter, die ständig das Besteck polierte, / tut es auch jetzt, allein mitten in Sarajevo, obwohl, in der Stadt / ohne Wasser, Nahrung und Strom, Löffel, Gabeln und Messer / wie vieles andere auch ihren einstigen Sinn verloren haben. / Sie fegt die Scherben zerschlagener Scheiben auf / und den Staub von granatsplittergekrönten Wänden, / nimmt unseren schon uralten Siamkater auf den Schoss und / poliert das Besteck.”

Branimir Marjanovic (1949), die sinds een paar jaar in Nederland woont, beschrijft op beklemmende wijze de veranderende gevoelens van bevriende buren, door de oorlog opeens elkaars vijanden geworden. Als een van beiden uit zijn huis gezet en meegevoerd wordt beseft de ander tot zijn ontzetting dat hij dat zomaar heeft laten gebeuren.

Een voorname rol in de Bosnische oorlogsliteratuur is weggelegd voor familieleden in het algemeen en moeders in het bijzonder. En verlaten huizen. “Selbst in einem Haus, das in Eile / verlassen wurde / bleiben die Stimmen / unvollendete Gesten / ein Windhauch im Vorhang / In deiner Poesie wohnt / seit ich gegangen bin / niemand mehr”, treurt Jozefina Dautbegovic. Harris Dzajic (1973) beschrijft de oorlogsjaren in seizoenen, langzaam verstommend - “Je mehr ich denke, desto weniger verstehe ich / die Augen Serajevos. // Je mehr ich sehe, desto grösser ist die Verzweiflung, / sucht einen anderen zum Dichten, / dieses Gedicht lang schweige ich.” Hij verwijt Europa zijn afzijdigheid: “Europa wendet sich ab, das Gewissen / liegt, fern, zerfetzt von einer Mine”.

In al de symposiumteksten over de Bosnische literatuur wordt vooral benadrukt hoe stevig de Bosnische cultuur verankerd is, in de onzekerheid over het heden en de toekomst wordt teruggegrepen naar het glorierijke verleden, als een soort rechtvaardiging. Azra Dzajic: “Bosnien, verzeih, ein solches Land gibt es, / karg und kahl, verzeih - / kalt und hungrig, / und überdies auch noch / verzeih - / trotzig / in seinem Traum”.